dinsdag 24 december 2013

Heil en zegen

Jongste Polletje, folderbezorger, ging gisteren en vandaag weer de deuren langs om namens zijn werkgever de mensen fijne feestdagen en een goede jaarwisseling te wensen. Alhoewel, dat viel nogal tegen, want via het kaartje werd de mensen Veel voordeel in 2014 toegewenst (wat natuurlijk te verwachten valt van zo'n commerciële organisatie - het nieuwe jaar verwordt in hun belang tot een jaar waarin voordeel de hoofdrol krijgt - fundamenteel iets anders dan Heil en Zegen, om nog maar te zwijgen over de betekenis van kerst in de ogen van de adverteerders). Hij kreeg een brief met voorbeeldtekst die hij letterlijk zou kunnen oplezen. Dat heeft hij niet gedaan. Gelukkig maar.
Ik citeer uit de instructiebrief:
  • Stel je netjes voor. Bijvoorbeeld: 'Ik ben (naam), [PIEP] bezorger.
  • Namens [PIEP] wens ik u fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar, en natuurlijk veel voordeel in 2014!'
  • Overhandig daarna het eindejaarskaartje.
  • 'Naast het [PIEP]pakket kunt u alle aanbiedingen ook vinden op [PIEP].nl en in de [PIEP] app.'(laat hierbij de achterzijde van het kaartje zien)
  • 'Als u de app nu downloadt kunt u een iPhone 5c winnen.'
Ik wens u een zalig kerstfeest, waarop we waardig en blij mogen gedenken en vieren dat onze Redder is geboren, die ons werkelijk Heil en Zegen wil brengen in het nieuwe jaar.

maandag 23 december 2013

Een nieuw meesterwerk van Miss Perfect Purperpol

Adem in en riemen vast. Daar gaat ie dan eindelijk.
Al bijna twee jaar ligt dat doek op me te wachten. Ik weet ook precies wat ik er mee wil doen: een meesterwerk schilderen. Ik weet ook dat het resultaat bij lange na niet het beeld dat zich heeft vastgezet in m'n hoofd waardig zal kunnen representeren. Dat maakt het allemaal nogal spannend voor mevrouw Perfectionistische Purperpol.

Het wordt in elk geval niet die voorgetekende poes.

Vandaag ga ik ermee aan de slag. Echt. De verf ligt al klaar.

Ik houd u op de hoogte.

zaterdag 21 december 2013

Rolmodel met droge worst

De bel gaat. Ik zit midden in een bijlessessie Engels aan twee verliefde leerlingen. Eigenlijk kan ik niet opendoen, vind ik, maar die twee werken zoet door aan hun opdrachten en ik kan dus eigenlijk best even weg. Ze zullen heus niet stante pede gaan zitten zoenen, want Engels werkt bij hen nu niet bepaald lustopwekkend.
Ik verwacht de buurman die uitgeleende boeken zou komen ophalen, maar nee, Ruben, ons rolmodel, staat voor de deur. Vijf jaar geleden schreef ik hier over hem en sinds kort woont hij met zijn vrouw en kinders in onze gemeente. Ruben is niet alleen gekomen. Hij heeft een enorme gereedschapskist bij zich, volgepakt met lekkere spulletjes. 'Hier, voor jou,' zegt hij, 'ik heb al zoveel kerstpakketten gekregen en ook een jasje en van-alles-en-nog-wat en jij bent ZZP'er, dus je hebt vast helemaal niets gekregen.'
Ik ben totally flabbergasted en weet niet zo snel mijn dank voor dit ontzettend lieve, hartelijke gebaar over te brengen. Bedank hem flauwtjes en spoed mij weer naar mijn klantjes die inderdaad rustig doorgewerkt hebben.
Wow, van Ruben heb ík wat geleerd. Ik wil ook zo lief en hartelijk zijn. Ik zou zo'n pakket vast niet zomaar weggegeven hebben. Dank je wel, Ruben, voor dat kerstpakket, maar vooral voor die fantastische les die je me leerde.

woensdag 18 december 2013

Geen zin

niet over een overmatig snurkende Grote Pol
niet over de wekkerradio die des middernachts spontaan buitenaardse signalen opvangt en uitzendt
niet over dieven die de messing buitenkraan van de buren jatten
niet over het eczeem dat ik pas aan de dokter durf te laten zien als ik nog vier kilo ben afgevallen
niet over de mislukte pogingen om een pluizig truitje te fabriceren
niet over de mysterieuze geelgroene plas in de berging
niet over de Polletjes en hun matige vorderingen op wasmachinegebied
niet over de Polletjes en hun carnivore obsessies
niet over Grote Pol en mijzelf en onze nieuwe herbivore liefde
niet over de spanningen tussen de carni- en de herbivoren in huize Pollenstein
niet over het sinterklaasfeest dat dit jaar uitermate nihilistisch was
niet over de glazen binnenkan van de thermoskan die in 1000 stukjes in onze gootsteen lag te fonkelen
niet over de lucht onder het dekbed na een stevige bonenschotel
niet over het goede nieuws van de internist
niet over het slechte nieuws van de internist
niet over de verstilde hagelwitte zwanenfamilie verscholen in het romantische sprookjesbos
niet over het geluid van de eekhoorntjes rond het huis dat de mannelijke Pollen nog nooit hebben opgemerkt
niet over het uitlachen van de eekhoorntjesimitator in Huize Pollenstein
niet over de almaar groeiende spiermassa van Polletje 1 alias Rambo
niet over de ranke bouw van Polletje 2 alias Gazelle
niet over de frustratie van Polletje 2 over zijn blijvende gazellegehalte
niet over mijn frustratie over mijn blijvende olifantgehalte
niet over zoete herineringen van toen de Polletjes nog lief en onschuldig en rustig waren
niet over de beproevingen op de maandelijkse bivakweek van de Polletjes
niet over de rust tijdens de maandelijkse bivakweek in Huize Pollenstein
niet over het geluk en enthousiasme van de Polletjes over hun opleiding
niet over het fantastische boek dat ik las
niet over het fantastische boek dat ik lees
niet over het verschil tussen een natuurfilm en een willekeurige Indiana Jonesfilm en wat ik daardoor leerde
niet over mijn chronisch uitstelgedrag wat betreft hardlopen, schilderen en maskers nemen
niet over al die dingen meer waar ik over had kunnen schrijven en waar u wel over had willen lezen.

Ik had gewoon GEEN ZIN.

woensdag 27 november 2013

Dingen die het leven opeens weer een beetje leuker maken

Al tweeënhalf jaar ergerde ik me rot aan de snijdende autogordel in mijn nek. Elk ritje werd vergald door het gestriem van dat ding. Ik dacht al dat het aan mij lag, aan mijn postuur of iets dergelijks. Daar hang ik altijd al mijn problemen aan op, tot ik een ons weeg. Grote Pol had nergens last van, tot mijn verdriet, want gedeelde smart is halve smart of zo. En bovendien: een vrouw vindt het toch bijna altijd leuk als een man ook 's een beetje pijn lijdt aan iets onschuldigs? Mijn moeder moest ook altijd zo ongans lachen als mijn vader met z'n hamer op z'n duim sloeg. Dat heb ik overgeërfd, maar Grote Pol heb ik al in geen jaren meer met een hamer in zijn handen gezien. Vreemd eigenlijk.
Maar die man had in het geval van die autogordel geen greintje medelijden met me, echt leuk.
Ik heb geen rijbewijs (kan wel heel goed fietsen), dus ik zat altijd op de rechterstoel. Tot ik vorige week een keer achterin de auto zat en zag dat die dingen dus verstelbaar zijn. Die van Grote Pol stond op z'n laagst, die van mij op z'n hoogst.
Dus: 1. De autogordel op de goede stand zetten maakt het leven weer een beetje leuker.

