donderdag 31 maart 2011

Onbegrijpelijke uitspraken

Kunstpol kan er wat van. Als hij niets te zeggen heeft, praat hij tóch honderduit. Meestal luister ik dan niet, of met een half oor, want ik krijg er tetterende oren van en wordt horendol. En de meeste uitspraken zijn toch onbegrijpelijk voor gewone stervelingen.
Vandaag luisterde ik dus even wel, en ja hoor: tetterende oren én horendol. Blij dattie even weg is, kan ik weer op adem komen. Het brein van die jongen is echt onnavolgbaar. Om dat te bewijzen twee uitspraken van het afgelopen uur. En nee, er was geen duidelijke contekst waaruit u zou kunnen afleiden wat die jongen eigenlijk bezielde.
- Ik kan als enige hier in huis geen noten lezen en dat wou ik graag zo houden.
- Papa, mag ik m'n naam veranderen? Ja? Dan wil ik graag Foe yong hai heten. Kan dat?

Over twee dagen begint overigens hier op dit onnavolgbare blog het PurperpollenPrijzenParade. Dattuhetevenweet. Of vindt u dit ook onbegrijpelijk? Zaterdag wordt alles duidelijk, contekstueel gezien. Dat beloof ik u.

O ja. Natuurlijk is dit blog niet onnavolgbaar. Hier ergens rechts kunt u mij gaan volgen, als u dat nog niet deed.

dinsdag 29 maart 2011

Echo

Vanmorgen moest ik voor een echo naar het ziekenhuis. Nuchter. Ook dat nog. Zelfs m'n dagelijkse portie pillen mocht ik niet slikken. Nou. Moet je net mij hebben. Ik word pas een beetje leuk als ik m'n pillen binnen heb. Én m'n ontbijtje.
'Bent u wel nuchter?' vroegen ze vanmorgen bij de balie. 'Letterlijk en figuurlijk,' antwoordde ik vlot. Maar dat antwoord had ik gerepeteerd toen ik nog niet nuchter was, anders had ik dus niet zo leuk uit de hoek kunnen komen.
Op de echo-afdeling werkt een hele knappe man (echomacho), dat wist ik nog van de vorige keer. Ik had dus extra goed m'n best gedaan een kilootje af te vallen. (Lippenstift doe ik nooit op en ik heb al een man, dus de make-up liet ik ook deze keer maar achterwege. Dat u niet denkt dat ik een mannenverleidster ben. Nee, zeg. Ik wilde gewoon niet voortdurend m'n buik zo extreem in moeten houden bij een man. Bij een vrouw maakte het me om d'een of d'andere reden minder uit. Dacht ik.)
Ik werd opgehaald door een echomevrouw. Eerste tegenvaller. Ze was ook nog mooi en slank. Dat maakte het nog wat extra zuur. Dan krijg je toch het idee dat je minimaal tien kilootjes extra had moeten afvallen.

De echomevrouw was poepchagrijnig. Tweede tegenvaller. Ze moest niet eens lachen om mijn zorgvuldig ingestudeerde grapje over nuchterheid, dat ik nog eens herhaalde. Een goede grap mag je namelijk best nog eens maken.

Grote Pol had speciaal m'n roze behaatje nog gewassen, maar ook die moest uit. Derde tegenvaller.

Ik moest maar even gaan liggen, met m'n armen boven m'n hoofd. Prima, als je je oksels van tevoren fris geschoren hebt. Maar dat was ik even vergeten. (Ik had alleen maar aan m'n benen gedacht, maar m'n broek moest aanblijven. Gelukkig maar, want eerlijk gezegd heb ik ook m'n benen nog niet onder handen genomen, ik had er alleen maar aan gedacht. Denken en doen is twee.) Vierde tegenvaller. Maar het viel ook wel weer een klein beetje mee, want ik had wel m'n lekkerste deodorant gebruikt. Iets passioneels. Dat hielp trouwens niet tegen de echomevrouw, die bleef net zo chagrijnig.

Toen moest ik voortdurend inademen en elke keer heelheel lang diezelfde adem vasthouden. Ze deed het er gewoon om, denk ik. Want als ik inadem krijg ik een bolle buik. Een nóg bollere buik, bedoel ik. En toen moest ik zelfs ook nog een paar keer inademen én een bolle buik maken. Ze had zeker nog nooit een luchtballon gezien.
En mensen, even tussendoor, hoe lang kun je van iemand vragen de adem vast te houden? Is twee minuten wel reëel? Dat kun je toch niet van iemand verlangen? En dan ook nog keihard met dat echoding porren. Nou, dan stokt je adem vanzelf wel. Of zat ze telkens mijn vetschort weg te duwen?
Ze echoode m'n maag, m'n lever, m'n milt en noem alle organen in die regio maar op. Ze had er plezier in, volgens mij, want in plaats van alleen de bovenbuik deed ze ook nog al m'n darmen (twaalf meter, toch?), m'n eierstokken, m'n baarmoeder en blaas en weet ik veel wat ik nog vergeten ben. Appendix, eilandjes van Langerhans en nog minimalistischer onderdelen. Ik kreeg er een zuurstofgebrek van.
M'n longen deed ze overigens niet. Anders was ze vast wel geschrokken van alle acuut afstervende longblaasjes. Stiekem ademde ik licht in en uit, maar dat had ze meteen door: 'Adem vásthouden!' Nou ja. Ze wilde waarschijnlijk ook nog de sterretjes echograferen die ik zag. Maar ha, dat kan een echo-apparaat dan weer niet.

