Uitgelezen 2019

woensdag 20 oktober 2021

Riem

Dat je al minstens drie jaar rondloopt met een riem die net niet goed genoeg je broek op z'n plek houdt. Probeer je zelf een gaatje te prikken met een priem, maar dat werkt niet. En ondertussen val je nog elf kilo af en heb je inmiddels wel drie nieuwe gaatjes nodig. Loop je in die tijd minstens honderd keer langs de schoenmaker en telkens denk je: ach, die man is al zo druk / het is daar zo'n herrie / ik vraag m'n vader wel / wat zullen de mensen wel denken als ik daar in die zaak plotseling mijn riem uit m'n broek haal? / en als ik dat doe, denkt de schoenmaker vast: bah, wat is die riem viezig warm / ik koop wel een nieuwe riem / ik doe gewoon elastiek in al mijn broeken / ik moet gewoon weer aankomen. 

Dat je dan op een winderige woensdagmorgen wél naar binnen stapt, binnen een minuut weer drie gaatjes rijker buiten staat met broek die eindelijk echt lekker om je middel zit, zonder te hoeven betalen. En dat je dan denkt: wat is er nog meer in mijn leven dat me al drie jaar niet lekker zit en dat ik binnen een minuut zou kunnen oplossen? Of desnoods binnen een dag, dat mag ook. 

donderdag 29 juli 2021

Geitenwollensokkenvest

In 1978, toen ik op de lagere school tijdens het Kultureel Kreatieve ekspressie-uurtje (helemaal te gek, weet je wel) mijn amper achtjarige vingertjes openhaalde bij het macrameeën met keihard en vezelig oranje en groen touw, of bezig was met batikken, volksdansen, emailleren, Indiase kralenarmbandjes weven en figuurzagen, kocht Grote Pol met zijn toenmalige vriendin een lading ekologies verantwoorde donkerbruine schapenwol op de markt. Zij ging namelijk uit pure liefde voor hem een hip vest voor hem breien, te wow voor bij zijn tuinbroek. De marktkoopman zei er nog bij dat dat vest zijn hele leven lang mee zou gaan.



En toen werd ík in 1990 zijn vriendin-verloofde-vrouw, in gemeenschap van goederen, en daar hoorde dus ook dat vest bij. Zo'n lelijk vest, voor zijn hele leven? Ver-schrik-ke-lijk vond ik het! Met van die spuuglelijke houten knopen ook nog. Uit pure liefde voor mij legde Grote Pol het maar voor een tijdje in de kast. Gelukkig raakte het daar al snel in de vergetelheid, tot Grote Pol het een paar jaar geleden weer tevoorschijn haalde. Mijn geitenwollensokkengehalte was in de tussentijd blijkbaar behoorlijk gestegen, want toen vond ik het opeens wel wat hebben. Iets wat een leven lang meegaat, waar vind je dat nog? Het vest bleek klimatologisch ideaal voor een lange wandeling. Iets waar ik me in 1990 trouwens nog te jong voor voelde. Wol is zulk fantastisch materiaal, zeker als het onbewerkt is. Het ademt, is aaibaar en waterafstotend, niet te warm en niet te koud. En zelfs de knopen vond ik mooi van lelijkheid. Ik was helemaal om! 


Helaas. Een jaar geleden had Grote Pol het opeens toch ook weer gehad met dat vest. Hij vond het te krap (terwijl hij nog net zo slank is als toen, in tegenstelling tot een zekere andere hoofdpersoon in dit verhaal) en stiekem ook niet meer mooi. Er zaten ook wat gaten in. Wat wil je, na 43 jaar? Het moest weg, want ook de donkere krochten van de kast moesten opgeruimd. Het zal de leeftijd wel zijn, al heeft hij daar bij andere kastkrochten geen last van. 

Ik vond het zonde om weg te gooien en gooide eens een balletje op bij Clarien, van Moeskers moestuin. Of zij misschien iemand wist voor dat vest (en nóg een vest, iets jonger: 'maar' 40 jaar oud - gebreid door Grote Pols moeder). En jawel hoor! Zijzelf!
Deze week ritselde ik bij een spinnende zuster (wil ik ook nog leren!) wat verse wol en dichtte ik de gaten en verzuchtte dat ik toch meer zou hebben gehad aan onderwijs in de degelijke handwerktechnieken, zoals mazen, in plaats van dat seventiesgedoe (wat ik toen trouwens fantasties vond). Maar het is gelukt en morgen gaan we de vesten hoogstpersoonlijk naar Clarien brengen. 