Binnenkort: 2. Labeltjes op de planken van de keukenkastjes maken het leven van een vrouw alleen in een ongestructureerd mannenhuishouden een beetje leuker.

vrijdag 22 november 2013

Van tralala en niet-tralala en nooit weer dit getralalala

Je hebt van die mensen die gaan wandelen van tralalalala. Ze maken wonderschone foto's met hun dure camera's die ze dan in koek-en-eiblogjes plaatsen. Ze krijgen dan gemiddeld hopla 34 reacties van oh en ah.

Grote Pol en ik willen ook regelmatig wandelen van tralalala, maar er is altijd wel iets niet-tralalala-erigs aan. Zere benen, een spatje regen, te veel zon, een loopneus, een route die niet klopt. Er is veel dat het wandelplezier van een Pol kan vergallen. Meestal stappen we wel welgemoed verder, hoor, en zeggen we achteraf dat het mooi, gezellig, gezond of interessant genoeg was, maar bloggen doe ik er nooit over, want 34 reacties kan ik er toch nooit op krijgen.

Gisteren hadden we een wandeling met een zo'n laag tralalala-gehalte dat het bijna leuk wordt om erover te schrijven, maar vooralsnog doe ik het vooral om het een en ander te verwerken. We zochten met zorg een voor ons nieuw klompenpad uit. Een aantal keer hebben we intens genoten van het Paradijspad en we hoopten dat het Glindhorsterpad net zo mooi zou zijn. Tien kilometer is goed te doen, er werd geen gewag gemaakt van waakhonden en er waren uitsluitend positieve reacties te lezen op de site, op een zure na die we eigenlijk wel komisch vonden.
Tralalala startten we en binnen een kilometer stonden we voor de poort van een erf waaroverheen we moesten lopen. Met een bordje dat er vijf waakhonden los rondliepen en betreden op eigen risico bladiebla. Leuk met kwijlfotootjes van Binky, Bully, Hulk, Wodan en Bassan.
Dat betreden op eigen risico doen wij dus niet. Wij nemen geen enkel risico want Grote Pol is bang voor honden, ik ben bang voor de bangheid van Grote Pol, vind honden vaak eng en de keuze van met name de laatste drie hondennamen stond me niet aan. Weg tralalala.

Dus liepen we anders. Ook mooi en het tralalagehalte steeg weer. Prachtig langs een poel met schattig gepluisde rietsigaren en kamsalamanders die zich natuurlijk schuilhielden, dat begrijp ik ook wel, maar het had toch leuk geweest als we een glimp hadden kunnen opvangen. Als compensatie voor Bassan en Wodan. Ik zag wel mooie vogeltjes voorbij schieten. Nog wat mistroostig bedacht ik me dat het vast Heel Zeldzame Vogeltjes waren die ik wéér niet heb kunnen determineren.

Langs een akker met sleuven voor het een of 't ander, langs een eeuwenoude houtwal en een boerderij van dertien-in-een-dozijn die op een plek stond waar eerder een waar al sinds 1409 tiendrecht heerste en waar dus ongetwijfeld een bijzonder interessant gebouw-met-authentieke-sporen-van-het-middeleeuws-verleden tegen de vlakte is gewerkt. Terwijl ik de tekst uit de folder wilde lezen om toch iets van verdieping aan te brengen in ons cultuur-historische uitstapje, verzwikte ik mijn enkel in zo'n sleuf. Maar we waren inmiddels tralala genoeg om daar geen onheilspellend voorteken in te zien.

Door gingen we. Over het Melissenpaadje. Ongetwijfeld heeft tout West-Gelderland daar weet van, dat bij De Glind zo'n paadje is waarover je gelopen moet hebben, liefst met kinderen in een leeftijd waarop die alles nog leuk vinden, maar wij wisten van toeten noch blazen. De Polletjes zijn deze leeftijd overigens allang te boven, dat begrijpt u.
Een wat excentrieke boer, Appie Melissen, heeft op dat pad tientallen grappige constructies van oude landbouwwerktuigen gemaakt. Enorm lollig en tralalala ten top.

Na dit paadje hadden we rechtsomkeert  moeten maken. We waren op de helft van de route, vijf kilometer ver dus en de volgende vijf kilometer, het voelde als vijftig, liepen we uitsluitend rechtuit door drassige weiden waar onze schoenen tot de enkels wegzakten in de blubber en langs een kilometerslange sloot, die Modderbeek heette. Grasland links, grasland rechts, in de verte schuren voor respectievelijk plofkippen en knalvarkens.
De zon en de stemming daalde,
het wandeltempo en de temperatuur onder mijn te dikke jas steeg
en de pijn in mijn benen deed uh... pijn.
Vertwijfeld bestuurden we het kaartje om te kijken of er nog een vluchtroute was, maar nee, er was geen ontkomen aan.


Laat ik het verder kort houden. Het was niet voor herhaling vatbaar. Die tweede helft althans en daardoor is ook de eerste helft in een kwaad daglicht komen te staan.

Wie weet kunt u mij troosten door een van die 34 reacties te geven. Heeft deze wandeling toch nog zin gehad. Maar ach, ik ben realistisch genoeg. Wie heeft er nu zin om tralala te reageren op zo'n stom blogje over zo'n truttige wandeling?

maandag 18 november 2013

Gemiste kans

Ik loop door het bos met mijn knalrode jas aan. In de verte nadert een enge man met een bullebak van een hond van minimaal anderhalf meter hoog. De hond blijft staan en kijkt naar mij. Ik kijk niet naar de hond, want daar ben ik dus bang voor. Bij het passeren zegt de man: 'Ik dacht: daar komt Roodkapje aan.' Ik zet mijn gebruikelijke sprookjesachtige glimlach voor dit soort gelegenheden op.
Drie meter verderop bedacht ik dat ik meteen had moeten antwoorden: 'Ja, maar dan is de vraag wie dan de wolf is.'

donderdag 14 november 2013

Samenzwering

Intensieve, geheime inter-Europese samenwerking was nodig om te bewerkstelligen dat ik vorige week een vervroegd verjaarscadeautje kreeg. Geld van een Zwitserse bank was er zelfs mee gemoeid. Achter mijn rug om werden snode plannen gesmeed en via een myriameterslange U-bocht kreeg ik uiteindelijk een Geheimzinnige Doos van de postbode. Na het allesverhullende papier van het geheel te hebben gescheurd had ik een ingenieuze dekmantel in handen. Een doos van een Eng Medisch Apparaat, een glucosemeter of iets dergelijks. Nadat ik doorhad dat het maar een afleidingsmanoeuvre betrof, opende ik dapper de doos en vond deze tas daarin. De financierder (gulle gever) belde me daags tevoren, een schimmig internationaal telefoongesprek, om me psychisch voor te bereiden op de komst van dit geschenk. De zender, tevens de maker, gaf achteraf blijk zich enorm verkneukeld te hebben om dit complot.

Inmiddels heb ik bijzonder genoten van de capaciteit, de kracht, de uitstraling en de mogelijkheden ervan en is hij/zij gepromoveerd tot bibliotheektas.

dinsdag 12 november 2013

Gebakken peren

Ik zat met de gebakken peren, want ik was jarig. Gisteren werd ik 43 en dat is nu zo'n leeftijd waar ik niets mee heb. Je loopt alweer tegen de vijftig en 43 is ook nog 's een priemgetal. Net als 41 en dat was ik eergisteren nog, bij wijze van spreken. Ik las ergens dat er plenty wiskundigen zijn, die zich bezig houden met het vinden van priembuurgetallen, dus bijvoorbeeld het getal 42. Dat heeft als buurgetallen 41 en 43 en dat zijn allebei dus priemgetallen. 4 is ook zo'n priembuurgetal. Erg interessant allemaal, maar niet heus. Daar komt u hier niet voor.