Na ruim een kwartier porren en duwen en ettelijke nijpende ademtekorten had ze nog niets bijzonders gevonden, dat was de eerste en enige meevaller. En toen mocht ik de gel heel snel even afvegen met een handdoekie, want ik moest opeens weg. Ze duwde me bijna in het kleedhokkie. Ik zit nóg onder de klodders. Maar gelukkig maakt die gel geen vlekken op mijn  roze behaatje.

zondag 27 maart 2011

Muffe muffins

Al jáááren had ik een muffinvorm in de la onder de oven liggen. Grote Pol ontdekte 'm toen hij de boel overhevelde naar het nieuwe fornuis. 'Wat is dát?' vroeg hij vies, want het ding was enigszins (eufemisme) aangetast door de tijd en het stof dat zich altijd in zo'n la verzamelt. 'Dat is nu een muffinvorm,' doceerde ik. (Sindsdien heeft Grote Pol het in zijn verstrooidheid steeds maar over brownies, maar dit terzijde.)
Dus vorige week toog ik met hernieuwde moed aan het bakken. De eerste en enige keer dat ik muffins had gebakken met die vorm was het hopeloos mislukt. De anti-aanbaklaag was niet zo goed als ik gehoopt had, gewoon invetten bleek achteraf geen luxe.
Maar goed. Vorige week vette ik de vormpjes in dat het een lieve lust was, bakte ik heerlijke bananenmuffins met een kruimeltopping. Ze gingen erin als koek. En ik vroeg mezelf af waarom ik dat nu niet eerder had gedaan. Het enige minpuntje was die tijdrovende rotklus van het invetten.

Gisteren bakte ik weer muffins. Ander recept. Misschien was dat het.
Of misschien was dit chemisch goedje de veroorzaker, dat zou jammer zijn want het werkt als een trein. Of de grotere hoeveelheid bakpoeder. Maar de Muffins smaken MUF! Zelfs de vogels lusten er geen brood van.
Hebben jullie een goed muffinrecept?

zaterdag 26 maart 2011

Een fijn puberbrein

Dat puberbreinen bijzonder zijn, wisten we al. Hoe ze precies werken, gaan Grote Pol en ik lezen in het onlangs aangeschafte boek Puberbrein binnenstebuiten










Maar over het algemeen vind ik het puberbrein best fijn. Die breinen van de Polletjes in elk geval wel.
Het eerste wat we hoorden bij het tienminutengesprek van afgelopen maandagavond was dat ons Polletje zo'n leuke jongen was, met veel humor.
Ja, dát dan weer wel.
Maar van een vak als economie heeft ie nog geen kaas gegeten.
Onbelangrijk detail.
Vindt het betreffende Polletje zelf ook.

Dit Polletje kan ook onwijs wijs zijn. Zo drukte hij me laatst op het hart om niet te blijven sippen, maar te genieten. Voor hem was het zo logisch: dat niet alles goed gaat in je leven, hoeft geen reden te zijn om geen leuke dingen te doen. Altijd maar te treuren en bij de pakken neer te zitten. 'Je bent niet veroordeeld om te blijven rouwen.'

En ja. Geef hem eens ongelijk.

Nee, dat puberbrein is chill-fijn.
Ech wel.

Nu alleen nog even een vette voldoende halen voor economie. Zou kapot gaaf zijn.

vrijdag 25 maart 2011

Ik ben een kip


Een kind uit groep 3 stond mij een poosje aandachtig te bekijken. Het leek of hij me nog nooit gezien had en blijkbaar vond hij me wel heel bijzonder. Toen liep hij op me af en vroeg nieuwsgierig en vol ontzag: 'Bent ú nou juffrouw Tok?'

donderdag 24 maart 2011

DWZI een tas vol kunstwerken

Mijn oma, die in januari op 98-jarige leeftijd overleed, was een echte kunstenares. Aquarelletjes, etsjes, boetseerwerkjes, ze draaide er haar hand niet voor om.
Ze kliederde en kladderde wat af en vond het zelf vaak niet veel bijzonders.
Dat was het ook wel eens, niet veel bijzonders, maar meestal niet.
Meestal was het gewoon hartstikke mooi, lollig, ontroerend of gaaf, vooral omdat het resultaat alwéér zo ontzettend bij mijn oma paste. Haar werkjes ademden oma uit en oma was gewoon een geweldig mens. Zoals je over een echte Rembrandt spreekt, zo kunnen haar zeven kinderen, haar tweeëntwintig kleinkinderen (incl. aanhang) en haar zestien achterkleinkinderen (excl. aanhang) ook over een echte Oma spreken.
We mochten een kunstwerkje uit de enorme stapel, uit die overvloed aan Oma's werken, kiezen, ter nagedachtenis aan haar. Nu hangt er her en der al een echte Oma in huize Pollenstein, maar er kon nog meer bij.
Deze Oma's kozen we:



Klik hier voor de deelnemerslijst.

Elpee 2: Sprookjes op z'n Indisch

Vroeger draaide ik dus graag elpees. Op nr. 1 stond Bambi, maar op nr. 2 stond toch echt wel deze plaat. Misschien wel duizend keer heb ik 'm opgezet en afgeluisterd.
Luister en kijk eerst maar eens naar dit fragmentje. Let niet op het trillende beeld (Purperpolletje heeft een dag gewerkt en is moe...).
video

Ik kon vroeger enorm wegdromen en doen of ik daar in Indië woonde, in de tempo doeloe. Met een kleurige (rood-paarse) sarong en een baboe die mij pisangs gaf. Overal frisse beekjes en groene planten met felgekleurde, grote bloemen die ik in mijn lange vlechten kon steken. En vooral elke dag onbeperkt kroepoek, saté babi en nasi rames.
Ik probeerde de woordjes die op de achterkant stonden uit m'n hoofd te leren, dan kon ik zó emigreren.
En wow, wat een intonatie en articulatie had die Johan Fabricius met z'n fabelachtige overhemd. Die rollende r, die klonk zo superrr. Dát nadoen, dat kon ik niet. En nog steeds heb ik zo'n slappe huig-r.

Ik moest weer aan deze elpee denken, toen ik een week of wat Oeroeg van Hella Haasse herlas. Wat een andere wereld in dat verre Indië... En wat een vertekend beeld had ik...

