zaterdag 31 juli 2010

Het geniet-van-het-leven-gen

Kunstpol en ik keken gisteren naar Puberruil. Kunstpol wil ook wel eens een tijdje van hut ruilen met een puber uit Afrika of zo. Dat lijkt hem wel wat, als hij maar geen geitenbloed hoeft te drinken.
Gisteren ging het over twee meisjes die voor een paar dagen van gezin ruilden. Het ene meisje komt uit Nijmegen, het andere uit Nieuw-Zeeland. Vrolijke grieten, allebei levenslustig, leergierig en behoorlijk zelfstandig. En allebei met het syndroom van Down.
Kunstpol was best een beetje jaloers op het karakter van die meiden. Na een tijdje nagedacht te hebben wat het 'm nou precies was, was hij eruit. Ze waren zo vrij en blij, waren volkomen zichzelf en schaamden zich niet voor zichzelf.
Eén van de moeders verwoordde het zo: mijn dochter heeft het geniet-van-het-leven-gen.
Kunstpol geniet vaak heus wel van het leven, maar dat gen heeft ie in elk geval niet. Grote Pol en ik hebben het ook niet. Zelfs niet recessief, vermoed ik, anders was er nog hoop geweest.

Misschien een idee voor een nieuw, innovatief programma: Genruil. Om een paar dagen uit te proberen hoe dat nu is: leven met andermans genen.

Of, nee. Doe maar niet. Gewoon jezelf (leren) accepteren en ontspannen verlangen naar te zijn zoals je bedoeld bent. Da's absoluut genoeg. Dan zul je ook volop van het leven gaan genieten.

dinsdag 27 juli 2010

Verbannen

Ik word regelmatig uit mijn eigen huis verbannen. Mag me dan gewoon niet meer binnen vertonen en moet uit de buurt blijven van alle mannelijke Pollen. Het liefst zetten ze me dan op het balkon met de deur (van binnenuit) op slot.

Wat ik dan gedaan heb? Niets bijzonders. Ik ben gewoon een hele lieve mamaPurperpol en vrouwPurperpol. Ik knuffel en kus de Pollen hier regelmatig (alleen als ze dat willen en soms als ze het echt even nodig hebben ook tegen hun wil), ik voed ze, ik kleed ze, ik knip hun haren, maak grappen, doe gek, doe serieus, laat ze grotendeels hun gang gaan, spoor hen aan om toch de hoognodige dingen wel te doen (op tijd naar de wc, naar bed, uit bed, kamer opruimen, lichaamsbeweging nemen), hoor hun verhalen aan, stel intelligente en belangstellende vragen, geef soms zomaar chips of snoep, af en toe mogen ze zelfs ook even achter de laptop. Ik ben gewoon een superPurperpol. Iedereen zou mij wel in huis willen hebben, denk ik soms. Van mij heb je echt geen last, alleen maar lust.

Maar daar denken de mannen hier in huis dus anders over.

Wanneer denken ze daar anders over? Gewoon, als ik iets lekkers wil eten. Ik hou van dingen die zij niet lusten, namelijk. Haring bijvoorbeeld, met uitjes. Augurken. En gekookt ei. Of gebakken, nog lekkerder. En dat stinkt, vinden zij. Ik vind van niet. Het ruikt namelijk heerlijk. Maar ik moet dan dus met mijn bordje op het balkon gaan zitten.
Binnenkort wil ik voor het eerst mosselen koken en eten. Dat heb ik nog nooit gedaan en het lijkt me heerlijk. Maar ik weet niet hoe het ruikt als ik die dingen hier bij ons ga klaarmaken. Weet u dat? En lust u mosselen? Want in m'n eentje twee kilo wegwerken, dat is wel wat veel. Dat mag vast niet van mijn dokter, al die eiwitten. Dus hierbij van harte uitgenodigd om samen met mij op dit balkonnetje gezellig mosselen te eten. Met friet en een lekkere salade of zo. Hun porties friet eten de mannelijke Pollen dan gezellig binnen op, waar het niet tocht en regent en geen vliegen zijn.
En weet je wat ook leuk is? Even die Purperpolpoll hiernaast invullen, dan weet ik meteen of ik gek ben of niet. Schept dat ook weer duidelijkheid.

maandag 26 juli 2010

Klotszak

Parapol heeft weer iets nieuws gekocht: een camelbak. Dat is een veredelde rugzak waar drie liter water in kan en met een slangetje dat je aan de voorband van de rugzak kunt klikken. En daar kun je dus te allen tijde uit drinken, tijdens het fietsen, of tijdens een militaire missie in de woestijn of de jungle.
Een rugzak waar drie liter water in kan, ik moet er niet aan denken om die steeds op mijn rug te hebben, maar Parapol heeft er geen last van. Hij lurkt de hele dag door lekker aan het rubberen tuutje en ziet er bovendien heel stoer uit. Het helpt hem nog beter te dromen over zijn heldhaftige toekomstige daden als hij marinier is.
En hij heeft opeens veel meer bekijks. Zelfs échte militairen vragen hem zomaar op straat waar hij die klotszak vandaan heeft, want zij hebben nog een gewone gele, hij heeft een woodlanduitvoering. En dat zijn natuurlijk de beste.