Die gebakken peren, die zijn echt heul lekker, ook al lijkt het op de foto nergens op. Daar wilt u vast wel een recept van. Ze passen totaal niet in onze nieuwe planteneetgewoonte, maar als je jarig bent, mag zoiets best. Voor vier personen:
Schil twee peren, snijd ze in stukjes en bak ze aan in wat boter, een paar minuutjes. Kieper er dan eventueel wat cranberrygelei bij (uit zo'n Ikea-potje dat anders maar in de koelkast staat te wachten op betere tijden).
Doe de peren in beboterde ovenvaste schaaltjes, en laat dat wat afkoelen. Maak ondertussen een kruimelig deegje door een mixje van 80 gram bloem, een snufje zout en 35 gram suiker te mengen met 50 gram gesmolten boter en daarna ook nog 's 30 gram gehakte pure chocolade. Zet dat mengsel een halfuurtje in de koelkast, verdeel het daarna over de peren en bak het geheel 25 minuten in de oven, hetelucht: 175 graden.

Wat ik kreeg? Ik wist weer eens bijna niets te vragen. Dus kreeg ik schoenen van Grote Pol, een fris douchegordijntje en wc-matje van de Polletjes, een koekenpan van mijn ouders. De overige gasten had ik van te voren gevraagd of ze iets wilden geven wat ze toch al in huis hadden, waar zij niets aan hadden en waar ze mij een plezier mee konden doen. Dat was een te moeilijke opdracht. Ik kreeg allerlei leuks, maar er was maar een laag tweedehandsgehalte aan te bespeuren.

Ik had nog een wens. Een foto van ons vieren, waarbij we in dezelfde positie op de bank zouden zitten als 16 jaar geleden, toen Polletje 2 nog een heel ieniemienie Polletje was. Polletje 1 overigens ook. Dat werd chaos. Ik mag die foto's van de Polletjes niet publiceren, maar doe het toch, met gevaar voor eigen leven. Als ze gaan protesteren, beloof ik ze wel een vette worst, of zo.











Op die foto van nu, heb ik mijn eindelijk afgemaakt vilten rokje aan. Hier schreef ik er al over en zaterdag heb ik 'm op de valreep onder de naaimachine doorgeroetsjt en ík vind 'm helemaal leuk! Je kunt er niet veel van zien, daarom nog even dit fotootje.

donderdag 7 november 2013

Dat is MIJN zoon!!!

Dinsdagavond was er een informatieavond van de opleiding van de Polletjes. Ze doen allebei, ALLEBEI!, een vooropleiding voor defensie. En wij, de wijze volwassenen hier in huize Pollenstein, zijn daar allebei, ALLEBEI!, niet zo heel erg van gecharmeerd. Al moet ik zeggen dat mijn Polletjes er heel gelukkig van worden en sterk en hulpvaardig en wellicht iets minder ongestructureerd. Daar is dan ook weer heel wat voor te zeggen.
De avond werd voor een groot deel verzorgd door de cursisten zelf. Grote Pol ging met de klas van het jongste Polletje mee, ik met de oudste. De hele avond heb ik me moeten inhouden om niet tegen de ouders om me heen te zeggen: 'Dat is MIJN zoon!', want man-o-man, wat was hij leuk, vrijmoedig, inhoudelijk sterk en enthousiast. Echt op z'n plek!
Ik vergat natuurlijk mijn camera mee te nemen, dus helaas geen foto van de Polletjes in uniform, maar daar mist u waarschijnlijk niet veel aan, gezien mijn waardeloze kwaliteiten in de edele kunst der fotografie.

zondag 3 november 2013

Over stinkende okseldriehoekjes en een verloren ambitie

Voor een heleboel dingen ben ik niet in de wieg gelegd. Straaljagerpiloot, fotomodel en buschauffeuse zal ik nooit worden. Hoeft ook niet. Maar ik dacht toch wel redelijk te kunnen fotograferen.
Dat viel behoorlijk tegen. Ik zal dus ook al nooit fotograaf kunnen worden. 
Gisteren, toen eindelijk alle bivakwas van de Polletjes in ons trapgat te drogen hing (op vreselijk doorbuigende wasrekjes), wilde ik daar een artistiek kiekje van maken. Die poging deed ik om toch nog iets van zonzijde van het geheel in te zien. De Polletjes kwamen namelijk vrijdagmiddag thuis met balen vol vuile was. VUILE was, met hoofdletters dus. Vol smeer en aarde, stro en distels, olie en zweet.
Die was moet in rap tempo weggewerkt worden, omdat op maandag alles weer schoon en netjes op school moet zijn.
Gelukkig hebben we de jongens inmiddels geleerd hoe ze zelf de machine kunnen volladen en aanzetten en hoe de was opgehangen moet worden. Dat zou mij dus tijd en energie moeten schelen. Ware het niet dat Grote Pol, de lieve onhandigerd, de stoethaspel, de kluns, al jaar en dag hoge doses vloeibaar wasmiddel in het wasverzachterbakje giet, en die methode ook had overgedragen aan de boys. En dat ik daar dus toevallig achterkwam op het moment dat het kwaad alweer voor de zoveelste keer geschied was. Grote Pol is namelijk Hoofd WasVerwerking hier in Huize Pollenstein. Vandaar dat de was altijd zo sterk rook. En vandaar ook dat de zweetlucht uit onze okseldriehoekjes maar niet verdween, de witte T-shirtjes in rap tempo vergrijsden en tomatensoepspetters verwerden tot roestige sporen die de verdenking op heimelijke gruwelmoordpartijen telkens weer deden rijzen.
Maar goed, ik wilde dus de zonzijde van die was (waar dus niet alle vlekken uit zijn - maar ach, camouflagestof verhult gelukkig veel) in proberen te zien met een kunstzinnige fotoreportage.
Dat mislukte jammerlijk.

U wilt die foto's toch zien, hè?
Dacht ik al.
Oké dan.
Lach niet zo.

donderdag 31 oktober 2013

Het gaat helemaal nergens over

Ik heb het toch goed? U zit toch niet te wachten op weer een blogje van uw Purperpolletje dat nergens over gaat? Het moet hier toch altijd over grootse, hilarische, ontzagwekkende, creatieve en/of intens verdrietige zaken gaan?
U zit toch niet te wachten op een verhaal over de keelpijn van vandaag? Dat ik die opliep doordat ik vannacht maar liefst drie keer moest overgeven? Dat ik daardoor precies kon zien wat ik gisteren had gegeten, pasta met een nogal rode tomatensaus, en tot overmaat ook kon ruiken wat er nog meer in die pasta zat, knoflook, véél knoflook?
U zit toch niet te wachten op saaie verhalen over deze saaie week in Huize Pollenstein omdat de Polletjes allebei op bivak zijn? Allebei? Ja, allebei zijn ze dit jaar begonnen aan een vooropleiding voor de Nederlandsche krijgsmacht. Het moet niet gekker worden, denkt u nu. Zulke lieve, sociale, creatieve, zachtaardige, onsportieve, bescheiden, intellectuele ouders die twee, TWEE!!!, zonen krijgen die het leger in willen? Ja. Zo gek is het nou. Avond aan avond vullen die Polletjes de stilte aan tafel met hun gesprekken over de sergeant-majoor zus, de wachtmeester zo, de mentale training hier, de leerstof van defensieleer daar.
Behalve als ze een week op bivak zijn. Dan zien we onze kans schoon. Dan eten we louter vegetarisch en suikerloos, eten we brood met pitten, dan laten we de stilte spreken, dan genieten we van de weldadige rust en de ruimte in huis.
Als u mij wilt excuseren? Ik ga nog even profiteren van de stilte door een boek te lezen. En ik beloof u wat vaker te bloggen. Desnoods over niets.

woensdag 16 oktober 2013

Kroepoekmassage


In het rijtje overbodige elektrische hebbedingetjes kwam vandaag de massagemat binnen, met stip op 1. Het leek me wel wat, toen ik in de Mediamarkt  -waar ik anders nooit kom, behalve nu omdat de plakbandoplossingen tegen vallende planken in onze koelkast ook niet meer werken - op zo'n ding ging zitten. Grote Pol kan er met z'n slappe geduw niet tegenop, al denkt hij van wel. Ik laat hem niet in de waan, want als ik érgens hoofdpijn van krijg is zijn gewrijf. Strontchagrijnig word ik ervan...
Mijn stevige hoofdpijn verminderde acuut bij het geautomatiseerde porren van de mat tegen mijn schouderbladen. 