Maar stel, stel dat ik er nu woonde. Welke sandalen droeg ik dan?

woensdag 23 maart 2011

Sandalenweer

Zodra het lente is en het iets warmer dan 12 graden is, wil ik sandalen aan. Móet ik sandalen aan. Dan ben ik de strakheid van sokken, laarzen of schoenen echt zat. Dan wil ik Vrijheid. Lekker ongelimiteerd alle kanten op wiebelen met m'n tenen, rondjes draaien met m'n enkels, zon en wind op mijn blote huid. Licht en lucht op die voetjes!

Maar ik heb een probleem. Een nierprobleem, dat zie je niet zo. Behalve dat mijn hoofd iets van een luchtballon heeft (=Prednison) en dat mijn voeten vaak opgezet zijn.
En de schoenmode is verkeerd. Vorig jaar ook al, maar toen had ik nog oude sandaaltjes waar ik op liep. Maar nu zijn die sandaaltjes echt te oud geworden, ik krijg acuut pijn in mijn rug en enkels als ik ze draag. Ja, ook met nieuwe zooltjes erin.
En als ik leuke, nieuwe sandalen pas (ik wil eigenlijk alleen Wolky's of Zoo's), ziet het er echt gek uit. Dat vinden de verkoopsters ook, dus dan is het zo.
Zo ziet het eruit, ongeveer dan:


Dus moet ik nu verplicht sandalen kopen die ik niet mooi vind. En die bovendien slecht voor ons huwelijk zijn. Of heeft u een beter idee?

dinsdag 22 maart 2011

Elpee 1: Bambi

Vroeger, beste mensen, vroeger draaide je elpees. Zo'n ronde schijf met een gaatje in het midden. In huize Pollenstein worden nog steeds heul veul elpees gedraaid, maar dat komt door Grote Pol. Die houdt van heul veul elpees.

Hij houdt niet van mijn oude elpees. Die grijsgedraaide dingen van vroeger. Die ik nu nog bijna uit mijn hoofd ken. Eindeloos kon ik me ermee vermaken. En mijn favoriet was Bambi. Vooral die liedjes, geweldig vond ik ze. Later wilde ik net zo mooi kunnen zingen als Helen Shepherd. En net zo mooi kunnen vertellen als Piet Ekel.
Nou, beste mensen. Dat is aardig gelukt. Hah hah hah.
Even een kort geluidsfragmentje:


video

Ergens op een plekje achteraf, in een stoffig hoekje, staat mijn rijtje elpees. En als ik weer eens in een nostalgische bui ben, pak ik ze en snuif ik eraan. Zet ze nog eens op en zing zo weer mee. Op Bambi staan van die prachtige, lichte, zoete lenteliedjes. En ook het fragment hieronder, maar dan net iets anders... (leuker nog, liever nog, zoeter nog - de Polletjes kunnen het perfect imiteren: 'Wóggel?' 'Nee, Bambi: vvvvlin-durrrr-tjuh!')



Ohw, zwijmel. Het is lente!

maandag 21 maart 2011

Het Puberbrein

'Och...' en: 'Ach...' en: 'Zo'n vaart loopt het niet...'
Dat dachten wij. Dus.
En nee, het valt heus reuzemee, dat puberen. Leuke jongens zijn het. Pubers opvoeden? Een eitje! Vonden we. Vinden we. Meestal dan.

Maar vanavond wel even op tienminutengesprek geweest voor een van de Polletjes.
En ja. Dat boek moesten we toch maar eens aanschaffen. Puur Algemene belangstelling, hoor. Interessant, interessant. En misschien, heel misschien, kunnen we er ook nog wat van leren.
Want opvoeden is één ding. Maar er blijken nog meer zaken een rol te spelen.

zondag 20 maart 2011

Toktok

Vandaag deed ik m'n rondje bos weer.
Samen met Parapol. Als je met Parapol wandelt, ben je nét niet aan het joggen. Man, wat loopt dat joch hard. Gelukkig maar dat ik in topconditie ben. Not.
Maar ik heb toch goed om me heen gekeken, hoor. Want al dat moois, dat wilde ik niet missen.
En Parapol loopt dan wel hard, maar mist niets. Die jongen ziet en hoort alles.
Een buizerd,
een dikke hommel net ontwaakt uit zijn winterslaap,
vossensporen,
een vreemde snoeshaan,
een gewone specht hier of daar.
Vroeger benoemde hij ook alles wat hij zag. 'Hé kijk, een dode ....'
En vul dan maar in.
Dat kon nogal variëren: van egel tot scholekster, van mier tot koe.
En dan moesten wij stoppen en met gepaste eerbied en respect toekijken hoe hij erbij hurkte en alles ernstig en van zeer nabij aanschouwde.
Vandaag stonden we bijna nergens bij stil. Ja, even bij een stapel stammen en een toktoktokkende specht. En hadden we gesprekken over Heel Andere Zaken. Over vakantiewerk en zaterdagbaantjes en Levenswijsheid en Liefde in het Algemeen.  
En het was zo heerlijk.

zaterdag 19 maart 2011

112

Een uurtje geleden heb ik voor het eerst in mijn leven 112 gebeld. En dat was hard nodig. De schrik zit nog een beetje in m'n buik.
We waren daarnet op een leuk feest en op de terugweg namen we iemand mee in de auto, een vriend van onze vrienden. Hij vertelde net over zijn werk in de psychiatrie, toen we een duidelijk verwarde vrouw aan de rand van de vluchtstrook van de A12 zagen drentelen. Snel gestopt, vriend en Grote Pol erheen, ik 112 gebeld. De vrouw wilde steeds de rijbaan oplopen, waar de auto's met grote snelheid voorbij raasden, de mannen konden haar tegenhouden. Ze was angstig, waarschijnlijk psychotisch, contact maken was niet mogelijk. Politie kwam redelijk snel, de vrouw werd eerst nog angstiger, maar we konden met een gerust hart verder rijden. Deze vrouw had duidelijk hulp nodig.