Het zal me trouwens niets verbazen als ik over een maand of wat voor mezelf zo'n vest ga breien... 


donderdag 6 mei 2021

Bonnetje - Meneer Alzheimer deel 5

Gaat m'n vader midden in de nacht naar de wc, komt ie terug, zit m'n moeder rechtop in bed. 'Heb je wel een bonnetje?'

maandag 3 mei 2021

Naar Ajax - meneer Alzheimer deel 4

Eerst was Meneer Alzheimer als een ongenode gast die af en toe eens hinderlijk uit zijn hoek in het brein van mijn moeder kwam om keet te schoppen. Inmiddels is hij voortdurend zeer aanwezig en hij probeert nog steeds meer gebied te veroveren.
Dat levert soms tamelijk hilarische situaties op, die tegelijk dieptriest zijn. Het blijft een worsteling om hiermee om te gaan. En hoe schrijf ik dan over mijn moeder? Kan ik overbrengen wat ik denk en voel? Hoe vat ik in woorden wie ze ten diepste is, ondanks die dementie? En hoe leest u dan mijn berichtje? Als een zwaar, zielig of doodernstig stukje of  ziet u ook de humor van de situatie in en durft u er ook nog om te lachen? Dat mag, hoor! Dat doen wij ook. Bitterzoet is het. Het scheelt enorm dat we geloven dat we een eeuwig toekomstperspectief hebben waarin alle dingen nieuw, volmaakt en goed zullen zijn. 

Gisteravond. Op het journaal is een feestende massa te zien omdat Ajax iets gewonnen heeft. Wat precies weet ik niet, ik ga het ook niet opzoeken, want ik heb helemaal niets met voetbal. Mijn twee broers ook niet. Sowieso niets tot zeer minimaal iets met sport in georganiseerd verband, durf ik wel te stellen. Het is daarom ook een raadsel waarom mijn moeder gisteren bij het zien van die feestende Ajax-aanhang op het journaal zo graag naar De Kinderen wilde. Nu wil ze bijna elke avond weg, naar huis, naar Amsterdam (waar ze nevernooitniet heeft gewoond), maar gisteravond wilde ze echt naar de Arena, om bij ons te zijn. Na het journaal begon mijn vader wat voor te lezen, maar nee, daar had ze nu geen tijd voor. Ze moest naar Amsterdam. Het lukte even om haar af te leiden, maar even later hoorde hij de buitendeur dichtslaan. Toen hij poolshoogte nam, zag hij dat ze zonder stok of rollator richting de lift schuifelde, heel voorzichtig over de galerij. Hij erachteraan natuurlijk. Bij de lift aangekomen vroeg hij haar wat ze nu van plan was. Naar Ajax dus, naar De Kinderen. Maar inmiddels zag ze ook wel in dat er iets niet helemaal klopte en liep ze gezellig met hem mee terug, naar huis.

Nu maar hopen dat er vanavond geen item op het journaal is dat haar weer zo zal gaan prikkelen. Wil ze opeens opnieuw gevaccineerd worden in India of zo. Of naar de kust, want het gaat zo lekker stormen. Dat zou echt een ramp zijn, want dan waait dat lieve lichtgewichtje zo weg!

dinsdag 20 april 2021

Eitjes koken - meneer Alzheimer deel 3

Als vijftiger met jongvolwassen zonen en bejaarde ouders sta je tussen twee wel heel verschillende werelden in. Alhoewel... koken kunnen die beide generaties niet. Terwijl ik het van de ene generatie geleerd heb en aan de andere zelf leerde. 

Het jongste Polletje beloofde zijn vriendin laatst voor haar te gaan koken. De hele dag verheugde ze zich erop. Misschien naïef van haar, want koken is niet bepaald zijn hobby. Hij laat zich vooral bedienen door de plaatselijke roti-, friet-, spareribs- en pizzabakkers. Hij kan heus wel wat (namelijk kip braden en paprika snijden, vertelde hij laatst trots), maar meneer kiest voor gemak en met hetzelfde gemak vergeet hij dat hij echt wel meer kan op kookgebied. Genoeg om zijn meissie eens met wat lekkers én gezonds te verwennen. 
Toen die lieve meid 's avonds bij hem kwam, moe van haar werk, hongerig en vol verwachting, was hij nog niet begonnen. Maar hophop deed Polletje de vriezer open, haalde er twee zakken met diepvriesmaaltijden uit en liet haar daaruit kiezen. Zalm met broccoli of kipfilet met sperziebonen. Tot zover de romantiek.
Ter informatie: het is nog aan. 

Laatst was ik bij mijn moeder. Ik stelde voor een eitje te koken voor bij de lunch. Ze vroeg belangstellend hoe ik dat dan doe, eitjes koken. Ze volgde het op de voet: drie eitjes uit de koelkast, pannetje water, beetje zout erbij en koken maar. Telkens weer lichtte ze het deksel op om even geïnteresseerd te kijken naar dat borrelende water. Alsof het hele kookproces compleet nieuw voor haar was. Zoals zoveel voor haar elke keer weer nieuw is, níémand heeft het haar óóit verteld.
Niets is meer appeltje-eitje voor haar. 

vrijdag 26 februari 2021

Tafel dekken - meneer Alzheimer deel 2

Het moet sinterklaasavond 1977 zijn geweest toen ik voor het eerst een kleine surprise kreeg. Mijn vader had voor ons allemaal een alternatief cadeau bedacht en gemaakt. Mijn broer van bijna 16 die al jáááren zomer en winter dezelfde jas droeg (en er nadien nog zeker een jaar of zes mee deed) kreeg een uitgeraderd papieren patroon voor een nieuwe jas. Wat mijn moeder en mijn andere broer kregen, weet ik niet meer, maar ik kreeg een boekje. Gemaakt van een paar dubbelgevouwen kladblaadjes, wat tekst met tekeningetjes. Het ging over mijn slordigheid. Een van de hoofdstukjes ging over hoe ik de tafel dekte: de een kreeg twee vorken, een ander twee messen, of het mes links en de vork rechts. En op de rechterpagina stond dan hoe het wel moest. 
O, had ik dat boekje nog maar! 