De Polletjes vinden zo'n apparaat maar grote onzin. Daar hebben ze natuurlijk wel gelijk in, maar toch, het leek me zo heerlijk, zo'n matje in mijn stoel. 
Een beter effect zou kroepoek geven, volgens Polletje 2, die soms heel creatieve gedachten heeft (van wie heeft hij het?). Kroepoek op je tong heeft een masserend effect, kroepoek op mijn rug zou, ondanks de enorme oppervlakte daarvan, nog een stuk voordeliger zijn dan die €210 die zo'n mat op z'n voordeligst kost. 
De Polletjes spraken overigens vriendelijk uit niet te beroerd zijn om met hun legerkisten over mijn rug te gaan lopen, nog een stuk voordeliger dan kroepoek.  

zondag 13 oktober 2013

Lolkje

Ze was met haar zes jaar de queen bee van de eerste klas. Ik was maar een werkstertje. Een import-werkstertje zelfs, want ik kwam van een andere kleuterschool dan al mijn klasgenoten. Die kenden elkaar al van de zandbak en de karren, die wisten al wie altijd het eerst mocht en het best kon. Ik stond onderaan de pikorde. In de bijenorde was ik de schoonmaakster, nog lang geen voedster, cellenbouwer, portier of haalbij.

Elk tafelgroepje had een bekertje met kleurpotloden. Lolkje beheerde dat bekertje in mijn groepje. Als we mochten tekenen in ons tekenboekje, deelde Lolkje de kleurpotloden uit. Ze pakte een geel potlood met een mooie scherpe punt en zei dan: 'Wie het eerst 'pik' zegt, die krijgt hem. Pik.' En Lolkje hád hem. En zo ging het ook met oranje, groen en roze. Ik had 'm nooit, vanwege het onnavolgbare systeem dat in deze bijenkorf heerste. Bruin, zwart en grijs en de potloden zonder geslepen punten kon ik wel bemachtigen, want dan hoefde je niet zo snel 'pik' te zeggen. Gelukkig had iedereen van onze juf op de eerste dag al een potlood gekregen met aan de ene kant blauw en aan de andere kant rood. Daar kwam ik ook een heel eind mee.

Lolkje kon altijd alles het beste, dat vond ik ook. Maar toen de juf mij een keer prees omdat ik zo goed voorlas, kreeg ik door dat ik eigenlijk ook wel goed was. Ik kon eigenlijk al lezen, voor ik doorhad dat ik het kon. En Lolkje las ook goed hoor, maar dat ging van de h-aa-s i-s t-a-m. Dat was knap, dat je woorden zo in stukjes kon hakken. Dat kon ik niet, ik kon ze alleen maar in een keer lezen.

Lolkje heette Lolkje, Tina heette Tina, Rick heette Rick, maar ik heette Appelmoes, vond Lolkje. En dan was het zo. Ik had een keer gezegd dat ik appelmoes lekker vond. Blijkbaar vond toevallig de hele klas dat niet lekker, want ze lachten me erom uit en riepen in koor: 'Appelmoes de pappelmoes!'
Ik vond ook dat een vreemde gewoonte.

Toen ik een keer op een woensdagmiddag van mijn moeder een tomaat had gekregen en die bij het huis van Lolkje opat, vond Lolkje dat ook heel stom, want tomaten zijn vies, vooral die pitjes. Nooit at ik meer een tomaat als ik in de buurt van Lolkje was. Tot ik er haar een zag eten. De koningin wist nu ook dat tomaten best lekker zijn.
 

Steeds meer kreeg ik mijn eigen plekje in de klas. Ik hoefde er ook niet zo nodig bij te horen, hoor. Dat Lolkje haantje-de-voorste tot in de vierde klas bleef, werd pijnlijk duidelijk toen zij als eerste van de klas iets brak. Haar been. Op het schoolplein. Op de dag dat zij het ziekenhuis verliet, brak ik bij een verkeersongeluk mijn been. Op maar liefst vier plaatsen. Ambulance erbij, de hele reutemeteut. Ik moest drie maanden in een stellage in het ziekenhuis liggen, een paar keer geopereerd en dat was allemaal veel erger bij dan Lolkje. Eindelijk had ik de goede punten gescoord. Het beste rapport van de klas had ik allang, maar hiermee verdiende ik de eeuwige roem.

Kort daarna verhuisde Lolkje. Ver weg, naar Friesland. Nooit zagen we haar weer terug.

zondag 6 oktober 2013

Het allerallerhandigste en eenvoudigste opruimsysteem

Vroeger was ik een enorme rommelkont, vond mijn moeder. Elke keer weer was mijn kamer een puinhoop, vond mijn moeder. Opruimen vond ik vreselijk. Behalve als het klaar was, dan genoot ik wel even, een halve dag of zo,  van de orde en structuur die dat opleverde. Maar dat liet ik niet aan mijn moeder merken, want dat hoorde niet.

De Polletjes hebben géén opruimsysteem, vind ik. Ze zijn enorme rommelkonten en hun kamer is een puinhoop, vind ik. Opruimen vinden ze vreselijk. Behalve als ze klaar zijn, dan genieten ze wel even, een halve dag of zo, van de orde en structuur die het oplevert. Maar dat laten ze niet aan mij merken, want dat hoort niet. 

Ik word steeds geordender. Er zit zowaar structuur in mijn systemen en ik vind het heerlijk om nu eindelijk mijn administratie op orde te hebben en te houden. Ik ga het zowaar leuk vinden.
Enthousiast vertel ik aan tafel over mijn deelname aan D'ruitdaging. Elke dag een spannend mailtje met een opdracht: ruim één laatje op, check alle pennen en potloden en gooi weg wat het niet meer doet, pak de medicijnvoorraad aan. De punten die ik daarbij scoor, houd ik bij in een Excelbestandje. De opdracht van vandaag, ruim je inbox van je privémail op, was niet aan mij besteed, dat had ik net nog gedaan. 

De Polletjes halen hun neus ervoor op. De puinhoop blijft. Mijn aansporingen, aangeboden hulp en suggesties motten ze niet. Mijn waarschuwingen, dreigementen en geboden horen ze aan, ze ruimen de allerergste doorns in mijn oog op en daar blijft het bij. Ze zien het probleem ook niet. Hun systemen zijn waterdicht, nooit zijn ze iets kwijt, behalve als ze van mij moeten opruimen, dat verstoort het overzicht alleen maar.
Polletje 2 doet zijn waterdichte systeem uit de doeken:
De spullen die ik nodig heb, leg ik op de vloer.
De spullen die kapot moeten, leg ik op de vloer.
De spullen die weg moeten, leg ik op de vloer.
De spullen die kapot kunnen maar heel moeten blijven, leg ik op mijn bureau dat op de vloer staat.
De spullen die waardevol zijn, zet ik in mijn vitrine en die vitrine staat op de vloer.
De spullen die geheim zijn, leg ik in mijn bed en dat bed staat op de vloer.
Geld leg ik in mijn bed dat op de vloer staat.

woensdag 2 oktober 2013

Over Stap op

Stap op is de naam van mijn eigen praktijk voor remedial teaching en begeleiding en ik ben er lekker druk mee, zo doordeweeks. Ik geniet ontzettend van het werken met de kinderen en ik geloof dat dat wederzijds is. Vergeleken met een leerkracht of docent voor de klas verkeer ik in een luxepositie, hoor. Ik heb alle tijd om grondig voor te bereiden, om leuke werkvormen te verzinnen en uit te voeren, om leermaterialen, precies op maat voor het kind, in elkaar te knutselen en kan allerlei gesprekjes met ze aangaan waarvoor in een normale school- of zelfs thuissituatie amper tijd is.
Toch lijkt mijn werk en inzet, mijn aandacht en zorg vaak maar een druppeltje op een gloeiende plaat. Dat ervaar ik tenminste zo. Het gaat maar om een uurtje per week. Je hoopt zo dat je echt verschil kunt maken voor een kind, maar er kan nog zoveel meer spelen in dat kinderleven waar jij niet bij kunt. Het gaat me niet alleen om dat rekenen, om die spelling, er blijft vaak nog zoveel over bij kinderen die het gewoon moeilijk hebben op school, of met zichzelf. En dat frustreert me dan toch nog een beetje, terwijl ik al zoveel meer kan met deze individuele kinderen dan vroeger, toen ik hun lotgenootjes in een grote groep lesgaf.
Van een van de ouders kreeg ik een ontzettend lief mailtje. Ze schreef dat ze geraakt was door mijn inzet en door wat ik met haar zoon bereik. Dat ze me daarvoor dankbaar was.

