donderdag 1 juli 2010

Erge vakantieverhalen - deel 4 Een dagje uit

(Als je deel 1, 2 en 3 nog niet hebt gelezen, dat kan toch zomaar gebeuren, blijkbaar, raad ik je aan dat eerst te doen. Om een beetje in de juiste vakantiestemming te komen. Ahum.)

Het ontwijken van alle rollende bierflesjes, bierblikjes en andere zooi over de bodem van de Citroën had zin, want onze enkels waren op een enkele blauwe plek na ongeschonden, en ook alle schietgebedjes hadden zin, want we kwamen behouden aan in het Franse stadje. We bonjourden de geschifte Fransozen gedag en veel merci ook nog, maar we dachten: 'God had mercy unto us....' Nog nooit waren we zo opgelucht een auto uit te kunnen stappen en weer vaste grond onder onze voeten te voelen.

Langzaam stopten handen met trillen, stopten onze knieën met knikken, daalden onze bloeddrukken weer tot aanvaardbare waarden en konden we weer adem halen met een normale frequentie.
Het stadje was belle, we winkelden wat, we dronken wat, we slenterden dat het een lieve lust had en werden weer très heureuse.

Nadat we ons verzekerd hadden van de bustijden en -plaatsen voor de reis terug, check, check, double check, gingen we in een leuk eettentje wat eten. Logisch ook, dat je in een eettentje wat gaat eten. Je kunt er moeilijk gaan bowlen. De ober vroeg ons iets in rap Frans en we schudden op goed geluk maar non en knikten ook af en toe wat oui. Dat deden we blijkbaar op de verkeerde momenten, want alle andere klanten liepen af en aan naar de bar met heerlijke salades, maar wij mochten dat niet.
We bestelden wat, aten wat, dronken wat, betaalden wat en gingen naar de bus die zowaar gewoon klaarstond en ons terugbracht naar de campieng. Zoals het hoort.

Het lijkt bijna saai. Maar meer kan ik er niet van maken. Er ging dus ook iets goed in deze vakantie! Maar om hier nu mee af te sluiten, da's ook niet wat, dus gauw verder met het volgende uitje dat wel dramatisch afliep:

Een paar dagen later begon het toch weer te kriebelen. De campieng raakte steeds meer bevolkt omdat de staking was opgeheven en er weer volop benzine te verkrijgen was, het riviertje en het uitzicht was niet meer voor ons alleen en we wilden toch nog best een poging wagen nog iets meer van de omgeving te zien.
We besloten naar het stadje te gaan van het treinstation (deel 1).
De heenreis verliep prima. De bus stopte zo'n beetje op tijd bij de halte, nam ons mee, zette ons af bij het reeds bekende busstation. Meteen bestudeerden we de tijden voor de terugreis. Dat deden we grondig. Maar niet grondig genoeg, want in Frankrijk is grondig niet genoeg. Daar moet het gründlich én pünktlich én van check, check, double check. Misschien waren we overmoedig geworden door de voorspoedige heenreis en de terugreis die hier vlak boven is beschreven. We dachten het système wel te doorgronden. Maar niets was dus minder waar.

Het stadje was superbe. We genoten. Aan het eind van de middag liepen we met enigszins vermoeide voeten een kerk in waar een prachtig nieuw muziekstuk, een moderne mis, werd uitgevoerd. Allebei vonden we het zulke gave, hemelse muziek, en dat wil wat zeggen, want de muzieksmaak van Grote Pol komt amper overeen met mijn muzieksmaak. Nog steeds kunnen we terugverlangen naar die muziek. Naar die kerk, naar dat enorme geluksgevoel en de intense geloofsbeleving die ons toen overstroomden.

We aten weer wat in een restaurantje, snoepten nu wel van de saladebar en huppelden rond half acht vrolijk naar de bus.
Maar de bus was er niet.
En de bus kwam ook niet.
En nog steeds niet. Ook niet na nog een tijdje wachten. En na nóg een tijdje wachten.
Hij ging niet. Ja, het duurde even voor we zover waren dat deze realité tot ons doordrong. Het zal de vin rouge zijn geweest....
We bekeken de dienstregeling nu wel gründlich en pünktlich en ja, hoor, het bleek te kloppen dat de bus niet ging. Uitzonderingsgevalletje. Beschreven in de wel heel kleine, verbleekte lettertjes ergens onderaan op het flodderpapier (zie deel 2). En als u een goed geheugen hebt, weet u ook dat de campieng zo'n dertig kilometer ver was.
Wat te doen?

We besloten te gaan lopen naar de doorgaande weg die naar het petit villagetje leidde bij de campieng en zo proberen een lift te krijgen. Het was nog vroeg in de avond en een taxi vonden we te duur. We hoopten natuurlijk op een vlotte lift van behoorlijke, degelijke Fransen.. Niet op een herhaling van een paar dagen geleden. We verwachtten ook geen moment dat we dezelfde Fransozen zouden treffen (zie deel 3). Natuurlijk niet. Dat was impossible. En ondenkbaar.
Dus.

Wordt vervolgd!

4 opmerkingen:

Toaske zei

Dus, wordt vervolgd. Grmbl!!!

Roelien zei

Ja, ik zie het allemaal voor me....

Ik zou bijna niet meer op vakantie durven naar LDF, geweldig geschreven hoor!

baasbraal zei

Snel, snel, schrijf het volgende deel. Ik ben ook met een serieverhaal rampvakantie bezig, even onderbroken door een wespennest, maar ik ga door.

Mira zei

Het blijft leuk en spannend!