donderdag 30 maart 2017

Inbraak

Vorige week werd er in de kamer van het oudste Polletje ingebroken. Wat is dat naar... Een laptop, wat kleingeld, een helm, z'n toilettas met lekker frisse tandenborstel en scheerapparaat en ook een doos met diverse documenten uit de Tweede Wereldoorlog van mijn schoonfamilie. En dat laatste is natuurlijk het rottigst, want onvervangbaar. Die doos zal wel ergens in een container gedumpt zijn, of in de bosjes, gezien de status van de vermoedelijke dader.

Maar zoiets heeft ook een voordeel: in het sufferdje stond gisteren een artikeltje over zoonlief. Het klopt allemaal net niet helemaal en hij kijkt nogal lodderig (beetje slaaptekort denk ik vanwege de consternatie), maar ach. Wie weet levert het hem nog interessante contacten op.


Klik hier voor het volledige artikel.

dinsdag 21 maart 2017

Schoon genoeg + update

Nou, u overlaadde mij wel met enthousiaste reacties op mijn vaatdoekenactie.
Not.
Tsss, terwijl het zulke fijne doekjes zijn. U weet niet wat u mist. Ik zal nóg eens een prijsvraag uitschrijven, mopperdemopper. Of vindt u uw aanrecht wel schoon genoeg?
De reacties die er kwamen waren natuurlijk stuk voor stuk heel leuk en goed  en dichterlijk en vaatdoekwaardig. Maar er kan er maar eentje winnen en dat is Cisca uit Servië! Arme Cisca, in Servië bestaan helemaal geeneens geen vaatdoeken niet. Da's toch zielug? Stuur je me je adres en de gewenste kleurencombi? (purperpolletje@gmail.com)

Update: Nououou moe. Ook Cisca wil niet... Ipie dan wel?

maandag 13 maart 2017

Win een Purperpolvaatdoek!

(Leest u hier om een vaatdoek te winnen? Scroll dan even vijftien centimeter naar beneden. Dan bespaart u zichzelf een hoop geleuter.)

In de afgelopen vier maanden breide ik drie  truien en twee colsjaals en ik haakte ook nog twee vaatdoekjes. Dat lijkt heel productief, maar dat was het niet. Ik ben op handwerkgebied nogal een hatseflatser. Ik doe eerst maar wat voor ik denk. Als ik een foutje maak, pas ik gewoon het een en ander weer aan zodat ik weer verder kan. Dat pakt meestal wel goed uit, maar niet altijd.
Die eerste colsjaal was veel te wijd. Bij die dingen komt dat nogal nauw, zoals u wel kunt begrijpen. Het is wel fijn als zoiets ook aansluit. Maar de tweede versie was goed gelukt en dik vriendinnetje had deze winter een warm nekje.

Ik breide ook nog drie truien. Wel met telkens dezelfde bollen wol, dat u niet denkt dat nu mijn kledingkast uitpuilt. Tuurlijk niet, daar vind je alleen maar geordende minimalistische nette stapeltjes. Ahum.
In de eerste trui leek ik net een worst. Uitgehaald. De tweede trui bleek een tent, maar dat zag ik pas nadat ik 'm helemaal af had gebreid op een rondbreinaald. Aan een stuk. Technisch verhaal, maar neem van mij aan dat je pas ziet wat je hebt gemaakt als je helemaal klaar bent. Ook uitgehaald. En nummer drie is bijna helemaal perfect. Het is eigenlijk een vest, maar ik heb 'm dichtgenaaid en dat ging een scheetje beef, dus nu moet ik dat nog even herstellen. Maar daar heb ik gelukkig minstens acht maanden de tijd voor, want koud wordt het niet meer. Toch?