Kijk. Daar moet ik dan een heel klein beetje om huilen. Van blijdschap. Want blijkbaar heeft dat druppeltje van mij toch effect. Hoe cool is dat?
En als u denkt dat u ook maar een druppeltje geeft, bedenk dan dit:



dinsdag 1 oktober 2013

Als je niet schrankt, bekom je een friemelmentje

Vormloze hobbezakken. Dat was het enige negatieve geluid dat ik zaterdag hoorde. Ik was met een lieve vriendin op de Textiel- en vezelmanifestatie in Doesburg. Een andere wereld was het. Een wereld met explosies van kleur, materialen, texturen, vol vrouwen die gezien wilden worden in hun zelfgemaakte gebatikte capes, gevilte jasjes, geweven blouses, geborduurde jurken, rokken met ruches, haren vol sjaaltjes. Kom daar maar eens om in ons doorsnee veilige winkelaanbod van dertien-in-een-dozijn.

Ik vond het geweldig, inspirerend en vooral mooi. Daar liep ik in mijn oude spijkerbroek en mijn weliswaar vormloze zelfgebreide trui, maar zeker niet van zelfgeschoren, -geverfde en -gesponnen wol. Ik hoorde er duidelijk niet bij. Ik denk ook dat niemand daar verslingerd is aan Candy Crush. Ik wel. 

Mijn aandacht verschoof van de koopwaar en het kunstige expositiemateriaal naar de mens erachter, erbij, erin. Klant, verkoper, kunstenaar. Stuk voor stuk waren het gedreven personen, met ogen die straalden en handen die streelden. 

Hoogtepunt van de dag in bovengenoemd opzicht waren Bart en Francis. Twee Vlamingen met een stand vol garens, waarbij bijna bordjes met aanwijzingen in een onleesbaar handschrift geschreven waren. Bijzondere figuren. Bart of Francis - zijn grote besokte voeten gestoken in enorme Birkenstocks, met zijn grote zwarte bril met goudkleurige ornamenten leek hij wat op Elvis - demonstreerde met dikke beringde vingers een bijzondere breitechniek. Om hem heen dromden de geïnteresseerde vrouwen, want deze man had een sterke, deels onverklaarbare, aantrekkingskracht op dit publiek. Hij leerde ons een nieuw woord, schranken, en ik ben dol op nieuwe woorden, dus mij had ie ook. Schranken is nodig, want anders bekomt je mooie sjaaltje (hij had telkens een ander sjaaltje om) een friemelmentje.
Stiekem maakte ik van heel veraf wat foto's van deze vent. 


Maar na ga ik snel weer vilten, naaien, haken, schranken en wat niet al (in elk geval minder Candy Crushen), zodat ik over twee jaar goed beslagen ten ijs kan komen daar! 




vrijdag 27 september 2013

IWVHB- dag 5 - boekengedicht

Gris wat boeken uit de kast, min of meer op gevoel, leg ze op een stapeltje en zie daar: u heeft een heus boekengedicht! Daar hoef je echt geen artistieke aanleg voor te hebben. 
En dan kunt u daarna natuurlijk heerlijk associëren, schuiven en schaven met dat pasverworven gedicht, wordt het toch nog creatief.

En dan nog iets.
Hoezo nóg iets? 
Het enige wat me bezighoudt is de kwestie van de buitenboordmotor. 
Die hangt daar maar aan dat troosteloze bootje in dat prutterige slootje
 bij dat blubberige bunderland. 
Opperste eenzaamheid. 
Daar ga je wel van schransen, 
vier maaltijden-achter-mekaar. 
Wat nou weer? 
Ja, vier maaltijden, hoppa, ware troost voor pramige dames. 
En waarom dat klasse is? 
Omdat Purperpol zo nodig dat boek erbij moest pakken. 

En de zin van de dag:
Hij was niet eens aan De gnostische evangeliën van Pagels toegekomen, dat voor het eind van de tweede week van juni op het programma stond. 

It's international book week. The rules: grab the closest book to you, turn to page 52, copy the fifth sentence as your status. Don't mention the title. Copy the rules as part of your status.


donderdag 26 september 2013

IWVHB - dag 4 - mooiste zin

De mooiste zin van het jaar 2013 is (huh? is het al 2014 dan?), volgens een ongetwijfeld zeer bekwame jury, deze: Het was dinsdagavond kwart voor acht en een van de laatste dagen van oktober in het roemruchte stervensjaar van de gulden, dat schitterende, harde betaalmiddel met zijn waaier van kleurige biljetten als de staart van een paradijsvogel, dat met goedvinden van de kroon door de directeur van De Nederlandsche Bank verkwanseld werd voor een grauwe eenheidsmunt waar er al zoveel van zijn en die de ‘euro’ wordt genoemd.

Anton Valens schreef deze zin in zijn boek Ont en hij kreeg er de Tzumprijs voor.
Ik lees ook zo vaak mooie zinnen, maar in mijn honger naar het verhaal, sta ik daar dan onvoldoende bij stil. Eigenlijk zou ik Grote Pol dagelijks een mooie zin moeten voorlezen, en hij mij, maar ik lees als hij wil slapen, en hij leest als ik zelf wil lezen, en zo'n goedbedoelde actie levert dan alleen maar knorrigheid op. Och, och, och, wat jammer is dat toch.

Vandaag las ik ook een mooie zin, namelijk deze: De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu eigenlijk voelde, ergens binnen in zich, dat hij zich binnenstebuiten keerde om daar achter te komen.
U mag raden wie de schrijver is.

En de zin van de dag:

Mijn truitje, dat zegt ze omdat ze weet dat ik er gek op ben.

It's international book week. The rules: grab the closest book to you, turn to page 52, copy the fifth sentence as your status. Don't mention the title. Copy the rules as part of your status.

woensdag 25 september 2013

Internationale week van het boek - dag 3 - lijstje boeken die ik nooit weg wil doen

Veel materiële zaken zijn vervangbaar. In mijn ongeordende boekenkast staan boeken zat die ik na een fikse brand hier in huis of zo zou kunnen vervangen. Maar ik ben blijkbaar op een punt in mijn leven aanbeland waarop ik niet zo gehecht ben aan materie.
Stel dat er inderdaad brand uitbreekt in huize Pollenstein, dan zou ik minimaal de volgende tien boeken opnieuw op de kop willen tikken. In willekeurige volgorde:

1. De bijbel
2. Wim is weg (Gouden boekje)
3. Dorrestijns Natuurgids  - Hans Dorrestijn
4. Kees de jongen - Theo Thijssen
5. Creativiteit, géén kunst - Lia Nijman en Jenny de Bode
6. Joop ter Heul - Cissy van Marxveldt
7. Abeltje - Annie M.G. Schmidt
8. Een huis met zeven kamers - Joke van Leeuwen
9. De avonturen van Bill Clifford - Godfried Bomans
10. Het betoverde land achter de kleerkast - C.S. Lewis

Hmmm. Veel kinderboeken dus.

En daarnaast zou ik stante pede naar de bibliotheek fietsen om een nieuw pasje aan te vragen.