O, wat was dat ontzettend zielig. Wat kan een mensenleven ingewikkeld zijn, zo moeilijk dat deze vrouw letterlijk op het randje balanceerde.
En o, wat was het 'toevallig' dat wij langsreden, dat deze man bij ons in de auto zat en dat we eerste hulp konden verlenen. Ik bid voor het leven van deze vrouw.

vrijdag 18 maart 2011

DWZI een kunstenaartje

Hè, hè, er begint hier weer wat energie te stromen. De Polletjes zijn nog maar een beetje zielig, zwak en misselijk en vertonen ook weer wat meer initiatieven. Gelukkig maar, want ik was bijna gillend gek geworden. Als je moeder (ik dus) het meest Interessante Bewegende Object in de kamer is (en je (de Polletjes dus) mag wéér niet computeren of televisie kijken) en je haar dus voortdurend volgt en becommentarieert, weet je zeker dat je haar op de kast kunt jagen.
Nou. Dát heb ik dus niet getekend, want ik zat daar (op die kast) deze week zo vaak dat het niet leuk meer was. Jammer voor u, want het had vast een leuke tekening opgeleverd.
Nee, het wordt tijd voor weer iets positiefs.

Voila!

En nog even een link naar een berichtje van het eerste uur, toen Kunstpol ook al zo veelbelovend aan de weg timmerde!

Fijn weekend allemaal.

donderdag 17 maart 2011

2,5 halfzieken

Inmiddels lopen er hier tweeënhalve halfzieken rond. Dus reken maar uit hoe gezellig het hier is.

Toen het nog kleine peutertjes waren en ze waren ziek, zwak, misselijk en écht zielig, las je een boekje voor, gaf je ze een autootje en speelden ze al snel weer wat. Of ze sliepen. Geen centje pijn.

Tussen hun peutertijd en puberteit zijn onze mannen eigenlijk nooit echt ziek geweest.
Ik denk dat dat het is. Ze weten niet wat hen overkomt, nu. Het is een emotioneel gebeuren hier! Elk pijntje, elk braakneiginkje, elk tiende graadje koorts moet verwerkt worden. We zijn nog maar een klein stapje verwijderd van hyperventilatie, tranquilizers en valeriaan.

Halfziek zijn ze nog maar. Het grote braken is gestopt. De temperatuur van beide heren valt weer binnen normale waarden. Maar er is geen land meer mee te bezeilen. Pijntjes hier en daar, steken zus en zo. Redenen te over om alleen maar televisie te kunnen kijken. Of te computeren. En te vervelen, te hangen en te wachten. Alleen heb ik geen idee waarop ze dan wachten.

De beste stoel moet bezeten worden, want op die andere stoel kun je niet goed ziek zijn.
De bank, met een kussentje en een oud dekentje, moet belegen worden, want dat is het beste signaal dat je kunt uitzenden om te zorgen dat je morgen nog écht niet naar school kunt.
Een steekje hier of daar is het beste bewijs dat je écht niet kunt afdrogen, of tafel dekken.
Een paracetamol, met veel theater doorgeslikt, moet het perfecte alibi gaan vormen voor ... Ja, voor wat eigenlijk?

Binnenkort heb ik een perfect alibi nodig, want ik krijg hier wraakzuchtige neigingen van.

Maar goed. Da's altijd beter dan braakzuchtige neigingen.

woensdag 16 maart 2011

Wonderlijk

Het is wonderlijk, hier. Iemand in dit huishouden, en ik ben het zelf niet, zit namelijk aan het eind van zijn menstruele cyclus. Alle symptomen wijzen erop. Dat u het even weet.

Uitleggen kan ik het ook niet, want de logica van deze persoon hier in huis is onnavolgbaar. Helaas. Hiermee zult u het moeten doen.

dinsdag 15 maart 2011

Puberwijsheid

Wij hebben het zó getroffen. In ons huis wonen twee bronnen van opperste wijsheid. Puberwijsheid zelfs.Het orakel van Delphi is er niets bij. Beter kun je niet krijgen.  Wat een voorrecht.
Allerlei moeilijke dingen worden moeiteloos haarfijn verklaard, voor oplossingen op problemen kun je altijd bij hen aankloppen en man o man, wat weten ze veel van Het Huishouden.
Bijvoorbeeld wanneer hun slaapkamer opgeruimd moet worden (twee keer per jaar). Of hun bed verschoond (nooit). Hoe vaak ze moeten douchen (hooguit één keer per week). Hoe vaak ze schone kleren aan moeten (dagelijks). Wat we moeten eten (patat). Waar we heen moeten op vakantie (Normandië).

Gisteren kregen we op onze kop, Grote Pol en ik. Iemand van ons had het gore lef gehad het raam op een van hun slaapkamers open te zetten. Dat leek ons wel nuttig, i.v.m. met de zware braaklucht daar.
Dat Hadden We Dus Nooit Moeten Doen. Waarom niet? Nou, als het raam openstaat komen er onmiddellijk drommen motten naar binnen (die dus daarvoor zich al tijden ophielden aan de buitenkant van dat raam, te wachten en te wachten) om zich behaaglijk te kunnen nestelen in de vooroorlogse militaire jassen die op diezelfde braakkamer hangen.
Dat we dat niet begrepen.

Dat ik toen zei dat hij later, als hij groter was, ons echt wel zou gaan begrijpen en waarderen, wilde er niet in. Nee. We kregen weerwoord: 'Later, als ik groot ben, zullen jullie misschien eindelijk zo wijs geworden zijn om mij te begrijpen, maar ik heb er weinig hoop op. Jullie hebben wel bewezen dat jullie er he-le-maal niets van begrijpen.'

Ach. Het is hopeloos.

maandag 14 maart 2011

Een blogje vol keuzemogelijkheden

U treft het. Uw favoriete blogster heeft weer wat moois voor u in petto. Een interactief blogje met een ontsnappingsroute, een  keuzemogelijkheid, een quizvraag, hilarische gebeurtenissen, een duidelijk onderwerp én een Purperpolpoll!
U fronst nu misschien verontrust uw al of niet geëpileerde wenkbrauwen: ontsnappingsroute? Is die nodig dan?
Wellicht, beste mensen, wellicht. Als u een zwakke maag hebt, niet bestand bent tegen onsmakelijkheden die toch zo vermakelijk zullen zijn, of gewoon niet van braakverhalen houdt. Dan zal het lezen u misschien zwaar bekomen.
Maar wees niet bang. Er is, zoals gezegd, een ontsnappingsmogelijkheid. Leest u vooral nog even door.