Andere belangstellenden zijn vooral geïnteresseerd in de inhoud van de zak. En vragen vervolgens meteen of er ook bier of jenever in kan. Dit zijn meestal mannen van middelbare leeftijd. Met sandalen met witte sportsokken en een buikje. En met een giechelende echtgenote met de Libelle én de Margriet in haar handtas.
Parapol hoopt maar dat hij later niet zo wordt, maar toen hij laatst veteranen van het Korps Mariniers op televisie zag, werd hij toch wat stiller. Al die vroeger zo stoere, sterke mannen hebben nu ook een buikje. Of een bochel. Of een blindenstok. Of net zo'n domme korte broek als Grote Pol. Helemaal verkeerd, dus.

Misschien wordt Parapol nu toch wel gewoon leraar geschiedenis. Met een klotszak. Stukken beter dan een fles whisky, verstopt in de bureaula.

zondag 25 juli 2010

Erfzonde

Kunstpol is geen grote eter. En dit is een understatement. Hij eet bijna niets, eigenlijk. Zit na één boterham alweer helemaal vol, geeft gewoon z'n halve frikandel weg aan Parapol die er wel pap van lust en heeft volgens hem echt wel genoeg aan één vitamine per dag...
Van de week aten we pasta, zijn lievelingsgerecht. NOT.
Grote Pol schepte op, dat kan hij goed, maar Kunstpol vond het allemaal veel te veel. Hangend over z'n bord mopperde hij: 'Het is eigenlijk wel heel Bijbels: voor de schuld van de ouders moeten de kinderen boeten.'

zaterdag 24 juli 2010

Er gebeuren rare dingen op Marktplaats

Grote Pol verkoopt allerlei dingen op Marktplaats. En op dit artikel wordt zelfs geboden! Snapjijhetsnapikhet.

Let ook even op de wervende tekst van Grote Pol... (even erop klikken voor een vergroting)

Na een bod van vanmorgen van inmiddels wel 18 euro op dit flodderige T-shirt dat nog nét niet naar het okselzweet van Grote Pol ruikt, werden opeens alle boden weer verwijderd en begon het bieden weer opnieuw.

Snapjijhetsnapikhet.

vrijdag 23 juli 2010

Russen verven, Duitsers schuren

Deze vakantie wordt er weer fanatiek gemodelbouwd door Parapol. Kunstpol doet voor spek en bonen mee: alleen als hij zin heeft en dat is bijna nooit. Parapol ergert zich aan de lakse houding van Kunstpol en stelt steeds verwachtingsvol enthousiasmerende vragen als: 'Zullen we Russen verven?' 'Duitsers schuren?' 'Engelsen vijlen?' Hij ziet dit als een gezamenlijk project waar in de zeer nabije toekomst, een waanzinnig, razendpopulair en wereldberoemd WOII-museum uit zal ontstaan.
Maar Kunstpol is niet gemotiveerd. Niets kan hem momenteel bewegen uit zijn luie stoel te komen en zijn Agent 327-strip weg te leggen. Hij heeft vakantie, ja, is dat duidelijk?
De stemming werd er vanmorgen niet beter op toen Parapol begon te zeuren over de Britten. Op die minuscule poppetjes blijkt na controle namelijk het een en ander grondig misgegaan te zijn bij het verven. Broekzakken zijn aangezien voor munitietassen, het ene wapen is verward met het andere wapen en in plaats van kleur 434a had in sómmige gevallen dus kleur 433b gebruikt moeten worden: een nuanceverschil waar Parapol U tegen zegt, Kunstpol zich niet druk om kan en wil maken en waar ik voor de verandering eens totaal NIET wakker van kan liggen. Sterker nog: ik ZIE het niet eens.
Maar dat komt omdat ik er ook niet naar kijk. Zo'n ongeïnteresseerde moeder ben ik dus, ik beken het hier maar eens op het wereldwijde web. Parapol zegt hierover, met de intonatie van Jaap Kooiman van TWGHG: 'Ik heb weer eens een moeder.'

En om te bewijzen dat ik toch erg van mijn kindertjes hou, plaats ik maar eens een foto van een stelletje pasgeverfde Duitsers. Hun broekzakken zijn in elk geval helemaal oké.

En hieronder de Britten, met hun foute broekzakken en munitietassen. Echt schandalig, vindt u niet?

donderdag 22 juli 2010

Boekverkopers zijn allemaal vleesgeworden Anniecreaties

Vorige week fietsten we naar Damme, in Vlaanderen. Ja, daar kun je best even op googelen, want Damme is leuk. Schilderachtig middeleeuws, vinden ze zelf. En dat is ook zo.
Damme is echt heel erg mooi, klein en overzichtelijk. Dat zie je meteen en vooral als je, net zoals Kunstpol en ik moedig deden, de kerktoren beklimt. Wat minder leuk is, is het afdalen van die kerktoren. Dat is verschrikkelijk eng en dat doe ik nooooit weer. Maar bij het klimmen had ik dat dus nog niet door.
U wilt foto's van het uitzicht? Nou, let op, hier komen er twee. Verbijsterende kwaliteit hebben ze natuurlijk, maar dat moet u mij niet kwalijk nemen, want het waaide nogal daarboven en het was errug hoog en eigenlijk kan ik daar dus niet zo goed tegen. De combinatie Purperpol, hoog en wind, dat is genen goeien.

En nu zie ik u denken. U denkt: wat zouden die pijltjes nou toch betekenen? En die vrolijk gekleurde ovaaltjes, wat doen die daar?

Nou, dat zit zo.

