zondag 31 oktober 2010

Budgettrui in beeld





Een huistrui met echte Purperpolletjeskleuren, ik kom de winter wel door.
Past wel bij mij, niet bij iedereen, I know.
Moet nog wel wat draadjes wegwerken, zie ik nu.
En altijd een T-shirt in een kek kleurtje eronder.
Wie weet waar je gele longsleeves kunt kopen? Of middelpaarse?

Budgettrui

Valse romantiek, zo heet dat, geloof ik. En ik lijd eraan, maar ik vind het niet erg.                                          

Vroeger wilde ik, net als Afke (van het gelijknamige tiental), de moeder van Ot of Sien, Goud-Elsje, of zij van het kleine huis, later-als-ik-groot-was ook oude truien of kousen uithalen om met de wol iets nieuws te maken. Iets wat de herinnering aan het oorspronkelijke kledingstuk compleet zou vervagen.

Van allerlei oude lapjes naaide ik al, geholpen door mijn moeder, een dekbedovertrek toen ik een jaar of elf was. Grote Pol en ik liggen ook deze week weer onder dit dekbed.

Zo doe ik het nu regelmatig: oude dingen verbouwen tot iets nieuws en dat vóelt toch goed, mensen! Ik snap nu ook waarom Afke zo'n innig tevreden mens was, en waarom het bij Goud-Elsje thuis altijd gezellig en warm was, ondanks de armoede. Die moeders hadden hun geheime drug, die niets kostte, maar wel een enorm geluksgevoel genereerde.

Een paar jaar geleden breide ik een monsterlijke trui die én veel te warm én veel te groot én veel te raar was om vaak te dragen. Ik haalde 'm uit (jacquardgebreid, dus dat was echt wel heulheul veel gedoe) en ik gebruikte de zwarte wol om er wat nieuws van te maken. Zette wat steken op, bedacht dat het toch gewoon weer een trui werd en breide er vierkante gaten in, die ik opvulde met gehaakte granny's en ik vind 'm helemaal leuk! En het mooiste is dat het geheel dus bijna niets kostte: een paar kleine bolletjes voor de granny's.

En nu wilt u foto's zien. Die komen heus wel, maar die nog steeds zieke Parapol wil NU achter de computer, want hij heeft weer z'n drug ingenomen. En nu heeft ie weer wat energie. Deze liefhebbende, innig tevreden moeder doet eens een schemerlampje aan, maakt een kopje chocolademelk, vleit daar haar handen omheen en zal tevreden nipjes nemen van die warme drank, onder het genot van een heerlijk boek en de zachtheid van haar nieuwe trui, in haar kleine huis op de Veluwe.

zaterdag 30 oktober 2010

Er is er één ziehiek

hoera, hoera,
dat kun je wel zien,
dat is Parapol.

De mannelijke Pollen zijn eigenlijk nooit ziek. Maar Parapol nu dus wel. En góed ziek is ie. Hoge koorts, schele hoofdpijn, duizelingwekkend draaierig, een hoest als van een zeeleeuw met twee klaplongen en een doorlopend lopende neus. Binnen een paar uur had ie gisteren vijf pakjes papieren zakdoekjes erdoorheen gejaagd. Toen moest ie het verder doen met een keukenrol, want we zijn er niet op ingericht, op zulke extreme ziekte. En ouderwetse katoenen zakdoeken moest ie ook al niet, want die schijnen te schrijnen.
Paracetamol hebben we in overvloed op voorraad, maar dat blieft meneer maar mondjesmaat. Het helpt niet bij hem, zegt hij. Maar een halfuur na inname kan hij wel weer computeren, montere praatjes maken en vooral eten.
Een zieke mag eten wat hij wil, denkt hij. En wij geven daar ook wel eens aan toe, want wij zijn de beroerdsten niet. Dat is hij al.
Zo at hij gisteravond toch chips, want vrijdagavond is hier chipsavond en dat laat je als rechtgeaarde niet aan je snipverkouden neus voorbij gaan, als het maar enigszins kan. Hij ontbeet met tomatensoep en lunchte gisteren met koekjes. Van die kaneelkoekjes, langetjes. Hij vond ze heerlijk, maar ik heb alleen maar nare 'ziek-herinneringen' aan. Ik kreeg ze vroeger ook wel eens, maar volgens mij alleen als ik buikgriep had. En vies vond ik ze. Víes! Maar dat kan ook komen door de slappe thee die er blijkbaar bij gedronken moest worden. Geraspte appel met kaneel vond ik dan wel weer heerlijk, maar daarover mogen we het hier niet hebben in het bijzijn van Parapol. Per ongeluk deed Grote Pol dat vanmiddag toch, maar Parapol antwoordde, terwijl hij onze opvoedtoon opzette (hij had net weer paracetamol op): 'Dat woord wil ik hier niet horen!'

We hopen op een spoedige beterschap, want we weten niet meer waar we moeten gaan zitten: bij ziekzijn in huize Pollenstein hoort traditioneel ook het permanent bezetten van de bank. Compleet met oranje fleecedeken, krukje met water en een afvalbak voor alle zakdoekjes. Hier een foto met de opbrengst van de laatste uurtjes.