Er zijn zo in het leven van die ijkpunten. Dingen waar je met plezier aan terugdenkt, of met afgrijzen. Verhalen die je je kindskinderen zult vertellen, gebeurtenissen die je je hele leven niet zult kunnen wegherinneren.
Zoete en zure. Zoute en bittere. En zo is de stap naar het ware onderwerp van dit blogje snel gemaakt: dit is een BRAAKBLOG. Het gaat hier in dit berichtje over braakverhalen.

Let op. Hier is het eerste aangekondigde element: de ontsnappingsroute (tevens keuzemogelijkheid 1).

1. Na het bovenstaande gelezen te hebben, maakt u nu een keuze.
a. U klikt weg naar een andere, smakelijker, site. Of u checkt uw mail voor de honderdste keer vandaag en komt hier even niet meer terug. Het volgende berichtje, ik beloof het u, is vast beter te verteren.
b. U bent nu zó onpasselijk: u gaat buiten een lenteluchtje scheppen, rommelt wat in uw tuin of balkonbak en probeert mij zo snel mogelijk te vergeten.
c. U leest door, want uw nieuwsgierigheid wint. Wellicht weet u uit ervaring dat het hier nooit echt de spuigaten uit zal lopen.

Maak nu uw keuze.

....

Gefeliciteerd! U heeft gekozen voor mogelijkheid c. U bent dapper, stoutmoedig en niet voor een kleintje vervaard.

Volgende keuzemogelijkheid:

2. Wilt u braakverhalen uit
a. het verleden?
b. het heden?
c. de toekomst?

Tja. U wilt het allemaal - heden én verleden én toekomst? Nou, nou, toe maar. Voor niets gaat de zon op. Braakverhalen uit de toekomst kan ik u helaas niet bieden, wel uit het verleden en het heden.

Om te beginnen bij het heden. Verpakt in een quizvraag.

3. Wat is voor een willekeurige puber met weinig braakervaring het uitgelezen moment en de beste plaats om tot braken over te gaan?
a. 's Morgens na het ontbijt, keurig in de toiletpot.
b. 's Middags op de fiets uit school, ergens in de bosjes langs de weg.
c. In het holst van de nacht, als je nog halfzieke moeder haar slaap het hardst nodig heeft, je vader net in een fijne REM-slaap is verwikkeld, boven in je huizenhoge, moeilijk toegankelijke hoogslaper waarbij kussen én dekbed én onderlaken vakkundig en zorgvuldig volledig bedekt worden. Waardoor beide ouders geruimte tijd bezig zijn met het gigantische spoor van braaksel ruimen, (van het matras schrapen,) een schoon bedje improviseren, wasmachines volladen en wat dies meer zij.

U koos massaal voor c. Perfect. U bent een goed verstaander en heeft aan een half woord genoeg. Dan nu een bonusvraag:

4. Purperpolletje voelt zich nu:
a. kipfit.
b. brak.
c. opgelucht.

Dan naar het verleden. Ik schreef hierboven al iets warrigs over ijkpunten. Niet dat u er iets van begreep, natuurlijk. Dat verwachtte ik ook niet, hoor. 't Is ook een beetje onzinnig. Ik bedoelde alleen iets te zeggen over gebeurtenissen die je bij blijven. Die kent u ook. En u weet u ook vast nog wel een sappig braakverhaal van uzelf of uw kinderen te herinneren.
Ik heb zelfs drie sappige, maar onsmakelijke braakverhalen. Ik zal ze kort en zakelijk uit de doeken doen. En wat nu het aller-, allerleukste is van dit hele onzinnige blogje: u mag daarna gaan stemmen. Welk verhaal vindt u het meest hilarisch?

a. Ik was een jaar of acht en logeerde bij vriendinnetje D. Voor het eerst in mijn leven at ik babi pangang. Die hadden ze gehaald bij de chinees. Thuis aten we ook wel eens een bak bami of nasi , maar zoiets exotisch had ik nog nooit gehad... De vader van D. zat likkebaardend te genieten, de moeder van D. lachte haar lieve lach, de zussen van D. smulden mee en D. vond het zelf ook wel lekker. Maar ik niet. Voor het eerst in mijn leven proefde ik kruiden. Thuis zat er hoogstens wel eens wat paprikapoeder door het eten, meer niet. Dapper at ik wel mijn bordje leeg, want dat hoorde zo.
U raadt het al. Het ging mis. Mijn maag was er niet tegen bestand en tegen de ochtend werd ik zo misselijk dat ik alles eruit móest werken. In de badkamer was een groot groen bad, dat was te groot, een groene wc, die zag ik niet staan en een groene (?) wastafel die me uitermate geschikt leek voor de ontvangst van mijn maaginhoud. Binnen no-time gooide ik alles eruit. Vriendinnetje D. werd ook wakker en zag welke schade ik had aangericht. Ze ging naar de keuken en kwam terug met een juslepel waarmee we zorgvuldig het hele zootje overlepelden naar de wc. Gelukkig kwam toen de nog immer lief lachende moeder van D. ons een handje helpen.

b. Vlak voor Grote Pol en ik trouwden, gingen we op bezoek bij zijn oom en tante. Tante had pompoensoep gekookt. Zoiets had ik dus ook nog nooit gehad. Tante vertelde vrolijk dat ze ook rotte stukjes enzo meekookte. Dat kan ook best, ik ben ook niet bang voor een plekje hier of daar, maar op dat moment viel het verkeerd. De soep vond mijn hart best lekker, hoor, daar niet van, maar mijn hoofd en maag dachten er anders over. De rotte plekjes bleven in mijn hoofd en maag rondzingen. 's Nachts, thuis, werd ik misselijk en ging op weg naar de wc, die beneden was. Te ver. De hele trap zat onder de oranje klodders. Moedertjelief poetste alles schoon.