Aan de vaatdoekjes kon niet veel misgaan. Behalve dan dat de mannelijke Pollen ze tuttig vinden. Jammer dan, ik geniet van die fleurigheid op mijn aanrecht. Bovendien absorberen ze perfect en vegen ze lekker schoon (voor het oog, want het zijn natuurlijk eigenlijk bronnen van bacteriën. Maar dat wil ik niet horen).
Wilt u ook een Purperpollerig vaatdoekje? Doe mee met de prijsvraag! Uw oplossing kunt u hieronder kwijt, bij de reacties. Volgende week verloot ik een haaksel onder de goede inzendingen. 😉


Maak de slagzin af: Een vaatdoekje van Purperpolletje is ...

vrijdag 3 maart 2017

Drie dingen om voor altijd goed te onthouden

1. Dat je ook te veel buikspieroefeningen kunt doen.
2. Dat ik geen Arie Ribbens ben.
3. Dat een batterij een plus- en een minkant heeft, die echt wel gemakkelijk te herkennen zijn.

Toelichting.
1. Nadat ik zeven weken mijn buikspieren totaal genegeerd had, dacht ik opeens weer aan ze. Op een luie zaterdagmorgen, in mijn warme bed. Ze bleken er nog te zijn, in ongetwijfeld een rafelige touwtjesconditie met her en der een wel heel zwak plekje. Ze knapten nog net niet. Ik merkte wel dat ze het fijn vonden dat ik weer eens aandacht aan ze besteedde. Alles wat je aandacht geeft, groeit, dus naast dat denken aan die elastiekjes deed ik ook nog een halfslachtig spelletje met ze. Iets ingewikkelds met omhoogkomen en aanspannen en zo. Niet te veel, niet te vaak, dacht ik nog, want opeens een overdosis liefde kan averechts werken. Twee keer vijf sit ups zouden ze toch wel aankunnen?
Dat konden ze niet.
Voorlopig geef ik mijn rudimentaire overblijfselen maar weer veel rust. Dat hebben ze wel verdiend.

2. Eens in de zoveel tijd lees ik een boek waar ik de schrijfkriebels van krijg. Zo wil ik ook kunnen schrijven, denk ik dan. En dan doe ik een poging en dan komt er zo'n slap aftreksel uitrollen waar ik me voor schaam en dan geef ik het weer snel op. Dat begon al toen ik een jaar of 10 was en zelf een De olijke tweeling-lookalike probeerde te schrijven. Mooi dik schrift ervoor gebruikt, maar liefst een halve bladzijde vol geschreven voor ik het bijltje er weer bij neerlegde. Ik weet nog ik de zussen noemde: Patty en Kitty. Er volgden nog meer pogingen, waaronder zelfs een gooi naar een baantje als columniste bij de Libelle, maar alles bleek tevergeefse moeite.
Je zou zeggen dat ik daar inmiddels wel wat van had kunnen leren, maar vorige week bedacht ik dat ik, voor de lol (mijn ambities worden al reëler), weleens een carnavalskraker zou kunnen schrijven.

Weet je wat ik wel zou willen zijn?
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.
Van het plafond tot op het raamkozijn:
Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.


Dat is toch eigenlijk een verbluffend originele vondst, waar ik dan toch heus ook wel op zou kunnen komen???
Nee dus. Ik kwam niet verder dan:

We hebben een koe op zolder
Maar zijn vachtje zit vol roos
We gebruiken head en shoulders
Nu smaakt zijn melk naar abrikoos.

Maar nu ik dit zo lees, zie ik toch wel hitpotentie. Of trap ik nu weer in de val?

3. Ik moet altijd, altijd zoeken naar de plus- en minkant van de batterij en naar die onleesbare symbooltjes in de apparaatjes waar die dingen in moeten. Zoiets kan ik dus niet onthouden, net zoals mijn leerlingen niet onthouden hoeveel 72:9 is. Dat vind ik onbegrijpelijk. Ook van mezelf dus. Dus ik ging er even voor zitten en nu ga ik het u uitleggen, want daar leer ik het meest van. Daarom ben ik ook zo slim: ik leg de hele dag Ingewikkelde Dingen aan kinderen uit en daar word ik zelf hyperintelligent van.
De kant met het bolletje is de pluskant. Die kant heeft een maatje meer. Plus-size, dus. De minkant is plat. Dat is niet leuk voor die kant, want iedereen wil wel wat aantrekkelijke contouren hebben. Omdat de minkant zo zielig is, mag hij op de kant met de veer in het apparaat, heeft hij toch nog wat leuks. 
Simpel toch?