En nu moet ik gauw een crackertje met pindakaas smeren. Dat is kennelijk het diner voor vanavond.

vrijdag 29 oktober 2010

Deze week zag ik ... wéér het licht niet!

allemaal lampen die het niet gaan worden! We zoeken een lamp voor boven de eettafel en we staan best open voor iets ánders....

Wat zagen we dan?
een gerecyclederubberenkinderlaarsjeslamp
een gehaaktegranny'slamp
een vreemd blikkerig gevaarte (of was het gewoon een ufo?)
diverse retrolampen
een plasticsliertenlamp
een houtenAfrikaanserokjeslamp

 En zo zien ze eruit als het donker is...

Wil je meer Deze week zag ik...? Ga naar Daan of Roos en klik vandaaruit lekker verder!

donderdag 28 oktober 2010

Wat doen juffen en meesters eigenlijk op een studiedag?

Vandaag studiedag. Wat doen meesters en juffen dan eigenlijk, op een studiedag? Dat blijft op veel scholen natuurlijk een goedbewaard geheim voor de rest van de bevolking! Zeker voor de vaders en moeders die op dit soort dagen met hun handen in het haar zitten. (Overigens werk ik op school die daar behoorlijk open over is, gelukkig.)
Nou, oké, één tipje van de sluier: we hebben YouTubefilmpjes gekeken.

Deze:


En deze:


En deze:


En wat we daar dan van leerden? Voor u een vraag, voor mij een weet!

U mag natúúrlijk raden!

woensdag 27 oktober 2010

De Toedracht

Voor alle nieuwsgierigen onder jullie die bij het zien van mijn vorige berichtje zich afvragen welk een ontaarde moeder ik wel niet ben, of ze acuut de Raad voor Kinderbescherming moeten bellen, óf 1-1-2, óf zich moeten aanmelden voor crisisopvang voor Zielige Pollenkindertjes:

Parapol was net twee en ik net zwanger van Kunstpol en we waren net thuis en ik wilde net nog éven de brievenbus legen.
Ik zette de fiets met Parapol in het voorzitje even tegen een muurtje en ja, dat ging dus niet goed. De fiets gleed langzaam weg en ik kon niets doen. Zo'n horrorfilm was het die zich langzaam aan je voorbijtrekt. Echt ver-schrik-ke-lijk vond ik het...
Toen naar de huisarts, toen naar de SEH, toen naar de röntgenafdeling voor foto's waar ik niet bij mocht zijn vanwege de zwangere buik, toen nog meer schuldgevoelens, toen nog meer tranen en traantjes.

En voor zo'n oog weer helemaal normaal oogt, dat wil je niet weten... Zo'n driekwart jaar werd ik telkens weer met mijn neus op de feiten, mijn ontaarde moederschap en de zichtbare gevolgen daarvan, gedrukt als ik naar Parapols gezichtje keek!

Mea culpa, mea maxima culpa (dat wil je toch niet? deel 3)


Parapol, 1996


dinsdag 26 oktober 2010

Dat wil je toch niet? deel 2

Wat een geweldige, hilarische verhalen leverde mijn vraag in mijn vorige berichtje op!

Okee. Nog een paar. Komen ze:

Dat je marktkoopman bent en aan een keurig verloofd stel stof verkoopt, zodat zij hun eerste tweepersoonsdekbedhoes kan gaan maken en je zegt vrolijk: 'Sucseks! (rood hoofd) Uhhh, ik bedoel natuurlijk suc-uhhh-ces!!!'

Dat je, als professionele leerkracht, aan een hoogbegaafde moeder met hoogbegaafd kind uitlegt wat we in groep 4 bedoelen met goed kunnen automatiseren: 'Dat ze dus in één keer, zonder erbij na te denken, kan zeggen: 8+5=12.'

Dat je je kleindochter van acht jaar na een logeerpartijtje op de verkeerde trein naar huis zet.

Dat je verschrikkelijk moet overgeven in een overvolle trein omdat je net zwanger bent en hotsieklotsiemisselijk en er is geen doorkomen aan in dat gangpad en dat je het dan maar in het afvalbakje doet.

Dat je tegen een kind in je klas waarvan je de vader nog nooit hebt gezien, maar nu dus wel, maar dat weet je op dat moment nog niet, zegt: 'Zo, dat is gezellig, brengt opa jou een keer naar school?'

maandag 25 oktober 2010

Dat wil je toch niet?

Dat een juffrouw van school je belt, dat jouw peuter opneemt en zegt: 'Nee, mama kan niet aan de telefoon komen, want ze zit te poepen.'

Dat je vergeet je vinger uit te steken op de fiets, terwijl je dat altijd netjes doet, want je hebt tenslotte een voorbeeldfunctie en je bent keurig opgevoed, maar je droomt een beetje te erg en je let één keertje niet op, en een oude, strenge meneer achter je roept: 'Hé, vinger uitsteken!'