c. Net zwanger van Parapol gingen we op kraamvisite bij ons verse neefje. Ruim tweehonderd treinkilometers ver. Op de terugweg zat de trein bomvol. We konden zitten, maar het gangpad was afgeladen. De hoofdpijn die ik had, werd migraine, ik kon geen licht en lucht meer verdragen en moest écht zo verschrikkelijk overgeven. Het gangpad door, op zoek naar een toilet was onbegonnen werk. Geen plastic zakje, geen bakje, we hadden niets. Toen heb ik alles maar, over Grote Pols knieën heen in het kleine afvalbakje van de trein gemikt. De blauwe muisjes waren overigens onherkenbaar geworden.

En nu, beste mensen, tijd om te stemmen!

(en hier stond dus gisteravond nog een echt pollformulier, geplukt van het wereldwijde web. Maar vannacht is het opeens totaal verschwunden... Mocht u al gestemd hebben: dank, dank! Mocht u nog willen stemmen: gewoon maar in het reactieveld, dan maar.)

(Stemmen tot 15 maart, 20.07 op de poll die af en toe toch zichtbaar was:
verhaal a: 11 stemmen, 32.4%
verhaal b: 10 stemmen, 29.4%
verhaal c: 13 stemmen, 38.2%)

zaterdag 12 maart 2011

Groen

Wilde ik eens een gezellig huis-, tuin- en keukenlogje plaatsen over wat groene dingen hier in huis, word ik geplaagd door een buikgriepje. Groen en geel van misselijkheid zag ik. 't Is nog niet helemaal over, maar nee, het gaat al stuk beter, dank u.
Ik had dus een frisgroen logje in gedachten, maar als je midden in de nacht telkens brakend boven de oude luieremmer hangt, vergaat de frissigheid je wel...
En zo'n gewoon logje zou het ook niet worden, want u kent mij. Tenminste. De meesten van u kennen mij wel een beetje. En die weten dat er altijd wel wat leuks, doms of geks te beleven valt in huize Pollenstein.

Vandaag iets doms. In eerste instantie was het best slim van mezelf, vond ik. Een glazen lampenkap hergebruiken en bombarderen tot binnenkas, dat klinkt hoogst intelligent. Maar niet als je weet dat de tweelingbroer van deze kap in duizenden stukjes was geëindigd. En als je weet dat ik wel eens wat laat vallen, weet je al helemaal zeker dat het dus geen goed plan was. Maar het zag er wel leuk uit:
Ik voorzag een geweldige taugéoogst, maar dit gedoetje eindigde in een gesplinterde, waterige puinhoop met groene, pruttige dingetjes o-ver-al op de harde vloer. En de stofzuiger was in de reparatie. Arme ik.

Ook nog wat leuks te melden, Purperpolletje? Nou. Ach.
Ik kocht bij X.enos dit kasje, maar dat werkt dus voor geen meter als ie niet in de zon kan staan. Het staat wel leuk, hoor, daar niet van, maar er is totaal geen broeikaseffect te bekennen. Rechts gaat nog wel, da's lathyrus en dat groeit overal wel. Links, da's een stuk minder. Basilicum moet dit schimmelige goedje worden...Ik wacht op nog iets beter weer, en dan zet ik 'm buiten onder een afdakje, maar wel in de zon.

Anders nog iets?
Ja. Dit camerahoesje haakte ik laatst met van dat draad dat van kleur verschiet. Jáhaa. Dat was u bijna alweer vergeten, maar Purperpolletje is ook heel handig en creabea met draad en naald en dergelijke. (Ik blijf er heel bescheiden onder.) Maar het gekke is dus dat ik niet kan fotograferen hoe goed de camera past in dat nieuwe hoesje.
Dat dacht ik dus wél eventjes te doen, dacht zelfs even aan bijzondere acties met de zelfontspanner enzo, maar ja, het is u nu wel weer helemaal duidelijk hoe dom ik soms kan zijn. Gelukkig ben ik officieel ziek, dus kan ik wel een potje bij u breken.
Nog één? Is één lampenkap in 4572 stukjes niet genoeg dan? Nou, blijkbaar niet.


Tot slot nog een pretentieloze foto van een hoekje op mijn vensterbank. Van zoiets word ik nu blij. Ondanks alle toestanden, gedoe en geprut.

Dank voor uw aandacht.

vrijdag 11 maart 2011

DWZI dat ik een ernstige obsessie begin te ontwikkelen

Met Parapol was ik op zoek naar iets leuks voor mijzelf in de Wereldwinkel. Ik kreeg van hem ooit, voor mijn verjaardag, een cadeaubon en die wilde ik nu wel eens besteden. Parapol kon natuurlijk fijn adviseren.

Not.

Onze smaken verschillen.
Nogal.
Nogal Erg.

Parapol liet een pannenonderzetter zien, ik keek met een schuin oog, in de (terechte) veronderstelling dat het wel weer niets zou zijn. Uit hout was het woord EAT gesneden, en dat vormde dus de onderzetter. Maar ja. Wereldwinkel, hè? Net even iets anders dan wij gewend zijn: ik las (doordat ik maar met een half oog keek): FAT en zei, nogal hard, vooral voor Wereldwinkelbegrippen:
'Nou ja!!!! FAT, Wie Zet Er Nu Weer FAT Op Een Onderzetter?'

Waarop Parapol me fijntjes wees op mijn afvalobsessie die nu wel zorgwekkende vormen gaat aannemen.

