woensdag 24 juli 2013

Komkommertijd in huize Pollenstein

Gisteren heb ik iets gedaan wat ik al zestien jaar eerder had moeten doen. Al zestien jaar wonen we hier en al zestien jaar dacht ik dus dat onze voordeurbel viezig grauw-grijs hoorde te zijn. Gisteren verveelde ik me, ik kan niet veel met dat warme weer, en poetste verveeld wat over die bel. Bleek te helpen. Poetste nog wat meer, pakte schuurspons, schuurmiddel en wat niet al en ja hoor, de bel bleek dus in wezen wit te zijn! 


Bij gebrek aan voor-foto om deze metamorfose te bewijzen hier op het wereldwijde web, dook ik in de fotoalba van de Polletjes. Dit kiekje is uit 2000. Weliswaar is de bel in de dertien jaar die volgden nog flink vergrijsd, maar u ziet het verbluffende verschil!


Elke keer als ik nu die bel zie, word ik weer blij!
Ach, zou mijn moeder zeggen: ''t Zijn de kleieieieine dingen die het doen, die het doen!'

zaterdag 20 juli 2013

Later, als ik besuikerd ben

(Lees eventueel eerst dit, dan snapt u van het onderstaande verhaal mogelijk iets meer.)

Later, als ik besuikerd ben en een opgerolde sik heb, wil ik in zo’n fluwelen huisje wonen.


Later, als ik besuikerd en opgerold in een fluwelen huisje woon, wil ik er zo'n boertje bij. Een koppig  grijs boertje.


Later, als ik met m’n koppige boertje en opgerolde sik in dat fluwelen huisje woon, wil ik er ook een weitje met een geitje-met-een-pet bij.


Later, als ik met die geit-met-een-pet en dat koppige boertje in dat fluwelen huisje woon, wil ik er ook een eiig ezeltje met appelwangetjes en groene ogen bij dat zachtaardig gaat schommelen als je 'm niet elke dag aait.

  
Later, als ik met dat eiige ezeltje, die geit-met-een-pet en dat koppige boertje met een opgerolde sik in dat fluwelen huisje woon, wil ik er ook kippetjes bij. Kippetjes die poppetjes leggen.


Later, als ik met die kippetjes die poppetjes leggen, dat eiige ezeltje, die geit-met-die-pet, dat koppige boertje met een opgerolde sik in dat fluwelen huisje woon, bak ik met de poppetjes van de kippetjes in mijn boerenkeukentje met de grijze gordijntjes rimpelige balkenbrij.
  

En die rimpelige balkenbrij smikkelen we dan op een glooiend vachtje op, terwijl we samen met de geit-met-de-pet, de eiige ezel met appelwangetjes en de kippetjes uitkijken over het rood-wit geblokte korenveldje achter ons fluwelen huisje. Dan geeft het koppige boertje me nog 's een zoentje op mijn opgerolde sik en giechel ik even. En dan wrijf ik besuikerd tegen zijn grijze baardje en dan zeggen we tegen elkaar: 'Ik hou van je.'



Later als ik besuikerd ben is er namelijk niets veranderd aan onze liefde. 

maandag 15 juli 2013

Later, als ik lief ben

Later, als ik lief ben en rimpelige appelwangetjes heb, wil ik in zo'n popperig huisje wonen.

Later, als ik lief en appelig in een popperig huisje woon, wil ik er zo'n boertje bij. Een lief, zachtaardig boertje met een pet.


Later, als ik met m'n lieve boertje met zijn pet en appelwangetjes in dat popperige huisje woon, wil ik er ook een weitje met een geitje-met-een-sik bij.


Later, als ik met die geit-met-een-sik en dat lieve boertje in dat popperige huisje woon, wil ik er ook een koppig ezeltje met fluwelen ogen bij dat verdrietig gaat balken als je 'm niet elke dag over z'n zachte grijze vachtje aait.