Dat je een daklozenkrant aan het verkopen bent en je groet iedereen vriendelijk met het enige Nederlandse woord dat je kent, goedendag, en iemand wil beleefd een praatje met je aanknopen en je weet dus niets te zeggen en je wilt haar ook al niet je laatste krant verkopen, want dan heb je geen krantje meer om te showen, want bijna niemand geeft geld om daadwerkelijk dat krantje te kopen, maar dan sta je daar met lege handen en dan zou je helemaal terugmoeten naar het daklozenkrantuitdeelpunt en dat is weer zo ver lopen en dan vraagt de volgende mevrouw die jou aanspreekt om je ID en die heb je niet eens bij je of je doet of je niet weet niet eens wat dat is, maar dat zal toch wel?

Dat je naar de wc bent geweest en je rok zit van achteren helemaal in je panty.

Dat je de haren van je kind knipt, omdat hij/zij nooit naar de kapper wil en dat je dan gigantisch misknipt zodat je kind meer op een penseelzwijn lijkt dan op een gewoon, normaal, leuk mensenkind, waardoor je kind gedurende enkele dagen tot weken een pet/hoofddoekje moet dragen, maar dat dat dan niet mag van het strenge schoolregime.

Dat je kind in een volgestouwd theater op het podium mag komen en geïnterviewd wordt en dat het dan zo leuk en spontaan en schattig vertelt dat hij/zij om de nacht in het bed bij mama mag liggen omdat papa altijd zo hard snurkt en dat papa dan in zijn/haar bedje moet liggen.

Dat je... (vul zelf maar in! Graag in de reactiebox, want ik wil ook wel eens lachen!)

(Overigens, voor de goede orde, voor u nu van alles gaat bedenken: alles is waargebeurd, maar niet alles is  één of meer Pollen overkomen.)

zondag 24 oktober 2010

Je bent pas echt een muts als je jezelf een muts vindt

Of ik haar een doos vind, vraagt ze me met een klein stemmetje. Ik rijd met haar mee naar een conferentie in een bosrijk gebied. We slaan een hoek om en zo'n honderd meter verderop staat een enorme kastanje, zoiets als deze (al weet ik niet of dit wel een kastanje is, moet ik tot mijn schande bekennen), oogverblindend te pronken in zijn herfstkostuum.
Die boom beleeft in dit seizoen telkens weer zijn ultieme days of glory, al is zo'n jaargetijde in wezen een afvallige en doodse periode. Mooier wordt-ie niet, zelfs niet in de lente als er van die witte kaarsen in verschijnen. We hebben rustig de tijd om 'm goed te bekijken, in te drinken, hem gretig op te nemen met al onze genotsvezels, want er komt net een trein op het kippenlijntje aantuffen en het duurt altijd even voor de spoorbomen weer open mogen.
Maar mijn bijrijdster vindt zichzelf blijkbaar maar een doos. Een muts. Zeker nu ze zelfs hardop durft toe te geven dat ze geniet van deze boom. Ze gunt het zichzelf niet om zoiets mooi te vinden en daar eerlijk voor uit te komen. Koste wat kost wil ze het imago van stoere, onafhankelijke, moderne, sterke vrouw behouden en die mogen niet genieten van mooie kastanjes, denkt ze.
Tja.
Ik volg haar niet. Alhoewel, heel ergens in de verte begrijp ik haar ook weer wel, want ik kan me best aardig in iemand verplaatsen.
Maar het blijft een vreemde gedachtengang.
Ik heb haar uit die nachtmerrie geholpen. Door een sterk betoog te houden over wáre onafhankelijkheid, sterkheid, stoerheid. Hoop ik. Definitief. Hoop ik.
Tsss... Je bent pas een muts als je jezelf een muts vindt als je van een kastanjeboom geniet. Toch?

zaterdag 23 oktober 2010

Sippigheid

Soms ben ik zomaar een beetje sippig.

Als ik wéér niet de boekenbon voor het oplossen van het cryptogram uit de krant heb gewonnen.
Als ik wéér een dag zo moe ben dat ik eigenlijk niet eens behoorlijk kan articuleren en al geïrriteerd raak van het piepen van een deurkruk.
Als het weer zulk druilerdedruilweer is, zoals vandaag.
Als ik een lekker recept heb uitgekozen om te gaan maken, (en de stapjes te fotograferen want ik ben getikt door van Fi3n3 van bewustgenieten. Zij maakte een heerlijk herfstmenuutje en zoiets wilde ik nou ook zo graag doen dit weekend) en te hoofdpijnerig om dat eens op m'n gemakkie in mekaar te hatseflatseren.
Als ik zoveel van Grote Pol en de Polletjes houd en het niet echt kan uiten, omdat ik alleen maar met mezelf bezig kan zijn om een beetje te kunnen overleven. Of verbeeld ik me dat, dat ik met mezelf bezig moet zijn en ben ik alleen maar stiekem vreselijk egocentrisch?
Als ik een prachtig boek aan het lezen ben en het is óf weer veel te snel uit, óf ik val tóch telkens weer in slaap na een paar bladzijden.
Als de zorgen me opeens weer overvallen en het me even niet lukt om te zeggen: zorgen moet je doen, niet maken.