(Trouwens: in één nacht ben ik anderhalf kilo afgevallen: buikgriep!)
(Hoera???)

donderdag 10 maart 2011

Typisch gevalletje verkeerde rij - deel 5 Twee zussen

Ik loop in zo'n goedkope winkel met alles voor nét te veel om zó mee te nemen. Een neppe Rubiks kubus voor €3,-. Kunstpol wil dat al een tijdje wel eens uitproberen, maar €3,- voor een stuk gammel plastic dat onherroepelijk vrijwel onmiddellijk spoorloos tussen de zooi op zijn kamer verdwijnt wil ik niet uitgeven. Een opvouwbaar visserkrukje voor maar €4,-. Dat is echt te goedkoop, dat kan mijn gewicht vast niet dragen. Wel handig, zo'n ding. Voor in een museum of zo, want lang staan, dat kan ik niet.

Binnen no-time had ik het gezien: in deze winkel zou ik niets gaan kopen.

Maar zo'n shop is slim opgebouwd. Je móet langs de eindeloze bakken door een kilometerslang doolhof zonder zijwegen om uiteindelijk bij de kassa uit te komen. Die gang langs de koopjes is zo smal, dat je elkaar net niet kunt passeren. Je wordt dus gedwongen in karavaanopstelling de hele lijdensweg af te leggen.
En wat doet Purperpolletje dan? Die gaat dan op de mensen om haar heen letten. Kijken of er nog wat te beleven valt. Ik trof het, want ik liep achter twee gezellig dikke, volkse zussen van rond de 55 jaar. Ze hadden elkaar heel wat te vertellen, hadden op bijna elk product wel een reactie en ik luisterde ongegeneerd mee.

Het leukste fragment:

'Hier, een neustrimmer, da's wat voor Henk.'
'Nou, jij kan 'm anders zelf ook wel gebruiken...'
'Hè, dat vind ik nu niet aardig van je. Het is toch al zo ongelijk verdeeld: jij hebt alle goede eigenschappen van mama ge-orven, en ik? Ik heb hangende tieten, dikke billen en ook nog kromme benen. En nu neusharen ook nog. Ik lijk precies op pa, behalve dat ik geen slurfje heb.'

De zussen hadden dikke pret...

dinsdag 8 maart 2011

En toen haddik hem de beer gehakt

Geen enkele gêne voelde de doorrookte vrachtwagenchauffeur in de wachtkamer bij de ARBO-Unie. Hij zat te wachten om gekeurd te worden en doodde de tijd door zijn verhalen luidkeels de ruimte in te schallen. En de andere wachtenden mochten, of liever: móesten luisteren (want dit geluid viel niet te negeren). En wat genoten we ervan. Ik laat u even meegenieten:

'Ik mot straks ook voor de keuring
en dah vinnik toch zo'n geldgedoe
want je mot het wel mooi voorschietuh
en weet je wat zo'n papiertjuh kos
ik rij al vijfentwintig jaar dus wah wil je dan
effe bloeddruk gewicht en alles
dat kos dan zoveel uuro
ja ze motte d'r ook van levuh denk ik
en toen most ik voor de curresus Het Nieuwe Rijduh
nou dah is ook wah
dah kos vijfhonderd uuro de man en ik had het om hallef elf al gezien
want ik rij gewoon harstikke netjes
dus ik dee het effe extra netjes weet je wel met dah mannetje naast me in de kabien
- maar ik had het zweet wel lekker onder de oksels klotsen -
en toen wou ik weg pakte me tassie alvast in
maar dat mocht niet want d'r zou nog controle kunnuh kommuh
en dan zouwe ze d'r geld niet krijgen
en toen vroeg ik wat dat nou doet dah nieuwe rijden
en toen zeie ze dah het een liter diesel de honderd kilometer doet
nou vraag ik je een liter de honderd kilometer
en zo'n curresus kos dus zo al vijfhonderd uuro
en zal ik nie weten hoe ik moe rijuh
nou dus dah vertelde ik nog maar es effe
dus toen haddik hem de beer gehakt.'

En hij herhaalde het nog een keer met nog meer klemtoon, zodat hij zeker wist dat we het allemaal gehoord hadden:
'En toen haddik hem de beer ech wel effe lekker gehakt.'

En nu, beste mensen, heb ik u nodig: wie kan me effe uitlegguh hoe je hem een beer hakt?

maandag 7 maart 2011

Over een jarige Jet en een Purperpol die eigenlijk helemaal niet moe is

Gisteravond waren Grote Pol en ik voor het eerst sinds jaren weer eens samen naar een verjaardag. Verjaardagen met meer dan vijf mensen zijn voor mij uhm, uitdagingen, zeg maar. Ik vind het leuk, maar word ook erg moe van het gekakel en de overmaat aan andere prikkels dat ik ze dus maar zoveel mogelijk oversla.
Maar de laatste maand gaat het heerlijk goed met mij. Geniet ik van de energie die ik opeens wat meer blijk te hebben, van mijn eigen ontspannenheid en blijheid, van mijn verbeterde conditie. We wilden het er dus weer eens samen op wagen. En bovendien: een van de leukste en liefste mensen die ik ken was jarig. Eentje die echt voluit geniet van alles wat er zo bij zo'n verjaardag hoort. Alleen al daarom wilde ik erbij zijn, want kijken naar haar: daar word je gewoon nog blijer van.
Een uurtje zouden we blijven, hadden we afgesproken, anders zou ik er alsnog te moe van worden.
En ja. Het was leuk. Het was druk, het was enorm gezellig en de jarige Jet was inderdaad helemaal blij en hieperdepieper en o ja, ik werd er moe van.

Maar toen Grote Pol mij na een uur kwam ophalen uit mijn vrouwenkringetje (we hadden het over blogs...), was ik nog niet uitgenoten en wilde ik eigenlijk nog lange niet, nog lange niet naar huis. Gehoorzaam als ik ben (...) gingen we toch. Maar ik grapte nog: 'Ja, als ik nu niet ga, kan ik morgen weer niets anders bloggen dan dat ik moe ben. En dat is niet wat mijn lieve lezers willen lezen....'