Het gele pijltje wijst naar Tijl en Nele. Bij Tijl en Nele lunchten we en dat was lekker. Tijl en Nele hebben ook nog allerlei lekkere dingetjes die we niet geproefd hebben, zoals St. Pol. Dat is jenever en Pollen en jenever is ook al genen goeien combinatie, maar het merk doet het hem natuurlijk helemaal. Zo'n kruikje wil ik eigenlijk best heel vreselijk verschrikkelijk graag hebben, maar ja, dat zei ik toen niet en nu wel. En dat is dus te laat, Purperpol. Te laat.
Dus. Als u nog in Damme komt deze zomer, ga naar Tijl en Nele, ergens bij het gele pijltje, en koop er zo'n kruik. Drink 'm lekker leeg en geef 'm dan aan mij. U blij, ik blij.
Zo. Geregeld.

Nou die ovaaltjes en dat oranje pijltje nog. Die duiden (tweedehands) boekwinkeltjes aan. Damme heeft er namelijk wel negen. Ramsjachtigen, reisboekachtigen, antiquairachtigen en stripachtigen. De Pollen en boekwinkeltjes, da's nou sjuust een helen goeien combinatie.
De Polletjes duiken meteen in de geschiedenis- en militariahoek, Grote Pol gaat voor de kinderboeken en de muziekboeken en ik dwaal tussen literatuur en hobby en kunst en van alles door. En ik kijk naar de eigenaar. En dat is in Damme nog wel het allerleukste.
In het stripwinkeltje AHA!! (oranje ovaaltje) was dat Vader Stamper. Joviaal, hartelijk, goedzakkerig en verschrikkelijk rommelig.
Bij zijn buurman van de veredelde ramsjzaak stond  Meneer Pen in de zaak. Geordend, grappig, ontzettend aardig en behulpzaam.
Bij Diogenes (blauwe ovaaltje) vonden we een mannelijke equivalent van Mevrouw Helderder. De zaak had beter Argus kunnen heten, want we werden met Argusogen bekeken. Doodsbang was meneer Helderder voor Polletjes die zijn militariaboeken één voor één betastten, er ook wat uit de kast haalden en zelfs openden. Als een bok op een haverkist hield hij ze in de gaten, tot hij doorkreeg dat ik op mijn beurt hem weer in het snotje hield. Geen vriendelijk woord kon eraf, ook niet toen Parapol uiteindelijk een boek bij hem kocht.

En het oranje pijltje wijst naar Oorlog en Vrede, the loneliest bookshop in town, met een inderdaad wat afgelegen ligging. En dat komt mooi uit, want de eigenaar is perfect te vergelijken met de kluizelaar. Bij binnenkomst, iets dat hij wel heeft moeten ervaren als een Polleninvasie, sprak hij geschrokken lispelend en enigszins contactgestoord: 'Maar ik héb helemaal geen kinderboeken, geen ramsj en geen strips.' Maar we stoomden door, zodat hij zijn toevlucht zocht in een doorgezakte oude leunstoel waarop hij in lotushouding neerzeeg. Dat kwam goed uit, want zijn benen beletten ons anders de doorgang. Zijn John Lennonbrilletje, lange vettige haarslierten, slangachtige bewegingen, magere gestalte en grote collectie esoterie, vrijmetselarij en zeer alternatieve geneeswijzen maakten het plaatje compleet.

Tot slot nog één foto. Hier zitten we op een terrasje in Damme. En wat doen de Polletjes? Die zijn verdiept in hun pasgekochte boeken. En da's 'nen helen goeien combinatie!

dinsdag 20 juli 2010

Eén Duitse zin volstaat

Op het mooiste plekje van Zeeuws Vlaanderen, waar wij toevállig vorige week waren, stond ons appartement. Een verbouwde koestal, maar je rook er gelukkig niets meer van. Alhoewel, koeien stinken niet. Paarden stinken. Blijkt. Ja, dat heeft dit Arnhems stadsmeisje inmiddels ook wel door. In Zeeuws Vlaanderen kun je je hart ophalen, als je van paarden houdt. Maar ook als je van koeien houdt, want die staan daar nog gewoon in de wei.
We hadden een heerlijke vakantie. Vrijdag zei ik nog tegen Grote Pol dat het die hele week net was alsof ik helemaal niet ziek was, zo gezond voelde ik me. En geen gespan ook, zie dit blogje van een week of wat geleden. We genoten.
De Polletjes ook. De diverse verschillende belangen waren deze vakantie wat gemakkelijker verenigbaar dan vorig jaar. Parapol laveerde die week soepeltjes tussen jongvolwassen gedrag en puberaliteiten, Kunstpol tussen onbezorgde jeugdigheid en vrolijk probeergepuber.

Op dezelfde boerderij, in het veulenkot,  logeerde een Duitse familie met kinderen in leeftijden rondom die van de Polletjes. Maximus, Johannus en Gregorius heetten ze. Of zo. Kan ook Adelbrecht, Waldemar en Balthasar zijn geweest.
Maximus zocht contact met onze Polletjes. Parapol spreekt inmiddels een aardig woordje Duits, dus die twee konden redelijk praten met elkaar. Kunstpol kwam minder ver op verbaal gebied. Nonverbaal kost het onze rasacteur geen enkele moeite van hart tot hart te communiceren, maar af en toe kan een gesproken woordje wisselen best leuk zijn. Om het ijs te breken en te verhullen dat hij maar één zin Duits kent, liet hij Maximus telkens de zinsnede 'Zeven Scheveningse schoonmoeders' uitspreken, waarop Maximus wijselijk stehfest 'Babbelbabbelbabbel' antwoordde. Inclusief Duitse tongval. Dat klinkt heel leuk, dus de Polletjes hebben dit unferfalschte Deutsch gleich übergenommen.
Kunstpol kent nu dus één zin Duits en één woord Duits. En die zin heeft hij vorige week wel honderd keer gebruikt. Dat werkte heel goed: direct aandacht en leuk contact, keer op keer.
Hij komt uit Fawlty Towers en deze fantastische wonderzin luidt zo:
'Wir wollen ein Auto mieten.'