En nu nog de zin van de dag:

Iemand had dat blijkbaar eerst door de kamer gesmeten en daarna uitgetrapt op de vloer.

It's international book week. The rules: grab the closest book to you, turn to page 52, copy the fifth sentence as your status. Don't mention the title. Copy the rules as part of your status.

dinsdag 24 september 2013

Internationale week van het boek - dag 2 - Kast en nog een zin

Een beetje meer ruimte, een beetje meer structuur kan ie wel gebruiken. Dit is mijn belangrijkste boekenbewaarplek in huis. Morgen een lijstje met boeken die ik nooit zal wegdoen.


En de zin van de dag:

Toen hij dat hoorde, ging hij ervandoor en liet zijn kleed hier bij mij achter.

It's international book week. The rules: grab the closest book to you, turn to page 52, copy the fifth sentence as your status. Don't mention the title. Copy the rules as part of your status.

maandag 23 september 2013

Internationale week van het boek - dag 1

Hij zei: 'Er zijn zelfs meisjes met directeursdiploma die voor dat volontairsbaantje in aanmerking willen komen en dat kan niet door 't lot beslist worden maar door de mate van bekwaamheid.'


It's international book week. The rules: grab the closest book to you, turn to page 52, copy the fifth sentence as your status. Don't mention the title. Copy the rules as part of your status.

donderdag 19 september 2013

Lovely Polletjes

Fijn u te ontmoeten hier. Gaat u zitten. Koffie? Thee?
Als u thee kiest, heb ik u wat te vertellen. Kiest u voor koffie, lees dan maar niet verder. Of toch? Ach, u moet maar zien. Ik heb alleen liever dat u thee neemt, want dan issie eerder op.
Heeft u thee gekozen, dan krijgt u van mij een kop zwarte thee. Echte Yorkshire. Kwaliteitsthee, die je wel met een flinke scheut melk en een paar ferme scheppen suiker moet slurpen, anders doet u iets niet goed. 
Die thee kreeg ik van Bob, die hier vorig jaar ook al was (klik hier ook maar eens.) Bob is een vriend van Polletje 1 en Bob kwam ook dit jaar voor de Airbornelanding hier om de hoek. Dit jaar nam hij Kenneth en Elaine mee en deze echte Britten kwamen hier maandag eten. Eerst overlaadden ze me met cadeaus. Thee dus, omdat ik vorig jaar niet durfde te zeggen dat zwarte thee niet helemaal mijn kopje thee is, kreeg ik nu een extraextra grote box met 240 zakjes, goed voor 240 liter. 
En een pot vol chrysanten, en flessen wijn, en een Engels blad van 'onze' Jamie Oliver die toch vooral 'hun' Jamie Oliver is. En een doos met de lekkerste Engelse noga die er is.  

Bob, Kenneth en Elaine bleven de hele avond. Dat was erg goed voor mijn Engels. We kregen het over van alles en nog wat. Over Kenneth die als baby drie dagen ontvoerd is geweest door een aap die haar eigen baby verloren was. Over de Quakers, over de tweede wereldoorlog (om maar eens wat te noemen), over kinderen met gedragsproblemen, over ouders die niet weten wat opvoeden is, over fietsen in Nederland, over structuur en regels en discipline, over de eerste ijzeren brug ter wereld, over erosie en de functie van de duim, maar vooral kwam het onderwerp steeds weer op het lovely dinner dat ik voor ze had gemaakt. En of ze een recept konden krijgen van mijn pindasaus. Nou ja. Dat wil ik best geven, maar ik hatseflats maar wat an. 
En o ja, het ging ook veel over de Polletjes (ze waren er niet bij), hoe lovely en beleefd en leuk en humoristisch en vrolijk en alwetend en goedkunnendeEngelssprekend en broederliefdevol ze zijn. 

Daarnet kwam ik Kenneth en Elaine tegen in het dorp. Ik heb lovely children en mijn pindasaus is absolutely delicious. Ik bloos er nog van.

Nog een kopje thee?



dinsdag 10 september 2013

Aangenaam. Purperpol, poepfotografe en tv-researcher.

Och mensen, dit blog leidt mij tot eenzame hoogten, biedt mij ongedachte kansen uit onverwachte hoeken en is een ultiem platform voor de lancering van al mijn talenten en mogelijkheden.
Onlangs kreeg ik een mailtje met het verzoek een van mijn foto's te mogen gebruiken. Deze foto zal duizenden kinderen en volwassenen motiveren tot duurzaam leven, hun milieubewustzijn zal tot ongekende hoogten stijgen.
Ik ben nu officieel freelance poepfotografe geworden.


Van mij mochten ze die poepfoto belangeloos gebruiken. Mooi doel, sta ik helemaal achter. Dus mensen, allemaal naar het Duurzaamheidscentrum in Dordrecht voor een echte, onvervalste poepfoto van mijn hand. Die poepfoto komt overigens uit dit berichtje.

Een tweede verzoek om innige samenwerking kwam van een redacteur van Man bijt hond. En daaraan kon ik toch echt niet voldoen. Ik twijfelde zelfs even of ik het hier wel weer op het weeweewee zou gaan vermelden. Toch gedaan, zoals u ziet.



Maar u bent gewaarschuwd. Mocht ik u kennen en u enigszins excentriek vinden, ga ik er uitgebreid over schrijven hier. Binnen no time googelt die redacteur van Man bijt hond dat berichtje, vraagt mij om contactgegevens die ik natuurlijk meteen geef en staan ze bij u op de stoep. Of ze met u de dag door mogen nemen. 

zaterdag 7 september 2013

Ik moest weer eens wat

Ik moet weer wat van mezelf. Afvallen bijvoorbeeld, maar dat moet ook al van de internist. Dus dat telt niet echt.
Afvallen en fitter worden, dat wil ik graag. Maar ik moet ook wat, want willen is nog geen moeten. Ik wandelde, fietste en Wii-de al behoorlijk wat, dus de wil bleek ook wel uit daden, maar het echte moeten was er dus niet.
Ik keek naar Operatie NL Fit, fijn programma want daarin worden mensen gevolgd die nog veel verder heen zijn dan ik en da's leuk vergelijken, en ik wist het. Ik moet van mezelf een kilometer achter elkaar kunnen hardlopen. Of sukkeldraven, dat is een betere term. Dat is heel wat, hoor, want twee jaar geleden moest ik van mezelf nog vijf kilometer kunnen en dat kan gewoon niet met mijn lijf, mijn ziekte en mijn ik. Kortom, een realistisch doel, al zeg ik het zelf.
Dus heb ik gisteren meteen de koe bij de horens gevat, mijn sportschoenen aangedaan, mijn sportieve zoon met coachervaring opgetrommeld, een fiets met kilometerteller gepakt en ben gegaan. In het donker natuurlijk, op een verlaten weg met een lichte helling bergafwaarts.
Kilometerteller op nul, ademhaling onder controle, spieren opgewarmd en gaan met die Purperpol.
Bij dat televisieprogramma haalde de 'slechtste' 13 meter, de 'beste' 230 meter. 230 meter, dat dacht ik toch echt niet te gaan halen.
En raad eens wat? Het werden er 480! En vandaag, daarnet zelfs (daglicht!) werden het er al 510!
Ik hoor u hier spontaan in applaus en gejuich uitbarsten. Dank u hartelijk, dat doet me goed.
En als stok achter de deur zal ik elke dag hiernaast ergens de afstanden noteren. Kunt u mij van een afstandje volgen. Gelukkig niet van dichtbij, want echt, het is geen gezicht...