Dus mensen: ik ben niet moe. Alleen maar een beetje. Een heel klein beetje. Maar dat komt omdat ik vandaag weer zo genoten heb van mijn verbeterde conditie. En ik heb ontdekt dat ik best elektromonteur kan worden. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

zondag 6 maart 2011

Olifant met taalgevoel

Kunstpol dendert de trap af. Met olifantenstappen banjert hij de kamer in. Hij rochelt. Hij moppert. Hij murmureert.
Maandag een SO voor Engels. Vandaar.
Heel fijn voor Kunstpol. Die moet altijd flink veel moeite doen voor een mooi cijfer, vanwege zijn dyslexie, maar ook vanuit zijn enorm kunstzinnige taalgevoel, zullen we maar zeggen, waarbij vorm, betekenis en klank van een woord toch een eenheid zouden moeten zijn.
Het botst nogal eens het te leren vreemdtalige idioom en Kunstpols gevoel voor esthetiek en daar moet over gecommuniceerd worden. Want communiceren, zijn gevoel delen, dát doet Kunstpol erg graag. Liever dan de hele tijd saai in z'n uppie zitten blokken op z'n kamer. Véél liever.

Een van de te leren woorden is gorgeous. En daar valt Kunstpol natuurlijk over.
Allereerst over de uitspraak. Zoals hij het zegt, klinkt het als een bijna stikkende geit die bij de tandarts een megagroot gat in z'n achterste plooikies moet laten vullen en waarbij de onervaren assistente niet weet om te gaan met het afzuigertje waardoor er te veel water in de keel van het arme schaap loopt.
'Gooohgoohreeeeegius, guhgugguhgôhrus?' probeert Kunstpol met afhangende schoudertjes. Hij heeft de hoop op een voldoende al bijna opgegeven. 
In ons Beste Brits prononceren we een aantal keer de juiste uitspraak.
Maar het blijft een raar woord. Zo disgusting non-aesthetic.
'Nee,' zegt Kunstpol gedecideerd. 'Ik zou dat woord nooit gebruiken. Bjóetiefoel, da's ook echt een mooi woord voor prachtig, maar ggggoordzjieus, wie zegt dat nou?'
Je hóórt hem denken: 'Rare jongens, die Britten.'

En gorgelend, rochelend en mopperend stampt onze estheet weer naar boven.

vrijdag 4 maart 2011

DWZI een oude foto van mijzelf

ik heb extreme flitserangst: hier zijn mijn ogen zelfs bijna dicht....

Meer DWZI? Begin bij Daan, die heeft een langelange lijst met deelnemers.

donderdag 3 maart 2011

Het vlees is zwak, de geest gewillig

Heeft u dat ook weleens? Dat u iets wel wil zeggen, maar dat het niet over uw lippen komt?
Zelfs kleuters van vier kunnen er al last van hebben.
Vandaag was ik even op bezoek in groep 1.
De kinderen zitten in de kring. Een jongetje stompt het meisje naast hem een aantal keer hard in haar zij. Het meisje begint te huilen en de leerkracht grijpt in. Ze vraagt het jongetje waarom hij dat deed. Uiteindelijk vertelt hij dat het meisje hem heel hard op zijn hoofd had geslagen. De leerkracht vraagt: 'En wat had je toen kunnen zeggen?' Het jongetje zegt nasnikkend: 'Stop, hou op.' 'Goed zo!' prijst de juf. 'Waarom heb je dat dan niet gezegd?' Het jongetje, weer harder huilend: 'Mijn mond wilde het niet, maar ik wilde het wél.'

dinsdag 1 maart 2011

Status - deel 2 Vuile vaat

U verwacht hier nu natuurlijk, na mijn berichtje van gisteren, weer heel mooie gedachten over status.
Over het verschil tussen iets hebben of iemand zijn.
Over de ontwikkeling van het zelfbesef bij kinderen en hoe ook die ontwikkeling naar een bepaalde status te maken heeft met de rijpheid en volwassenheid van een kind. 'Ik ga bij Wouter spelen, WANT hij heeft een playstation.' 'Ik ben Lieke, ik ben negen jaar en de kinderen uit mijn klas vinden mij altijd aardig.'
En dat daar weer mooie linken met volwassenen te leggen zijn. Dat er volwassenen zijn die alleen maar reppen over wat ze hebben en niet over wie ze zijn. Dat dat vaak ook precies blootlegt waar het deze mensen nog aan ontbreekt.

Ach. Wie weet werk ik de bovenstaande flarden nog wel een keer wat beter uit, maar ik denk dat u me wel begrijpt.

Ik vertelde de Polletjes gisteren aan tafel over mijn plantenschermperiode en vroeg hen wat zij nu nog graag zouden willen hebben, omdat ze vinden dat het er eigenlijk wel bijhoort, zo in het Leven.
Nou. Ik kan u vertellen dat de Polletjes nog in een foetale ontwikkelingsfase zitten wat zelfbesef en morele ontwikkeling betreft.
Ik verwachtte natuurlijk hoogstaande antwoorden van mijn wonderkinderen: 'Wij hoeven niets te hebben, want wij zijn tevreden met wat er is. En we hebben elkaar toch?'
Of: 'Ach, hadden wij alles, maar hadden wij de liefde niet, dan waren wij schallend koper of een rinkelend cymbaal.'

Maar nee.
Ze wilden nóg een Wii. En een Playstation 2 en 3 en ook nog 4, geloof ik. En een afwasmachine. Ze wisten al precies waar die moest komen. Ik bromde iets over nooit meer vuile vaat op het aanrecht. Dat had ik niet moeten doen. Want het was voor hen een breekpunt. Hah. Geen moeilijke vragen meer, gauw iets onzinnigs over je moeder gaan kakelen - want misschien, heel misschien hoor, voelden ze best aan dat hun antwoorden mij teleurstelden. Ze scholden me liefdevol uit voor 'vuile vaat' en knuffelden me tegelijkertijd plat.
En nu heet ik dus in huiselijke kring Vuile Vaat. Da's nog 's wat anders dan broos vaatwerk.
Omdat ik over plantenschermen begon.

Ach. Het had zo mooi kunnen zijn.