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes, hoor. De bloemen die ik kreeg die alleen maar mooier worden.

Kunstpol die heerlijk met lego speelt.

Grote Pol die vanmiddag de keuken indook en iets lekkers maakte.
Straks eten Grote Pol en ik het lekkers samen op, kaarsjes aan, muziekje aan, wijntje erbij.
Het heimwee-naar-vroeger-cadeautje dat ik vanmorgen zomaar van Franca kreeg.

Het weten dat er oneindig veel van me gehouden wordt.

Dat is er ook allemaal wel. Maar het is nog niet zo sterk. Niet sterk genoeg tegen de sippigheid. Nog niet.
Maar dat komt goed. Zoals het altijd weer goed kwam. Ik weet wel waar ik het zoeken moet. Heus wel.

donderdag 21 oktober 2010

Leedvermaak

Parapol en Kunstpol bekvechten nog eens even over wat er maandag gebeurde.
Wie heeft het meest geleden - dat is het issue. Parapol heeft zich maandag fantastisch ingezet: hij heeft meegezocht naar het sleuteltje (kilometers fietsen en hardlopen en kilometers speuren) en heeft de volgende dag de fiets met behulp van een oud skateboard naar huis gereden. Ware broederliefde, als je het mij vraagt.
Maar. Het blijft een puber.
Hij vindt dus eigenlijk dat hij behoorlijk erg geleden heeft en wil erkenning. Kunstpol heeft echter meer medelijden met zichzelf dan met Parapol. En dan volgt deze woordenwisseling:

Parapol: Nou, ik heb er ook onder geleden, hoor, Kunstpol.
Kunstpol: Nee, ik meer.
Parapol: Nee, ík meer.
Kunstpol: Nee, ík meer. Jij hebt alleen lichamelijk geleden. Ik heb ook geestelijk geleden.
Parapol: Jij hebt alleen maar geestelijk geleden. Lichamelijk kun jij helemaal niet lijden, want jij hebt amper een lichaam. Had je jezelf eens moeten zien hardlopen... En wie heeft dat hele eind met dat skateboard en die domme fiets van jou erop naar huis gereden??? Nou???
Kunstpol: Wel waar. Ik heb ook lichamelijk geleden en héél erg geestelijk. Vooral geestelijk. En dat is veel erger dan lichamelijk. Maar jij kunt helemaal niet geestelijk lijden, want jij hebt toch geen gevoel.

woensdag 20 oktober 2010

Pure geschiedvervalsing

'Mamamamamamama,' roept Parapol verontwaardigd.
'Papa zegt dat Klein Duimpje broodkruimeltjes ging strooien, maar dat deden Hans en Grietje toch? Want Hans en Grietje hadden geen tijd meer om steentjes te zoeken en toen gingen ze maar broodkruimeltjes strooien en toen kwamen de vogeltjes en toen konden ze de weg terug naar huis niet meer vinden. Toch? En nee, Klein Duimpje had dat allemaal niet gedaan. Want die had het sprookje van Hans en Grietje nog nooit gelezen. Klein Duimpje en z'n broers en zusjes deden glazen muiltjes aan, aten snel wat snoskommers en toen gingen ze naar Sjako van de bonenstaak. Bij zijn huis moesten ze aan het touwtje trekken en toen ging de deur vanzelf open en toen pakten ze de laarzen van die reus, die Sjako, en toen gingen ze met die laarzen weer naar huis.'
Parapol is héél even stil. 'Toch?'

(Parapol is bijna zestien jaar oud. En verder volkomen 'normaal'.)

In opdracht van zijn oma....


... kocht Parapol een bossie bloemen voor ons!

Pssssttt: oma betaalde ook nog!

dinsdag 19 oktober 2010

Fietssleutels en pubers

... dat is soms geen fijne combinatie. Ze zijn namelijk niet onafscheidelijk. Fietssleutels hebben blijkbaar bij bepaalde pubers de neiging spontaan uit jaszakken of broekzakken te verdwijnen, ook als daar een knoopje op zit.

En dat is niet leuk.
Helemaal niet.