vrijdag 6 september 2013

De kooplustige vrouw in mij

Midden in voormalig West-Berlijn staat het KaDeWe, het Kaufhaus des Westens. Tegenover het Oost-Berlijn werd dit na de oorlog het toonbeeld van onvervalst kapitalisme. Een bolwerk is het.
Hoewel ik geen shopaholic ben, wilde ik er toch eens heen. Polletje 1 was er twee jaar geleden geweest met school en raadde ons met klem aan ook te gaan. Imposant en een icoon van het de westerse maatschappij vond hij het, mijn zoon die niet gauw iets bijzonder vindt, en al helemaal niet als het een winkel betreft die geen halfvergane spullen uit de Wijde Wereldoorlog verkoopt.
Verloren liepen we daar rond. Polletje 2 vond het al helemaal niet nodig, die loopt het liefst tussen de oude meuk op een vervallen zolder of zo. Geef die jongen een goeie, ouderwetse vuilnisbelt en hij is blij.
De parfumerieafdeling was het allerergst. Polletje 2 beet me met dichtgeknepen neus toe: 'Ik snap niet wat jij hier doet. Jij bent helemaal niet zó,' doelend op de slanke, opgemaakte tutten die op spitse naaldhakken zochten naar een aanvulling op hun ongetwijfeld al zeer complete assortiment geuren en kleuren.
Nee. Zó ben ik niet. Ik doe al vijf jaar met hetzelfde flesje Angel. En dat lukt gemakkelijk nóg vijf jaar. Maar toch beving me het koopvirus. Zwalkend over de afdeling porseleinen vazen, waarin megagrote protserige witte bokalen die qua model verdacht veel leken op de Wimbledonbeker kwetsbaar opgesteld stonden, bedacht ik me dat we toch echt hoognodig nieuw bestek nodig hadden. Wij naar de vierde etage. Daar bleek een theelepel al boven ons budget, maar Ik Moest Iets.
In het KaDeWe is niet alles even duur. We vonden een afdelinkje prulletjes. En daar kocht ik, na lang aarzelen toch iets. Een tasje met het Ampelmännchen, dat grappige figuurtje dat veel Berlijnse voetgangerstoplichten zo'n lust voor het oog maakt.


Dat ik het plastic tasje van de winkel nog steeds bewaard heb, is een teken aan de wand. Diep in mij schuilt misschien toch een kooplustige westerse kapitaliste. Wacht maar. Binnenkort loop ik gehuld in wolken dure parfum, geblondeerd en geplamuurd op mijn high heels heupwiegend te flaneren door de stad.


Of toch niet? Want dolblij ben ik ook met deze emaillen schaaltjes die ik bij een kofferbakverkoop-in-de-stromende-regen scoorde. In Schoorl. Met echte dutsen eruit. Net als bij de groene schaaltjes vroeger, bij ons thuis. De Polletjes hebben hun liefde voor oude meuk van geen vreemde...

dinsdag 3 september 2013

De Polletjes in Berlijn - 4 Over megagigagrote monumenten, een opdringerige Hollander en een rokerige Griekse

Goed. Ik leer mijn vaste lezerspubliek wel kennen, zeg. De overgrote meerderheid wil hier lezen over ellende, misère, mislukking, pech, domme fouten, ziekte en pijn. Duidelijk. Wat doet u dan nog op al die andere blogs, die onafgebroken gaan over liefde, over lekker eten en lekker leven, mooie kleren, huizen, vakanties, over bloemetjes en bijtjes?

Ik zal u tegemoet komen. Ik schrijf nog één keer over het barre Berlijn. Nee, dat zeg ik niet goed. Berlijn is prachtig. De Polletjes hadden het ook erg goed daar. Maar er waren natuurlijk barre kanten aan mijn gedrag en het gedrag van Berliners. De blunders, de baalmomenten, de bagger. Dat is pas interessant voor u. Daar smult u van. Al vrees ik dat ik mijn beste kruit bij het vorige bericht al verschoten heb. Lachen en gieren doet u vooral om mijn kapotte, vieze voeten en mijn plasdebacle. Ik moet u dus op voorhand al waarschuwen voor een teleurstelling. Leuker kan ik het niet maken. Omdat er ook nog wat mensen stemden voor De andere boeg, heb ik ook nog een gewoon, normaal reisverslagje (punt 6) opgenomen.

4. We reden amper Berlijn in, en Berlijn is groot, of de ganse menigte in de trein begon de koffers, tassen en zakken te pakken en in het middenpad te drommen. Wij niet. Wij wisten al beter, bij zo'n trein in zo'n stad wegen die laatste kilometers zwaar. Wij keken door het raampje en zagen Potsdam, huizen en bomen voorbij komen. Dat konden die middenpadders allemaal niet zien. Polletje 2 wees mij in onvervalst ABN op de Fernsehturm en een stukje Brandenburger Tor. Dat was een kolfje naar de hand van de reiziger die naast mij in het middenpad gestationeerd was. Compleet met heuptas, rugzak en robuuste koffer op wielen, zweet op neus, vreemd petje op hoofd. 'Ha, ook uit Nederland?' smiesde hij vergenoegd. Duidelijk verlegen om een praatje na een lange reis alleen. Nadat hij zijn nek in duizend bochten had gewrongen om ook die Turm te kunnen zien, wat niet lukte, praatte hij me even bij over zijn situatie. Hij ging maar liefst zeven dagen, wij maar vier. Hij in z'n eentje, ja, hij vond ook wel dat hij wat veel bagage bij zich had. Maar beter te veel, dan te weinig, lachte hij origineel. Ondertussen was hij met een bil op mijn armleuning gaan zitten. Hij had nog geen idee wat er allemaal te zien was. Berlijn was waarschijnlijk wel heel erg groot, vermoedde hij. En de reis erg lang, want hij kwam helemaal uit Brabant en de reisorganisatie werkte niet met bussen. Hij wilde ook niet digitaal bankieren-want-je-wist-maar-nooit en dus was hij wel gebonden aan deze reisclub. Ik deed mijn best om geen medelijden met hem te krijgen en dat lukte. Mede dankzij de sterke mondgeur en het feit dat hij zo vervelend dicht naar me toe neeg. Wel adviseerde ik hem vriendelijk een Berlin Welcome Card aan te schaffen en voorzag ik hem van een aantal bezienswaardige tips, waarvoor hij me hartelijk en omvangrijk bedankte.
Nadat de trein stopte en de rij langzaam in beweging kwam, wenste hij me nog een goede tijd in Berlijn en sprak hij de hoop uit me nog ergens tegen te komen. 'Maar Berlijn is groter dan u denkt!', verzekerde ik hem goedsmoeds. Polletje 2 negeerde hij al die tijd volkomen.
En inderdaad. Ik kwam hem niet meer tegen. Hij staat ook niet op deze foto (maar wel een stukje van de eerder genoemde Tor, al betwijfel ik of die echt te zien is vanuit de trein. Jojo? Helma?)


5. Op onze beslist-even-heenlijst stond ook de vlooienmarkt bij de Friedrichstrasse, onder de bogen van de S-bahn. Daar bevinden zich allerlei kleine winkeltjes met kunst, curiosa en vlooien. Geen vlo te zien, maar wel onbetaalbare kunst en curiosa. En militaria. Wie ons een beetje kent, weet dat wij daar enorm in geïnteresseerd zijn. Maar niet heus. Polletje 2 wel, maar ik dus niet. NIET, in de zin van HELEMAAL NIET. Maar ik doe heus mijn best om te zien wat en waarom de jongens dat zo aantrekt.
In dit shopje waren alle emblemen, onderscheidingen, schouderstukken, kraagspiegels en andere spulletjes en toestandjes vrolijk beplakt met gele, rode en blauwe stickertjes. Het leek de vlaggetjesweek van C&A wel. Ik vroeg Polletje 2 om uitleg, want ik zag nergens kortingspercentages. Het bleek niet te gaan om prijsjes, maar om het (verplichte) afdekken van hakenkruizen.
De eigenaresse kwam al rokend achter een gordijn vandaan en ik vroeg haar of ik op die Stühl sitzen darfte. Ik darfte. Ze kwam er gezellig bij zitten en binnen no-time was ik ook in haar nicotinenevelen gehuld. We raakten in een geanimeerd gesprek over Holland, ondernemen, zere voeten en de culinaire kanten van de braadworst.
Al achttien jaar zat ze dag in, dag uit in deze winkel. Behalve op dinsdag en behalve op dagen dat haar man in die winkel zat. Zodoende had ze al die tijd geen vrije dag of vakantie gehad en had ze haar Griekse familie niet kunnen opzoeken. Nu werd het tijd om te stoppen en de boel op internet te zetten. Daarom verkochten ze alles met korting. Dat het nog steeds schreeuwend duur was, deerde haar niets. Maar Polletje 2 wel. Die werd er balsturig van. Hij wees haar in Duits-Engels-Nederlands-gebarentaal op een waardeloos embleem van de Hollandse dienstplichtige soldaat van na 1960, maar zij bleef erbij dat dit een vooroorlogs kostbaar stukje smeedwerk was. Polletje 2 hield het toen snel voor gezien, mijn conversatieles Duits voor beginners resoluut afbrekend vertrokken we weer naar de frissere luchten buiten om uit te wasemen.

