vrijdag 2 juli 2010

Erge vakantieverhalen - deel 5 Terug naar de caravane

(Heeft u wel eerst deel 1, 2, 3 en 4 gelezen? Dat moet namelijk, anders mag u hier niet doorlezen. Dat wordt even naar beneden scrollen, dus! Tot straks.)

Zo.
Die zijn even weg. Kunnen wij ondertussen verder.

Waar waren we ook alweer gebleven?

Bij die nachttrein die om de vijf minuten stopte?
Bij die jaren negentighippies die het al blowend en drinken op het middenpad van de trein erg gezellig hadden?
Of waren we al verder? Bij de totalement lege campieng? En de slacentrifuge, die perfecte slacentrifuge, had ik die al genoemd?
O, u wilt lezen over de bus die niet kwam. En toennie toch kwam, dattie niet stopte. Maar dat hebben we allang gehad. Het gaat in dit feuilleton voornamelijk over bussen die helemaal niet kwamen, overigens, dat wordt saai. Die lift van de geschifte Fransozen, dat was pas sensationeel, maar ook dat is al behandeld.

Maar nee, Purperpolletje, dit is webvervuiling. Vertel je verhaal gewoon maar vite vite verder.
De bus kwam niet. En het was nog zeker dertig kilometer naar de campieng. En toen gingen jullie liften en jullie verwachtten geen moment, geen haar op jullie hoofd die dacht dat diezelfde geschifte liftfransozen jullie weer zouden oppikken.

O.
Ohwwwkeee...
On y va.

We liepen dus naar de doorgaande weg en staken onze pouces omhoog. Binnen een minuut stopte een Citroënnetje. Daarin zaten inderdaad niet die geschifte Fransozen. Wat dacht u dan?
Neehee, het waren twee keurige Françaises die de verkeerde kant op zouden gaan. We hadden hoop gekregen door deze snelle stopsters en liftten vrolijk verder. Maar geen enkele auto stopte meer. We liepen dus maar eens een eindje in de richting van de campieng, in de hoop dat het daar beter liften zou zijn. Maar nee. Geen auto. Ne pas des voitures.
Pas du tout.

We liepen dus nog maar een eind verder en nog een eind en opeens sjokten we over een verlaten spoor. Nou ja, opeens, dat klinkt een beetje magisch. We zochten gewoon de kortste route en dachten, kom, laten we eens over een verlaten spoorbaan gaan lopen. Dat is leuk voor later, als Lydia over al deze ellende gezellige en lollige blogjes gaat schrijven. Dan zien haar lezertjes dat zo mooi voor zich: twee domme, bange, verliefde Hollanders die 's avonds bij zonsondergang in de binnenlanden van het bevallige en van hete warmte zinderende Frankrijk over de eindeloze lignes de chemin de fer sjokken. Ja, we deden het er gewoon om...
Het ging schemeren, het werd donkerder en het toen was het pikdonker en de rails hielden maar niet op. Maar, dachten we slim, rails leidden altijd naar een stationnetje en bij een stationnetje hoort vast ook een villagetje of een ville. Dus liepen we verder over de vermolmde bielzen, dwars door verlaten stationnetjes waar allang geen dorp meer bij hoorde, al repeterend wat we zouden gaan zeggen tegen een eventuele plotseling opduikende spoorpolitieman, opstandige boer, boos blaffende en/of bijtende hond of veldwachter.

Uiteindelijk, na zo'n tien kilometer gelopen te hebben, kwamen we inderdaad bij een stationnetje mét een klein dorpje. Een stationsgebouw, twee huizen, een eglise, een charcuterie én een enorm dorpscafé.
Met veel Fransozen, die veel dronken, veel darten en biljarten, veel lachten en généralement gewoon heel veel herrie maakten. De cafébaas begreep ons probleem dat we schreeuwend in de onderweg ingestudeerde zinnetjes uitlegden, ah, je comprends, je comprends, en belde een taxi voor ons. Het was inmiddels tien uur en we waren moe en een beetje bang en wilden alleen maar veilig op de campieng zijn...  We zijn ook zulke globetrotters, avonturiers in hart en nieren, Grote Pol en ik...
De taxi kwam na twintig minuten zachtjes voorrijden en opgelucht stapten we in. We lieten ons zakken in de comfortabele, zachte kussens van de Mercedes. De chauffeuse reed niet hard, nee, ze reed eigenlijk uitgesproken langzaam, dit in schrille tegenstelling tot alle passerende Fransozen.
De meter tikte lekker door. Angstvallig hielden we bij hoe duur het al was, zonder te weten hoe we de vrolijk rebbelende chauffeur konden beïnvloeden tot een wat vlottere, Fransere rijstijl.
Veertig minuten / twintig kilometer later / tweehonderd franc lichter kwamen we ein-de-lijk, fi-na-le-ment op de campieng aan.

En toen was ons vakantiebudget bijna op. Hoe zouden we overleven in het zachte Frankrijk met zo weinig geld? Werd het tijd om ons aan te melden om druiven te gaan plukken? Kreeg ik een baan als au pair in Paris? Leefde Grote Pol geruime tijd als clochard onder de bruggen van de Seine?

Wordt vervolgd.

6 opmerkingen:

Anoniem zei

Subliem gebracht! Dat het zo eng en erg was heb ik nooit geweten. Ik ben nu achteraf bezorgd,al helpt dat net als vooraf weinig.
Paton

Tricky zei

moet dringend een beetje bij lezen op je blogje, maar met al die erge vakantieverhalen...
heeel erg bedankt voor je lieve mooie kaartje purperpolletje! ik heb het idd al ooit gekregen, van mijn beste vriendin nicole die ook uit nederland komt, maar nog niet in deze reeks kaartjes... en ik vind het zo'n mooie, dus dat geeft niet!
voor jou ook veel sterkte hé!
want jij hebt het ook niet altijd makkelijk denk ik hé!
als je je adres achterlaat in mijn mailbox, krijg je bij gelegenheid ook wel eens een kaartje!

Toaske zei

Ik denk dat jullie druiven gingen plukken of zoiets. Of waren de druiven toen nog niet rijp? Maar goed, iets met wijn natuurlijk, dat kán toch niet anders?

zonzoekster zei

Ik ben benieuwd naar het vervolg. Je schrijft echt erg pakkend! Mijn complimenten

baasbraal zei

whoeoeoe, span-nend!! Hoe wordt dit opgelost??

Mira zei

Ha ha, wat een vakantie!