En dat is grappig, ja.
Ook na honderd keer. Blijkt.
Dus mocht u met der eine oder ein andere Deutscher contact willen leggen en eigenlijk geen woord Duits spreken....

zondag 18 juli 2010

Verdriet

Terug van een fijn weekje vakantie. Daarover schrijf ik later meer.

Want thuisgekomen las ik een overlijdensbericht. Ik wist dat dit bericht snel zou komen, maar toch. Toch overspoelt het verdriet je bij het lezen ervan. Bij het zien van haar mooie, ingetogen gezichtje met die bijzondere uitdrukking op de foto en het schilderij dat ze maakte over haar lievelingspsalm. Bij het lezen van de rouwkaart met daarop haar prachtige namen. Bij het ophalen van herinneringen: ik zag weer voor me hoe ze danste op een stukje klassieke muziek om uit te beelden hoe een bloem ontluikt, hoe ze bij me in de kring zat en hoe ze ernstige vragen stelde en diepzinnige antwoorden kon formuleren.
Morgen is de begrafenis.
Ze is elf jaar geworden en toen ze nog een kleuter was, heb ik haar twee jaar in de klas mogen hebben. Zij heeft toen het een en ander van mij geleerd, maar ik heb nog veel meer van haar geleerd. Ze deed me altijd denken aan Maria. Over haar wordt geschreven dat ze de woorden die de herders na de geboorte van Jezus zeiden in haar hart bewaarde, dit meisje deed dat ook. Zij bewaarde de woorden van God in haar hart en vertrouwde.
Wat een geliefd, lief en uniek mensenkind moeten we missen. Wat goed om te weten dat ze veilig in Gods hand is.

vrijdag 9 juli 2010

Going for gold

In het holst van de nacht (lees: rond zes uur) lag ik weer eens gezellig wakker te zijn. Waren het vorig jaar kraaien die ons wakker krasten, dit jaar zijn het eksters. Op het onaangename geluid dat ze produceren na, zijn het best lollige beesten. En ze gaan écht voor glinsterende dingen, merkte ik vanmorgen.
Want toen kwam er een op onze vensterbank zitten. Eentje die nog niet helemaal opgevoed was. (Het leek wel een Polletje.)
Het raamboogje van ons raam schitterde in de zon, vandaar dat ie kwam, denk ik. (Hier een foto van mijn uitzicht:)

En nu een foto van hetzelfde raam, maar dan met het gordijn omhoog:
Hij draaide op dat smalle richeltje op hoge poten rond en rond; ik zag afwisselend z'n staartveren en z'n snavel. Loerde steeds even bij ons naar binnen, op zoek naar al het goud en zilver dat we op onze slaapkamer verstopt hebben, hipte een paar keer op het raamboogje en weer terug, pikte zelfs wat op de binnenvensterbank en bleef zeker vijf minuten de boel verkennen.

Ondertussen werd er door de volwassen eksters uit alle macht naar hem gekrast:
'Doet dat toch niet, míen jong, daar zitte mense.'
Zo te horen ontstond er flinke paniek, daar in de ekstergemeenschap, toen het puberekstertje het vertikte om te luisteren: 'Gaat daar toch weg. Dat is gevaarlijk!'
Puberekster schudde z'n veren nog eens lekker op, mompelkraste onverstaanbaar iets terug, rolde met z'n ogen en provoceerde zo met zijn gedrag de ganse eksterbende.
Ooms en tantes gingen zich er ook mee bemoeien: 'Wat moet er van jou terechtkomen? Je belandt nog in de goot. Luister toch naar de wijze raad van je ouders.'
Maar eksterjong trok nog eens een poot op, plukte in zijn rugveren, paradeerde heen en weer over de vensterbank en deed of hij het niet gehoord had.
Toen gingen zijn wijze, oude en lieve opa's en oma's zich ermee bemoeien, en met een schorre snik in hun toch al krasserige stemmen riepen ze hem smekend toe: 'Ach, lief kleinkind, weet je wel dat je je ouders hiermee veel verdriet doet? Ze doen zo hun best, ze hebben je verwekt, gelegd, uitgebroed en gevoed, ze leerden je vliegen en krassen, pikken en je territorium verdedigen tegen die vervelende roodborstjes, koolmeesjes, kraaien, duiven en boomkruipers, zelfs leerden ze je hoe je de buurtkatten en adhd-hondjes kunt verjagen.  Ze wezen je de lekkerste hapjes en de handigste takjes. Niets kwam je ooit te kort. Hebben ze je ooit in de steek gelaten? Ze zijn er altijd voor je geweest... Heb je dan geen enkel moreel besef? Wees toch dánkbaar.' 
En na dit gloedvolle pleidooi vloog eksterjong eindelijk op en kon ik weer slapen...

donderdag 8 juli 2010

Z'n heupen

Grote Pol heeft het plotseling op z'n heupen. Hij bekeek weer eens wat spulletjes van vroeger en besloot een aantal dingen op Marktplaats te zetten. Terwijl hij anders zo bewaarderig en nostalgisch is. Zo heeft ie nog stapels oude sentimentele-waardevolle spijkerbroeken, lelijke onbreekbare bruine glazen schaaltjes en ontelbare cassettebandjes die hij nooit meer draait. Maar die gooit ie nooooit weg, laat staan dat ie ze te koop zet. En deze mooie dingen dus wel. Met dat bestek wil ik best eten, dat bordje verdient een ereplekje op de schoorsteenmantel en voor iets leuks met de autootjes heb ik een creatief ideetje.
En nu hoop ik dat er dus niet op deze spulletjes geboden wordt...