Helemaal niet midden op de grote, stille heide.
Helemaal niet als je erachter komt dat je dat sleuteltje niet meer hebt na minimaal tevergeefs tien kilometer gelopen te hebben op de grote stille heide, omdat je je broer wilt vinden die daar lekker frikandelletjes met militairen schijnt te zitten eten.
Helemaal niet als je daarna maar helemaal naar huis bent gelopen en ook geen reservesleutel blijkt te hebben.
Helemaal niet als je er wederom op de grote, stille heide aangekomen pas achter komt dat die reservesleutel met een label met jouw naam erop niet blijkt te passen op jouw huidige fiets die dus nog midden op de hei stond. Een schrale troost: je moeder is bij je: zij heeft je achterop haar fiets meegenomen. Alleen heeft je moeder een chronische ziekte en dus had ze dit eigenlijk allemaal niet moeten doen.
Helemaal niet als je moeder dus maar weer teruggaat om dan maar álle mogelijke reservesleutels op te gaan halen en jou moederziel achterlaat, alweer op die grote, stille heide.
Helemaal niet als je moeder en je broer terugkomen met álle mogelijke reservesleutels en er nóg steeds geen sleutel blijkt te zijn die op jouw fiets past.
Helemaal niet als je je realiseert dat er ooit een reservesleutel bij gemaakt had moeten worden en dat jij en je ouders ook al dat helemaal vergeten zijn.
Helemaal niet als je dan samen met je broer en je moeder kilometers ver het spoor zo ongeveer volgt dat je gelopen had, dat je bedenkt waar je je jas uit had gedaan, waar je een stuk gerend hebt, waar je van het linkerspoor naar het rechterspoor overstapte en weer terug en dat je bedenkt waar je in een militaire observatiepost annex schuilhut bent gedoken en dat dan daar en daar en daar en en daar en daar en daar en daar jouw sleutel echt niet blijkt te liggen.
Helemaal niet als jouw moeder zich bedenkt dat ze álle reservesleutels achterop de bagagedrager van haar fiets heeft laten zitten en dat daarin de reservesleutels van haar fiets en van de fiets van je broer nog zitten, zodat je broer de zoektocht afbreekt om kilometers verderop gauw al die reservesleutels op te halen, voordat die fietsen ook nog meegenomen gaan worden door al dat gespuis dat 's avonds op een grote, stille heide schijnt rond te dwalen.
Helemaal niet als je onder het zoeken op de grote, stille heide bijna flauwvalt van de honger en de angst en de spontaan opkomende depressie en dan ook nog de avond invalt met schemering en koude.
Helemaal niet als je dan je fijne fietsie moet achterlaten, verstopt in een kuil, bedekt met wat bladeren en dat dan dat fietsie de hele lange, regenachtige nacht besnuffeld kan worden door de wilde zwijnen die er vast geen spaak van heel zullen laten.
Helemaal niet als je dan de volgende dag je fiets moet ophalen met je broer en met behulp van een stuurloos skateboard over de hobbelpaadjes van de grote, stille heide je fijne fietsie helemaal naar huis moet rijden, in plaats van dat je vader dat fietsie even in de fietsendrager van de auto zet.
Helemaal niet als thuis dan blijkt dat het slot met geen mogelijkheid opengezaagd kan worden met een simpel ijzerzaagje, maar dat daar een slijptol bij moet komen die je niet hebt en je kent ook niemand die er een heeft.
Helemaal niet als je je moeder vraagt HIER geen blogje over te schrijven en zij antwoordt dat dat nu juist het enige voordeel is van het gebeurde: het is bloggenswaardig nieuws.

maandag 18 oktober 2010

Let there be light!

'Zo,' zei ik ferm. En ik vatte de koe bij de horens, gooide in het voorbijgaan nog eens een knuppel in het hoenderhok en spande Grote Pol voor mijn karretje. 'We Gaan Een Lamp Kopen.'
En we reden spoorslags naar een winkel met wel duizend lichten.
Maar geen daarvan kon ons beiden bekoren. Want we hadden te veel noten op onze zang, we wilden:
iets met een spaarlamp of LED,
iets transparants,
iets dat niet te fel is om in te kijken,
iets wat goed schoon te maken is,
iets dimbaars,
iets betaalbaars.
En ook nog iets moois.
Dat bleek allemaal te veel gevraagd. Elke lamp die we zagen kon maar aan hooguit één aspect van ons wensenlijstje voldoen.
We vroegen de winkelbediende om licht in de duisternis. Blij toonde hij ons wat dimbare, maar lelijke spaarlampen. Verder kon hij ons ook niet helpen. Integendeel. Tot overmaat van ramp stelde ik ook nog een Moeilijke Vraag waar hij helemaal geen raad mee wist. Deze lieve jongen bleek geen helder licht. Hij hakkelde een soort antwoord dat kant noch wal raakte en ik kreeg spijt van mijn vraag omdat ik hem daarmee zo ongelukkig maakte. Wilde de vraag het liefst dan maar zelf beantwoorden.

Nu wacht ik tot het kalf verdronken is. Als de put gedempt is, gaat ons vast eindelijk een lichtje op.

zondag 17 oktober 2010

Kijk! Ik vond de camera!

(Eerlijk gezegd was ik gisteravond de camera helemaal niet kwijt, maar ik was mijzelf kwijt. Gewoon te moe om op te staan enzo...)
Onder dat blauwe zeil staan nog wat spullen. Parapol grapte bij het sjouwen van een lage tafel die in de verte misschien wel doet denken aan de ark van het verbond: 'En nu zeven rondjes om de flat lopen!'
 Broeder Joop die kickt op schuine muurtjes en deurposten in de vorm van een liggende trapgevel.
Buurman B. die tot in de avonduurtjes bewijst dat een goede buur echt beter is dan een verre vriend.