Mijn vader vertelde vorige week hoe mijn moeder om vier uur 's middags al de tafel had gedekt, voor twee. Ik probeer het even na te maken op onze eigen tafel. De natuurazijn die zij gebruikte hebben we niet in huis. Het leek haar wel lekker fris...


De verwoestende werking die deze ziekte in de hersenen heeft, blijft ons verbazen. Gelukkig kunnen we er ook af en toe, zoals in dit geval, hartelijk om lachen. 

woensdag 17 februari 2021

Verdrietig - meneer Alzheimer deel 1

Tien was ik en ik ging met mijn moeder mee naar het bejaardenhuis, op bezoek bij een oude mevrouw van de kerk. Ze wees in het voorbijgaan even naar een halfronde huiskamer met lieve, heel oude mensen in een kring. Daar zitten de dementen, vertelde ze. Wat dat waren, wist ik niet. Dat zijn mensen die weer als een baby worden, vertelde ze. Vaak moeten ze een luier om. Als ze heel erg dement zijn, gaan ze zelfs in de foetushouding liggen, net als een baby in de buik. 

Ik weet het nog precies, wat ze toen zei. Het maakte diepe indruk en ik kon nooit meer langs die huiskamer lopen zonder aan oude, gerimpelde baby'tjes te denken. 

Vorige week was ik met mijn vader in een verpleeghuis. We kregen een rondleiding op de psycho-geriatrische afdeling. Op zoek naar een goed plekje voor mijn lieve, gerimpelde moeder. Voor wie vaak thuis ook al niet meer als thuis voelt. 

We zijn er zo verdrietig om. 

woensdag 14 oktober 2020

Bram en de beer (met vervolg)

Naast mijn werk in de praktijkruimte thuis, ondersteun ik ook kinderen met gedragsproblematiek op de basisschool. Individueel, apart in een kamertje, maar ook in de klas. Zo ook Bram, dat is natuurlijk niet zijn echte naam, van acht jaar. 

Vandaag werken we in de klas. Ik zit schuin achter hem. De juf vertelt dat de kinderen een verhaal mogen afmaken, omdat het Kinderboekenweek is. Enige restrictie: geen poep en pies. Ze leest voor:

Mijn oma zag een beer in de dierentuin.
De oma van mijn oma zag een beer in het circus.
De oma van mijn oma van mijn oma zag een beer ...

De meeste kinderen vinden het prachtig. Maar Bram vindt het een verhaal van niks. En hij heeft ook echt geen zin om erover na te denken. Met grote hanenpoten krast hij in zijn schrift: 
En toen ging ze DOOD.
Hij kladdert er nog vlug een kruis achter ter illustratie. Zo. Klaar.
De kinderen om hem heen kwetteren, zuchten, staren in de verte, gummen verwoed of schrijven ijverig in hun schriftje. Bram krijgt wel door dat er iets niet helemaal in orde is. Er knaagt iets aan hem, al is het dan geen beer. Ik probeer hem te helpen: 'Maar hoe ging ze dan dood? Vond de beer het wel lekker? Waarom had de beer honger?' Bram heeft geen idee, hij was er niet bij toen het gebeurde. Hij raakt geprikkeld door mijn gevraag, het rumoer en de schrijvers om hem heen en waarschijnlijk ook door de onvrede die hij van binnen voelt over zijn verhaal. 

Ik neem hem mee naar mijn werkkamer. Praat even over iets anders (gamen 😌) en kom dan toch weer terug op het verhaal. 'Je bent in elk geval wel meteen heel duidelijk over wat er gebeurde met de oma.' In de rustige omgeving stel ik mijn vragen nog eens en dan komt er tóch een verhaal. Hij krijgt er lol in, zijn fantasie maakt een hoge vlucht, maar het lukt hem niet het goed op papier te krijgen. Bij elke vergissing raakt hij opnieuw geagiteerd; hij wil dóór! Ik neem het schrijfwerk van hem over en moet hem na één volle bladzijde in mijn kleine handschrift afkappen. Het verhaal moet namelijk over twee dagen ook nog in het net overgeschreven worden. In de klas.
Arme Bram, dat redt hij nooit... 

Update: even met de juf overlegd. Bram mag in plaats van overschrijven een tekening over zijn verhaal maken. Alle verhalen en tekeningen komen in een boekje en zijn verhaal heeft dus ook een plaats.
Hij heeft het geluk dat de juffen kijken naar wat hij nodig heeft, wat kan en wat zij misschien anders moeten doen om hem te ondersteunen. Ook als dat indruist tegen didactische doelen en uitgangspunten.