6. Dit reisje was voor het slagen van Polletje 2 bedoeld en ik liftte natuurlijk graag mee op zijn succes. Nadeel was dat hij het grotendeels voor het zeggen had, daar. Naast het bezoek aan Sachsenhausen, waarover ik hier verder niet schrijf omdat dat absoluut niet past in dit lollige bericht, bezochten we vele, vele oorlogsmonumenten. Op het laatste moment in gezelschap van een voortreffelijke Berlijnse gids (die ons nog een heerlijk potje Berlijnse jam overhandigde) De Muur, waar Polletje 2 nog even onderdoor kroop, daarvoor een enorm Russisch monument en daarvoor nog veel meer van dat soort beelden en dingen.



Ik ben trouwens maar een echt provinciaaltje, hoor. Alles in Berlijn is megagigagroot. Het monument op de Dam is van Madurodamformaat vergeleken bij de groottes van deze Gedenkstättes.
Als tegenwicht voor al dat pompeuze geweld wilde ik naar de Wannsee.



Rust, stilte, water, ruimte, op een prachtige plek in Berlijn. Maar de zon ging al onder, de avondkoelte was gewoon koud, er was niets meer te doen en we vertrokken dus maar weer snel. En daar reis je dan anderhalf uur voor. Niets gek voor Berlijnse begrippen...
De muur, Die Mauer, was vergeleken met de monumenten maar een mager ding!



O, en zonder zo nu en dan aan Grote Pol te denken kon ik natuurlijk ook niet. Vooral bij zo'n aanplakbiljet niet. Wellicht is dat mijn kans om Grote Pol ook naar Berlijn te krijgen!

vrijdag 30 augustus 2013

De Polletjes in Berlijn - 3 Over Purperpolletje met een drank-, een voet- en een plasprobleem

Zit u eigenlijk nog wel te wachten op weer een vakantieverslag in blogland? Van hoe leuk en gaaf en mooi weer en lekker eten en genieten enzovoorts? Dan moet u vooral verder lezen. Maar ook als u nu zucht, oogrolt of dit bericht pas na lang aarzelen aangeklikt heeft, kunt u gerust verder lezen, want dit wordt geen oh- of ah-verhaal. Daar hou ik namelijk niet zo van. Doe mij maar de rafelrandjes.

Het was leuk en gaaf en mooi weer en we hebben lekker gegeten (worst, worst en worst voor Polletje 2 en Salat, Fruchtsalat en Melone voor mij)  en genoten. Daar niet van. Niets van die voor-angst was nodig geweest. Het reizen ging voorspoedig, mijn Duits bleek ruim voldoende voor de gelegenheid en Polletje 2 was zeer angenehm Gesellschaft. Hij, de onuitputtelijke spraakwaterval in hoogsteigen persoon, was zowaar na drie dagen zo'n beetje uitgerateld, waardoor er zelfs enkele stiltes vielen buiten bedtijd om.

Maar voor dit soort jubelverhalen kwam u niet hier. Toch? Dan nu vlug over naar de minpuntjes.

1. In de trein bleek mij dat Duitse jongens van een jaar of achttien ook baat kunnen hebben bij een dosisje valeriaan, Valdispert of desnoods Ritalin. In plaats daarvan nuttigden ze liters bier uit een fust, lanceerden ze met enige regelmaat speeksel over elkaar heen, zongen ze luidkeels mee met de muziek die uit hun speakertjes schalde en vertelden ze schuine moppen en erger waaruit bleek dat mijn basiskennis Duits inderdaad adequaat genoeg was.
En dat alles tweeënhalf uur lang.

2. Berlijn is groot. Te groot voor vier dagen. Je moet dus keuzes maken en hopen dat je ooit nog een keer terug kunt. Met U-bahn, S-bahn, bus en trein kom je ver, maar niet overal. Daar heb je dan je voeten voor nodig. Voeten die wel wat gewend zijn. Die van mij waren dat dan weer niet voldoende voor deze gelegenheid, daar kwam ik na zo'n twintig kilometer sjouwen wel achter, en toen 'moesten' we er nog wel zo'n zestig. Ik heb ongewild goed getraind voor de vierdaagse.
Toen ik mijn zwarte en beblaarde voeten met losse vellen wilde wassen, miste ik ons Hollandse washandje erg. Laat ik het netjes zeggen: mijn motoriek is voor een Duitse voetwassing ontoereikend. In de badkamer van het hotel, waarin overigens ook al overal van die hinderlijke spiegels hingen waardoor je voortdurend herinnerd wordt aan je overgewicht, hingen zeepdispensers. Knijp met je ene hand, houd je andere hand er tegelijkertijd onder om de zeep op te vangen die je vervolgens op je voet kunt loslaten. Die zeep glibberde onmiddellijk weg zodat je ook nog op een voet moest staan om de weg van hand naar voet zo kort mogelijk te maken. Daarvoor had ik een derde steunhand tegen de muur nodig om mijn evenwicht te bewaren.
Tip voor de volgende keer: maak meteen een hotelhanddoek kleddernat, smeer er een lading zeep over en boen je voetjes comfortabel, gezeten op je smetteloos opgemaakte bed en neem een lekker smeerseltje mee om ook je voeten te verwennen.

3. We hadden een, letterlijk en figuurlijk, topmiddag op de Teufelsberg.
Op deze berg, opgeworpen uit oorlogspuin, staat een vervallen Amerikaans spionagestation. Daar zijn we in geweest. Dit was echt supersupergaaf, dus ik wijd hier niet verder over uit. Maar zo'n avontuur maakt wel dat je acute diarree krijgt van de hoogteschrik en plasdrang van de enorme hoeveelheden water die je tegen de hoogteschrik drinkt. Polletje 2 had daar allemaal geen last van. Geef hem een boom en hij is blij. Maar ik, ik die tot voor kort nog nooit in een trein naar een toilet was geweest en in de vrije natuur al helemaal niet durf te piesen, ik had dus wel een probleem. Ik moest zo nodig dat vocht kwijt dat ik dus op de Teufelsberg voor het eerst sinds jaren buiten heb geplast, in de bosjes. Op een sterk hellend vlak met gevaar om met de broek op m'n knieën naar beneden te storten, op het oorlogspuin en op een muggenkolonie die mij daarop subiet lekstak. Gelukkig had mijn rechterbeen daar geen last van, want die pieste ik van agitatie helemaal onder. Er was zowaar nog wat water over, dus mensen, ik heb dat heus netjes opgelost.


Bent u daar nog? Wilt u meer van dit soort verhalen? Kies dan ja in de poll hier ergens rechts in de sidebar. Is het wel genoeg geweest, kies nee, en wilt u vrolijker verhalen uit Berlijn lezen, kies dan voor Een andere boeg. 
Ik dank u hartelijk voor uw aandacht en hoop u snel weer terug te zien op dit blog. Uitstappen aan de rechterkant van de rijrichting. Denkt u vooral aan uw persoonlijke eigendommen.