Later, als ik met dat fluwelen ezeltje, die geit-met-een-sik en dat lieve boertje met de pet in dat popperige huisje woon, wil ik er ook kippetjes bij. Kippetjes die eitjes leggen.

Later, als ik met die kippetjes die eitjes leggen, dat fluwelen ezeltje, die geit-met-die-sik, dat boertje met de pet in dat popperige huisje woon, bak ik met de eitjes van de kippetjes in mijn boerenkeukentje met de frisse rood-witgeblokte gordijntjes pannenkoeken.



En die besuikerde opgerolde pannenkoeken smikkelen we dan schommelend op onze schommelbank op, terwijl we samen met de geit-met-de-sik, de fluwelen ezel en de kippetjes uitkijken over het groenste groene glooiende korenveldje achter ons popperige huisje. Dan geeft het boertje met de pet me nog 's een zoentje in mijn nek en giechel ik even. En dan wrijf ik mijn rimpelige appelwangetje tegen zijn grijze baardje en dan zeggen we tegen elkaar: 'Ik hou van je.'

Later als ik lief ben.


vrijdag 12 juli 2013

Pollenvriendelijkheid en - humor

Vriendelijkheid:


Kunstpol: Wil jij nog 'stokjes'?

Ex-studiepol: Nee, jij mag de rest, hoor.

Kunstpol: Dank je!

Het is weer chipsavond en bovenstaande zinnen werden werkelijk waar uitgesproken door onze überpübers. Nooit, maar dan ook nooit in hun hele leven heeft de een de ander zomaar zoiets gegeven. Ik heb weer hoop. Hoop dat het ooit toch nog goed komt. Dat ze écht wat voor de ander over gaan hebben.


Humor:

Ik: Jongens, wat zullen we vanavond gaan eten? Iets gezonds graag, en geen flauwe grappen, alsjeblieft.

Ex-studiepol: Nou, die lijken me ook helemaal niet lekker.

maandag 1 juli 2013

Een tuintje van mijn hart

Ik heb een tuintje. Een tuintje van mijn hart. Het stelt niets voor, gewoon een stukje grond 'gepikt' van de huisbaas die er niets mee doet. Ik heb er wat dingetjes in gezet. Ik heb geen groene vingers, vind het al gauw best, maar ik geniet wel elk jaar van de tulpen, lelietjes-der-dalen, en van het bloeiend onkruidig spul dat ik erin geïmporteerd heb.

Dit jaar zou zelfs de hortensia weer gaan bloeien, na vijf jaar armetierigheid.


We zaaiden er worteltjes en radijsjes, die vooralsnog geen oogst opleverden, wel overmatige slakkenbelangstelling voor de radijzen, maar wie weet wat voor 'n penen we zouden kunnen opdissen uit de rijke aarde.

Ooit vroeg ik een bloeiende kamerplant van Grote Pol en toen kreeg ik dit gedrocht, foto hier ergens links. Die staat er dus ook in.


De stoelen die er zo landelijk staan te rotten konden we niet wegdoen bij het grofvuil vanwege nostalgische emotionele herinneringstoestanden en waren perfect als planthouder en kattenhangplek.



Kunstpol heeft zijn eigen gedeelte op geheel unieke wijze beplant en had daar nog wilde plannen mee: een knaloranje plant in de krater van de steenhoop moest de illusie van een vulkaan wekken. De dode 'boom' zou behangen worden met vogelhuisjes en de stenen her en der op de bodem verspreid zouden zich hoogstwaarschijnlijk wel spontaan vermenigvuldigen en rotstuin worden.



Nu worden de huizen rondom ons verkocht voor grof geld, en daar hoort dan blijkbaareen privéparkeerplaats bij. U raadt het al: mijn tuintje wordt weer teruggepikt en binnenkort wordt dat een parkeerplaats. Onder de duivenschijtboom, dat dan weer wel.

Als ultieme daad van verzet overweeg ik, geheel in stijl met mijn wijze van tuinieren, het planten van een hasselbraamstruik.