Dus zoeken jullie nog verzilverd bestek van Keltum uit de jaren veertig,


een emaillen papbordje met schattige kaboutertjes uit de jaren vijftig,


of Dinky Toys uit de jaren zestig:

 
ga NIET voor deze exemplaren naar Marktplaats en bied DUS NIET hierop!

En bied ook niet op die oude coca-colaspiegel, die er nog steeds opstaat (jippie!).

woensdag 7 juli 2010

Tafeltje-dek-je, Purperpolletje-strek-je

Ik kookte vanavond een voorraadje menuutjes voor mijn papaatje.

Ik deed ze in zakjes.

En, ja, ik geef toe dat het er weinig appetijtelijk uitziet. Rodekoolstamppot, wie eet dan nou, 't is hartje zomer. Bloemkoolstamppot met een sloot jus erdoor, blègh. Hutspot in een blauw diepvriesplastic, wie verzint dat nou. En dan dat vleesch! Brrrr. Die arme kippetjes en varkentjes en koetjes.... verworden tot een vettig, glimmend hapje in een glibberig zakkie.

Ik hoop maar dat mijn papaatje elke dag z'n hapje keurig in het magnetronnetje mikt en er lekker van smult. Het tafeltje moet ie zelf dekken.

Dit Purperpolletje gaat zich strekken in haar bedje, want ze is MOE!!!!

De opvoeding behoeft op z'n minst nog even een finishing touch

dinsdag 6 juli 2010

Aardappelen, Groente ende Vleesch

Drie weken geleden schreef ik dat mijn moeder in het ziekenhuis was opgenomen. Dat ik over mezelf allerlei wetenswaardigheden en ook nog heel veel onzin het wereldwijde web opslinger, moet ik zelf weten, maar om dat nu over mijn moeder te doen, daar had ik wat moeite mee. Daarbij overheerste vooral schrik en ongerustheid. Zo lollig als ik normaal schrijf, wilde ik hierover niet doen, dat begrijpt u. Dus ik liet het even bij die ene opmerking. Maar vandaag toch een blogje over haar en mijn vader. Met lang niet alle ins en outs, hoor. En met toestemming van henzelf. Omdat we intussen ook weer wat vleugjes humor in de situatie kunnen zien, naast alle ellende en zorgen.

Mijn moeder heeft een lichte hersenbloeding gehad. Ze zat op de fiets, sjeesde juist lekker hard een flinke heuvel af en voelde het toen fout gaan. Ze kon nog op tijd zelf stoppen, maar zakte toen tegen mijn vader aan.
Toestanden!
Gedoe!
Crisis!
En heel veel schrik en ongerustheid, natuurlijk.
Compleet met ambulances, overvolle SpoedEisendeHulpafdelingen, holst-van-de-nachtwerk enzo.
Na twee weken ziekenhuis (waar ze al ergo- en fysiotherapie kreeg) was er plaats in het verpleeghuis, met ook een gespecialiseerde afdeling voor mensen met neurologische klachten. Daar is ze sinds woensdag, maar tot gisterochtend heeft ze daar, op tien minuutjes fysiotherapie van een zieke therapeut, nog geen enkele therapie gehad. En dat frustreert. Al drie weken niet gewoon thuis, eerst in een druk ziekenhuis, nu in een nog drukker verpleeghuis en er gebeurt zo weinig.
Terwijl de eerste zes weken na zo'n hersenbloeding zo belangrijk zijn!

En mijn vader? Die fietst wat af. Trouw bezoekt hij mijn moeder elke dag, want:  ' 't Is zo'n lekker wijffie' - halfuur fietsen, uurtje op bezoek, halfuur fietsen -, doet de was, maakt het huis keurig schoon en gaat bij Jan en alleman eten. Want het enige dat mijn vader niet kan (lees: wil) in het huishouding is koken. En magnetronmaaltijden zijn te pittig, te zout en te ongezond.
Aan eetuitnodigingen (nog) geen gebrek. Dus krijgt die arme man van alles voorgeschoteld. En dat met zijn gebit, zijn smaak en speekselloosheid. Worteltjes, terwijl hij die niet graag lust, pizza, terwijl hij vanwege de droogte niet kan wegkrijgen (dus schraapte hij de toplaag eraf en at dat prutje toen maar op), geitenkaas (veel te exotisch en bovendien geen Vleesch), en te veel kruiden, want scherp eten vraagt om voldoende speeksel.
Al die mensen bedoelen het natuurlijk goed. Het is hartstikke lief van ze. Maar mijn moeder vervangen met haar superkookkunst (...), dat kan natuurlijk niemand. En ze zijn ook lang niet zo lief als mijn moeder.
Morgen ga ik koken. Stamppotjes om in te vriezen. Gewoon keurige aardappel-groente-vleesmaaltijden. Met jus. De porties dumpen we in zijn vriezer, zodat hij een tijdje vooruit kan. Want het gaat heus nog wel even duren, deze ellende.

maandag 5 juli 2010

Vakantiespanning

Stress, stressen; ik vind het maar modewoorden. Als Nederlandse tegenhanger gebruik ik maar spanning en het werkwoord spannen. Mooi te vergelijken met de woorden ontspanning en ontspannen.