Een hele en een kapotte lamp. Maar ik heb nog wel een lampenkapje en een heleboel leuke stofjes en kraaltjes. Komt goed. (Maar ik weet niet helemaal zeker of Grote Pol er blij mee zal zijn...)
 En zo is het dus geworden. Maar dan dus wat donkerder dan het op de foto lijkt. Maar licht is ie wel. Dat was precies de bedoeling. En schoon is ie ook. En dat willen we zo houden, Kunstpol en Parapol.
VOETEN VEGEN!!!
En over dat breiwerk in het midden van de foto hoop ik snel te berichten, want dat wordt me toch wat moois!

zaterdag 16 oktober 2010

Vijf lieve mannen

Vandaag hou ik van maar liefst vijf grote, stoere mannen. En van vier vrouwen die hun man belangeloos aan ons uitleenden. En ik hou ook heel veel van drie kleinere mannetjes.
Want dankzij die vijf, waarvan enkelen voorzien waren van een heus bouwvakkersdecolleté, ligt hier nu een strak, mooi, licht, firs vloertje. Compleet met plinten en toestanden enzo. Ik kan die mannen wel zoenen, maar ik hou van de hele wereld, momenteel. Maar vooral van mijn bed.
En die drie kleineremannetjes sjouwden heel ons hebben en houwen weer naar beneden, zodat dat mooie vloertje weer bijna helemaal bedekt is met al onze spullen.

Ik geloof dat ik maar een mannenberoep ga kiezen als ik mijn carrièreswitch ga maken. Want mannen doen niet moeilijk, zijn eigenlijk ontzettend lief voor elkaar. Ze werken in no time innig samen alsof ze nooit anders deden, fluiten eens een liedje, kletsen amper, maar hebben het wel erg gezellig met elkaar, lopen af en toe tegen de lamp (kapot!) en genieten ook nog gewoon van het passen en meten in een huis dat schots en scheef is. Ik zou er persoonlijk een punthoofd van krijgen.

Maar ik heb ontdekt dat ik verstek kan zagen en zo mooie strakke plintjes kan leggen. En ik weet nu ook hoe je een workmate moet inklappen. Dat zijn toch echt Vaardigheden Waar Je Wat Aan Hebt In Het Leven.

Foto's? Morgen, misschien. Als ik de camera kan vinden, dan. Want dat is nog een probleem, zullen we maar zeggen.

Ik ga eens op zoek naar een leuke nieuwe lamp. Hè, wat vervelend nou toch dat die lamp stuk is... (Ja, nee, echt hoor: het was een hele mooie, maar iets nieuws, iets nieuws is ook zooooo leuk!)

vrijdag 15 oktober 2010

Deze week zag ik ... géén brief!


... géén brief want Parapol kreeg een privébrief van zijn oma. Er stond op dat Grote Pol en ik hem niet mochten lezen. Maar oma heeft een wel heel bijzonder handschrift. Met een hoge artistieke waarde zullen we maar zeggen. En Parapol is nog niet zo bedreven in het ontcijferen daarvan. Vandaar de grote vraagtekens!

En ik zag nergens een stukkie wit papier. Dus maar snel een krantje uit de oudpapierbak gevist en er wat op gekrabbeld... 't Is hier een zootje en we zijn drukdrukdruk: morgen laminaatdag!!!

donderdag 14 oktober 2010

Ik ben in verwachting!

maar niet van een kind.

Ik ben in verwachting van een vloer. En dat kleine schoentje in het berichtje hieronder, dat zo schattig bij het open haardje van Ellen/Playmobil staat te wachten, is dus geen symbool van mijn eventuele zwangerschap. Soms doe je dingen zonder erbij na te denken en ik dacht er dus geen moment bij na dat er mensen zouden zijn die dachten dat ik zwanger zou zijn. Moeilijke zin, ja. Maar u begrijpt me wel.
Ik zou  best zwanger willen zijn, hoor. Daar niet van. Maar dat is out of the question. Om meerdere redenen die ik allemaal niet op het wereldwijde web ga slingeren. Ik stel me nog steeds erg beschikbaar voor een leenbaby, zo een met schele oogjes en die nog een beetje ruikt naar moederschoot. Maar die leenbaby's schijnen niet te bestaan.

Omdat die vloer zaterdag gelegd wordt, is de kachel alvast verhuisd naar buiten, dan staat ie niet in de weg. Maar mensen, het is opeens koud aan het worden. Dus zit ik hier met een rode neus en een dikke trui over mijn dikke trui over een dik t-shirt te tikken en te klappertanden. Een paar meter verderop staat een klein olieradiatortje, maar dat mag van ons pas om negen uur aan, want dan gaat het avondtarief in. Die dingen vreten stroom, namelijk. Wij zijn zuinig. Te zuinig, vindt u niet? Mag u best vinden, hoor. Daar niet van.