De dagen vlak voor het Op Vakantie gaan en de eerste dagen van de Vakantie vind ik maar niets. Ik span wat af, terwijl Op Vakantie gaan nu juist voor de ontspanning was. 'Het liefst ga ik helemaal niet meer weg,' gil ik elk jaar wel weer een paar keer vertwijfeld. En: 'Als het zó moet, hoeft het voor mij niet.' En: 'Gaan jullie maar gezellig samen, want met mij erbij wordt het toch niets.' En: 'Waarom dóen we dit eigenlijk???'

Terwijl er niets aan de hand is.

Want.
a. We gaan nooit ver weg. Dit jaar blijven we zelfs keurig in Nederland. Maar het is een grensgeval, dat wel.

b. Weken van tevoren heb ik reeds extra zwembroeken gekocht,
controleerde ik onze zonnebrandvoorraad en de medicijnvoorraad (erg nuttig in mijn geval...),
bedacht ik hoe de reis naar Het Vakantieadres optimaal zou kunnen verlopen (met de minste drukte op de weg en de meeste frisse lucht),
printte ik de inpaklijst die Grote Pol al jaren op de computer nauwgezet bijhoudt.

c. Het inpakken verloopt, mede dankzij de uitgebreide paklijst, rustig en ordelijk. De mannelijke Pollen zorgen helemaal voor zichzelf, alleen de chaotische Kunstpol heeft nog wat sturing nodig, anders komt ie op Het Vakantieadres aan met louter en alleen vuvuzela's, Donald Ducks en een zwembroek. Overigens zou hij het daar ook prima een week mee kunnen redden.

d. We vertrekken rustig en gestructureerd. Sluiten het gas en licht af, draaien alle deuren op slot en zetten de ramen boven op een kier. Leggen het Vakantieadres klaar voor de plantjes- en krantjesbuurvrouw.

e. We reizen kalmpjes en bedaard. Volgens een vooraf bepaalde route die goed doorgenomen is en waarvan foto's van de lastige punten op Googlemaps bestudeerd zijn. Geen aanhangers, bungelende fietsen of schoonmoeders op het dak aan onze kar.

f. Bij aankomst nemen we tijd om rond te kijken, wat uit te pakken en doen niets spannends.

g. We gaan Niet Kamperen. Dus geen tent meer die uit 94 delen bestaat, geen lekke luchtbedden, geen klamme slaapzakken etc. etc. (zie dit blogje van vorig jaar, in de serie Erge Vakantieverhalen zou een herplaatsing hiervan niet misstaan....)

Ik doe echtecht NIETS fout.
Maar toch slaat die spanning elke keer weer ongenadig toe en heeft een negatieve invloed op Het Prettige Vakantiegevoel in het algemeen, dat van de Pollen en van mij in het bijzonder. En waarover span ik me dan? Het gaat werkelijk nergens over. Ik weet zelfs amper een voorbeeld te noemen: iets met zakdoeken die we te weinig zouden kunnen meenemen. Of de vliegenmepper die we zouden kunnen vergeten. Of gewoon echt niets. Spanning om niets. Dommer kan niet.

Dit jaar gaan we maar een week gezamenlijk op vakantie en het is zo zonde als ik de helft van de week nog met die spanning zit. Dus ik vroeg raad aan de ergotherapeute van het revalidatie-instituut. In de hoop dat ze zo ergens een kopietje vandaan kon toveren met Tien Nuttige Tips Ter Voorkoming Van Vakantiespanning In Het Bijzonder Bij Chronisch Zieken.
Maar nee.
Dat had ze niet.
Verbazingwekkend genoeg.

Ik moest maar gewoon wat ademhalingsoefeningen doen. Of De oefening met de Rozijn. En nu wilt u allemaal weten wat voor raars dat nou weer is, De oefening met de Rozijn. Nou. Dat leg ik een andere keer wel uit, als er genoeg belangstelling voor is. Ik kan wel zeggen dat De oefening met de Rozijn bijzonder ontspannend is, dus op onze inpaklijst voegt Grote Pol na het lezen van dit blogje toe: Rozijn. Bij de R van Regenkleding en Rijbewijs.
O ja, Grote Pol, ook graag: Slaappillen. Bij de S van Schrijfblok, Shampoo en Sandalen.

zondag 4 juli 2010

Draai

Al sinds de Polletjes naar school gaan, hebben ze moeite met de eerste week van de zomervakantie. Ze kijken er maanden naar uit, tellen de dagen dat het nog duurt, maar als het eenmaal zover is, kunnen ze hun draai niet vinden.
En hangen ze, plagen ze, ergeren ze, ruziën ze, tergen ze, zuigen ze, vermoeien ze. Ze vervelen zich. Te pletter en stierlijk.
En wat zeg je dan, als verstandige, maar blijkbaar totaal onrealistische ouder? 'Ga toch eens wat doen! Bel iemand op, maak een afspraak, ga zwemmen / fietsen / vissen / crossen / muziek maken / bungeejumpen, pak een boek, bouw een hut, poets je fiets, ruim je kamer op!'

Maar niets helpt.
Zij vervelen zich en wij moeten vooral niets verzinnen.
Kinderen moeten zich gewoon af en toe vervelen.

Citaat van Martine Delfos:
Nee, kinderen hebben het té druk. Om je te ontwikkelen en te herstellen heb je rust nodig, moet je slapen, dromen. Leuke activiteiten moet je ook verwerken, hoe leuk ze ook zijn. En leren is ook naar buiten kunnen staren, zonder ergens aan te denken, dan rijpt de stof. Veel van het leren gebeurt onbewust. Zoals een groot deel van ons denken onbewust gebeurt. Vervelen is ook goed, zodat kinderen kunnen bedenken wat ze gaan doen, en hun eigen keuze daarin maken. Dan komen er dingen uit die bij het kind horen en leert een kind over frustraties heen te komen.

Blijkbaar gebruiken de Polletjes de eerste weken van de zomervakantie hiervoor. Ik ben benieuwd wat het dit jaar oplevert. Tot nu toe is het namelijk nog in elke zomervakantie helemaal goed gekomen.

Overigens is je kind halverwege die verveeltijd op scoutingkamp sturen ook een goede manier gebleken om aan de verveling te ontkomen, voor beide partijen. Ik hoop dat Kunstpol het daar naar zijn zin heeft!

zaterdag 3 juli 2010

Erge Vakantieverhalen - deel 6 La grande Finale

Wat was cliffhanger 5 ook alweer?

O.
Ho. Stop.
Ik vergeet wat.
Eerst even een mededeling van huishoudelijke aard: als u nu pas inhaakt, raad ik u stellig aan de voorafgaande delen eerst te lezen. Ze staan hieronder, netjes op een rij. Waarom u hier nu pas gaat lezen, snap ik ook niet, maar u zult er wel goede redenen voor hebben. Daar gaan we voor het gemak maar vanuit.

Cliffhanger 5: geldzorgen.
We hadden dus een flink deel van ons resterende vakantiebudget moeten weggeven aan een trage taxichauffeuse, waren dolblij onze oude, vertrouwde, gammele stinkcaravane te zien, dronken nog een laatste glaasje kalmerende wijn en maakten ons meteen weer nieuwe zorgen. Geldzorgen.
We schraapten alle centimes, halve centimes en francen bij elkaar,vonden het gelukkig nog enigszins meevallen en calculeerden flink. Als we zuinig deden, dus geen uitstapjes meer, maar de lust daartoe was ons toch al vergaan, konden we het net uitzingen. Druiven plukken hoefde dus niet, een baan als au pair had best leuk geweest en ook wel heel goed voor mijn Frans, maar niet goed voor onze relatie en Grote Pol is in wezen al clochard genoeg en had niet de behoefte om dit talent verder te ontwikkelen.
We werden dus écht gierige Hollanders, die nog net geen goedkope ezelkaas kochten, maar wel overleefden op stokbrood met meegenomen Hollandse pindakaas en gesmolten hagelslag en af en toe wat fromage, zelfgebrouwen brandnetelsoep, bramen, water uit de kraan en.... de liefde. L'amour.
Dat was genoeg. Genoeg om een heerlijke vakantie samen te hebben.

En toen was het tijd om weer naar huis te gaan. We pakten onze tassen in, poogden nog een geanimeerd gesprekje met haar de veuve te voeren, zwaaiden haar toen maar vriendelijk bonjour, zeulden onze tassen en onszelf weer naar de bushalte, waar de bus keurig op tijd arriveerde en liepen nog een tijdje rond in het stadje van het treinstation waar de train van grote snelheid vroeg in de avond zou vertrekken. Omdat we zo keurig zuinig waren geweest, hadden we zelfs nog wat geld over en ook nog een kascheque waarmee we geld zouden kunnen opnemen. We voelden ons dus weer rijk en liepen nog even ontspannen winkel in, winkel uit. De zeultassen hadden we in een kluis gepropt. In een van de winkels zagen we een poster die we moesten en zouden hebben. Vonden we. We zeiden nog: moet dat echt? En ja, het moest echt.
We hadden nog net genoeg francen om 'm te betalen. De verkoopster rolde 'm op, deed er een elastiekje om en wij huppelden naar de bank om onze laatste kascheque te verzilveren. Zodat we nog wat konden eten en wat mondvoorraad voor onderweg konden kopen.
Maar de bank was dicht. Of, nee, niet dicht, maar geld opnemen was absolument impossible. Absolument. We moesten maar naar een autre banque. Maar ook daar was het absolument impossible wat we wilden. Pourquoi? Je ne sais het nog steeds niet.
Toen hadden we echt geen ene sou meer en moesten we nog zo'n achthonderd kilometer in het zachte Frankrijk overleven...
Dus aten we het laatste restje uitgedroogd stokbrood, dronken nog wat water uit de kraan met misschien wel allemaal enge bacteriën erin en stapten op de train van grote snelheid. Met tassen en kwetsbare poster, niets vergeten? Niets vergeten.
In Paris wisten we weer op tijd, rustig en elegant over te stappen in de train van de nacht, dit keer met couchettes. Ik snap ook niet waarom ons dat overstappen nu ook weer zo soepeltjes lukte.
Maar toen.
Toen lagen er al andere mensen in onze couchettes, die er overigens donker, vies, benauwd en errug klein uitzagen. Die couchettes, bedoel ik, niet die mensen. Wat nu? Het waren ónze couchettes, dat lazen we tenminste duidelijk op onze kaartjes van de train van de nacht. Maar dat lazen zij ook duidelijk op hun kaartjes. We keken nog eens goed, eerst naar onze eigen kaartjes, toen naar de kaartjes van les autres, en ja hoor, het klopte toch niet. De kleine lettertjes, hè, die hadden we wel geleerd te lezen deze vakantie. Echt heel handig, hoor. Komt nog altijd van pas, die vaardigheid.
Hún kleine lettertjes klopten niet. Ze hadden kaartjes gekregen voor dezelfde trein, dezelfde tijd, dezelfde coupé, dezelfde couchettes, maar precies een maand later. Dus we bonjourden ze opgelucht uit onze couchettes, zwaaiden ze vrolijk gedag toen ze verslagen naar de loketten sjokten en installeerden ons in onze stofnesten. Rugzakken ergens bij en op onze voeten, poster zo kreukvrij mogelijk naast mij op het matras, in de lengte, want de breedte van zo'n couchette stelt niets voor. Ik durfde me de hele reis niet om te draaien.
De donkergroene, huismijterige gordijntjes gingen dicht, de trein begon voorzichtig te rijden, de medepassagiers lagen al snel lekker te ronken, maar wij niet.
Wij lagen ons de hele tijd af te vragen waar we waren, waarom de trein wéér niet doorreed, waarom ie eigenlijk zo piepte en knarste, hoe laat het was, of we gewaarschuwd zouden worden voor Roosendaal en of het echt wel klopte met alle andere kleine lettertjes.