Maar voor de gezelligheid en een béétje warmte hebben we wat kaarsjes aan gedaan. Dat dan weer wel.

dinsdag 12 oktober 2010

Wie wat bewaart, kan opeens een heleboel weggooien

Zaterdag mensen, zaterdag gaat het gebeuren. Dan komen hier vier sterke en slimme mannen (niet allemaal tegelijk) om laminaat te leggen. Grote Pol en ik hebben samen namelijk drie linkerhanden en maar één rechterhand. En die rechterhand is van iemand die chronisch geen pap meer kan zeggen.
Maar voor het zover is, moet er nog heel wat gedaan worden. We zijn maar weer eens aan het opruimen geslagen, want alles moet natuurlijk van de vloer af en naar boven of buiten verhuisd worden.
En dan kom je leuke dingen tegen. Dan heb je een Aha-erlebnis.
En ook vieze dingen. Dan heb je AhBah!-erlebnis.
En dingen waar je nu niets meer mee kunt en eigenlijk weg wilt doen. Dan maak je daar een foto van. Want het heeft nog wel nostalgische waarde. Of waarde voor een ander die er nog wat mee kan.
Reageren mag dus als je deze 'rommel' van me wilt krijgen. Graag zelfs!

Ik stuur met alle liefde dit borduurwerkje op dat nog maar een paar kruissteekjes in de lucht mist. Ooit, tien, twaalf jaar geleden, als een bezetene aan gewerkt en daarna in het vergeethoekje geraakt. De Polletjes willen het nu echt niet meer op hun kamer hebben hangen. Tja.









En dan deze fantastische boekjes. Twee ervan gedrukt op echt ouderwets bruin kringlooppapier. Collector's items zijn het! Zeer leerzaam nog steeds, handige tips, heel groen, maar wel zo'n twintig jaar oud. Heel oud dus. Vreselijk oud. Zo oud als ons huwelijk is. Om helemaal jeugdsentimenteel van te worden...
Maar oké, ik zal daar maar niet meer verder over uitweiden. Wie wil ze nog hebben?

We ruimen nog even verder op, wie weet wat we nog tegen komen! Hou dit blog maar goed in de gaten, anders gaat misschien die geweldige macraméplantenhanger of dat bruin-met-oranje-niet-kapot-te-krijgen-servies aan je neus voorbij!

maandag 11 oktober 2010

Mijn vader kan er ook wat van

Ik ken een man, een leuke man,
die goede grappen maken kan.

Staat ie bij de kledinginzameling van de kerk. Komt er een bekende aan met een vuilniszak vol kleren. Zo'n serieus type, je kent dat wel. Dumpt die man dat zakje kleren in de container. Zegt m'n vader peinzend: 'En wat moet je morgen nou aan?'

Van die dingen zegt mijn vader dan.
Ja, mijn vader kan er ook wat van.

Gaaf hè?

zaterdag 9 oktober 2010

Genoeg om u de ogen mee uit te steken

Ik kán u natuurlijk alles vertellen. Over de prachtige, maar iets te lange, fietstocht, het heerlijke ontbijt, de luxe suite waarin we dit weekend verblijven, de lievegavegoede tijd die Grote Pol en ik samen hebben, de schatstoerbijzonderige winkeltjes waar we in en uit liepen en de super-als-we-toch-eens-een-bom-duiten-hadden-kunst die we zagen, het gezellige eetcafé waar weer duidelijk bleek dat Vlamingen anders, lees: beter, opvoeden dan de meeste Nederlanders (er was een moeder die ... nou ja, laat maar... te erg voor woorden).
Maar dat doe ik niet. We zijn tenslotte samen uit. En dan ga je niet wéér achter die computer zitten tikken. Bovendien hoeft niet heel bloglezend Nederland kennis te nemen van alle ins en outs van zo'n samenzijn.

Ik plaats gewoon één foto. Dit lunchten wij vanmiddag. Hier.


Dat moet maar voldoende zijn. Ruim voldoende lijkt me. Genoeg om u de ogen mee uit te steken, als ik dat al zou willen.

Ndag!

vrijdag 8 oktober 2010

Zwitserlevengevoel

Hier in huize Pollenstein heerst sinds gisteren het Zwitserlevengevoel.

Ellen uit Zwitserland is een gulle weldoenster en verraste de Polletjes met cadeautjes.

Namelijk:

Een heuse open haard. Van playmobil weliswaar, maar toch. Parapol is in zijn nopjes, hoor, zijn droomwens is vervuld. Hij stuurde Ellen gisteren meteen een mailtje waaruit zijn innige dankbaarheid boekdelen spreekt. (Ellen, als je dit leest, wil je dan die mail even overtypen in reactiebox, of vind je 'm te persoonlijk? )


Kunstpol zeurde ons al tijden de oren van het hoofd om een zakmes. Hij heeft er natuurlijk al een aantal her en der op zijn kamer, maar die zijn allemaal bot, verdwenen, slap en/of oud (WOII).  Dus kocht ik voor hem bij 't Kruidvat een nepperd, om te gebruiken op pakjesavond, leuk met een gedicht erbij ofzo. Maar toen kwam Ellen om de hoek kijken die heel bescheiden vroeg of ze de Polletjes wat mocht geven. Nou. Ja dus! Zeker wel toen bleek dat het ging om zakmessen! We spreken hier van echte Zwitserse zakmensen die ze van haar baas, die onovertroffen goede man, wie wil nou niet zo'n baas, aftroggelde. Ellen, wil je ook hem even bedanken?
Zodoende kreeg Kunstpol gisteren deze nepperd, waar hij overigens ook heel blij mee was, omdat hij daar op scouting zeker wel de lachers mee op zijn hand zal krijgen ...
En dit geweldige mes. En Parapol kreeg er dus ook één!
Zodoende dus dat Zwitserlevengevoel. We zitten avond aan avond bij ons knapperend haardvuur op een tijgervel met Glühwein te jodelen en weten ons goed beschermd tegen indringers met al die zakmessen hier in huis!

donderdag 7 oktober 2010

Ik word oud!

Zondag, op 10-10-10, ben ik namelijk al 20 jaar getrouwd. En volgende maand op 11-11-10 word ik 40. Laat dat even op u inwerken.

Véértig!

40!

Vroeger vond ik mensen van 40 oud. Héél oud. En ik vind het dus nog steeds. Tenminste: ik vind mezelf als ik 40 ben al heel oud. Andere mensen van 40, da's niet erg. Die zijn nog jong. Maar IK. IK ben dan oud. (Zeker omdat ik me soms 80 voel...)
Ik zal het bewijzen:
  • ik ben als ik 40 ben al ruim 20 jaar getrouwd. Dan ben ik een porseleinen bruid. Breekbaar goedje... Bijna vieren we onze zilveren bruiloft. En een zilveren bruidspaar is per definitie oud. En ingekakt in hun huwelijk. Toch? Nou. Klopt aardig, dus. Al zei Grote Pol gisteren nog heel teder dat ie van me houdt. Dat soort uitspraken moet je koesteren, hoor, als je al zo oud bent!
  • ik heb heel veel grijze haren. Eigenlijk. Maar niemand ziet dat omdat ik ze verberg onder een dikke laag chemicaliën. Ik verberg nog wel meer dat bij oude mensen hoort: een hangbuikje, putjes in mijn billen, andere hangende onderdelen (twee stuks), vocht in mijn voeten en een slechter geheugen (lang leve de lijstjes!).
  • het liefst luister ik naar de stilte. En fiets ik graag in het bos of op de hei. Net als heel veel meer oude mensen. Jongere mensen zie je daar niet. Tenzij ze meegesleurd worden door hun ouders omdat die vinden dat er hoognodig iets aan de opvoeding gedaan moet worden of omdat ze hun kinderen anders achter het behang zouden plakken. Of omdat de hond beweging nodig heeft.
  • ik ben van 1970. 1970 is het jaar van het Kralingen popfestival, van het kabinet De Jong, de uitvinding van de zitkuil, de eerste televisieuitzendingen van de EO, het sterven van Janis Joplin en Jimi Hendrix en de eerste aflevering van Jan, Jans en de kinderen.
    Geef toe: u dacht dat al deze dingen al eeuwen geleden gebeurden! U dacht dat vast Jimi Hendrix altijd al dood was, dat de zitkuil al in de oertijd bestond en dat Wim de Knijff Noach live interviewde na het zien van de eerste regenboog aller tijden. Nee, meneer, mevrouw, het is allemaal 40 jaar geleden gebeurd. VEERTIG JAAR! En dat is dus heel lang geleden en het lijkt ook heel lang geleden en het is NIET als de dag van gisteren....  
Wat wel als de dag van gisteren lijkt is onze trouwdag. Da's dan wel weer raar.
En weet u wat zo leuk is?
Nou?
Nee, u weet dat niet. Ik zal het maar verklappen.
Let op.

Vanaf de verlovingsdag, ja, wij deden dat echt officieel en ouderwets enzo, hield ik een dagboek bij. Dat dagboek gaf ik aan Grote Pol op onze trouwdag. Ik telde de dagen namelijk. Vaste lezers hier weten dat ik gestoord ben en iets met tellen en rekenen heb. Ik begon te schrijven op dag 257 en telde af naar dag 0. Heel romantisch allemaal.
En nu had ik u willen trakteren op een primeurtje. Ik had een stukje dagboek van 7 oktober 1990 willen publiceren hier op het wereldwijde web. Dat dagboek is tot nu toe door niemand anders gelezen dan door Grote Pol zelf. Dus u kunt nagaan hoe bijzonder ik u vind.
Maar nu wreekt zich mijn ouderdom. Ik ben het dagboek kwijt. Ik lijd dus werkelijk aan geheugenverlies. Ik heb ook geen enkel lijstje waarop staat waar ik dat dagboek opgeborgen heb.
En Grote Pol weet ook al niet waar het ligt, in elk geval niet onder zijn kussen, waar ik het stiekem wel verwachtte. Maar Grote Pol is echt oeroud, vergeleken bij mij, dus hij is verontschuldigd. Zijn geheugen is nog wat meer aangetast dan dat van mij. Van hem kunnen we niets verwachten in deze zaak.

Helaas, het is niet anders.

Tot slot als troost nog een geinige foto. Grote Pol en ik in onze trouwkleding met twee lieve aanwinstjes erbij. Genomen op 10-10-2000 bij mijn ouders thuis.