In het holst van de nacht kwam de douane langs die een blik wierp op onze paspoorten, ons bars toesprak, daarna op gealarmeerde toon overlegde met een collega in het gangpad en toen onze paspoorten stuurs mompelend innam. Wat was dit nu weer? Deden ze dat bij iedereen? Mais non, dat deden ze niet bij iedereen. We voelden ons wederom heel onveilig, zonder geld, zonder paspoort, zonder idee waar te zijn. Met douaniers die zomaar, out of the blue, paspoorten teruggaven of, natuurlijk in ons geval, innamen. In een onvoorspelbare trein, die op de gekste momenten, op de vreemdste plaatsen en in de onnavolgbaarste frequentie piepend en/of knarsend remde, stopte, pruttelend weer verderreed en weer remde en stopte.  L'histoire se répétait.
Geen oog dicht verder probeerden we bij het eerste ochtendgloren op onze horloges te kijken en ontdekten dat we al bijna in Roosendaal zouden moeten zijn. De tijd was toch sneller voorbij gegaan dan we dachten. We stonden op, deden voorzichtig met de poster die nog steeds geen kreukel vertoonde, pakten onze rugzakken, dronken een slokje kostbaar water en fatsoeneerden onze haren. Huh? Wat schrijf ik? Nee, ik deed iets met mijn haren, bij Grote Pol was er toen al niets meer aan te redden.
En gingen op zoek naar een conducteur, of liever nog de douane himself. De trein was er bijna en nóg waren onze paspoorten niet terug. Zouden we dan toch crimineel zijn? Zou de spoorwegpolitie ons in Roosendaal oppakken voor het meeliften met geschifte Fransozen? Voor het illegaal betreden van de Franse spoorwegen? Vermoedden ze opgerolde drugs in onze poster?
Mais non. Niets van dat al. Rien du tout. Op het laatste moment, toen de trein al definitief remde voor het Roosendaalse perron, kwam de conducteur ons plechtig onze paspoorten overhandigen, die we dankbaar in ontvangst namen. De trein stopte, we stapten uit en waren weer op vertrouwde Neerlandse bodem.

Wat een vakantie. Wat een reis. Phénoménal. Terrible. Incroyable. Horrifiant. Fabuleux.

Nooit, maar dan ook nooit meer zouden we weer naar Frankrijk gaan.

Met de trein dan.

Maar twee jaar later bleek, dat met de auto naar Frankrijk, met een oranje bungalowtent uit de jaren zeventig, bestaande uit 94 delen, de ultieme relatietest is. Waarover een andere keer. Misschien.

Trouwens, die poster hangt nog steeds op een mooi plekje in ons huis. Zonder een enkele kreukel. Onze smaak is wel wat veranderd, maar Delia moeten we gewoon elke dag even zien. Bien sûr...

vrijdag 2 juli 2010

Erge vakantieverhalen - deel 5 Terug naar de caravane

(Heeft u wel eerst deel 1, 2, 3 en 4 gelezen? Dat moet namelijk, anders mag u hier niet doorlezen. Dat wordt even naar beneden scrollen, dus! Tot straks.)

Zo.
Die zijn even weg. Kunnen wij ondertussen verder.

Waar waren we ook alweer gebleven?

Bij die nachttrein die om de vijf minuten stopte?
Bij die jaren negentighippies die het al blowend en drinken op het middenpad van de trein erg gezellig hadden?
Of waren we al verder? Bij de totalement lege campieng? En de slacentrifuge, die perfecte slacentrifuge, had ik die al genoemd?
O, u wilt lezen over de bus die niet kwam. En toennie toch kwam, dattie niet stopte. Maar dat hebben we allang gehad. Het gaat in dit feuilleton voornamelijk over bussen die helemaal niet kwamen, overigens, dat wordt saai. Die lift van de geschifte Fransozen, dat was pas sensationeel, maar ook dat is al behandeld.

Maar nee, Purperpolletje, dit is webvervuiling. Vertel je verhaal gewoon maar vite vite verder.
De bus kwam niet. En het was nog zeker dertig kilometer naar de campieng. En toen gingen jullie liften en jullie verwachtten geen moment, geen haar op jullie hoofd die dacht dat diezelfde geschifte liftfransozen jullie weer zouden oppikken.

O.
Ohwwwkeee...
On y va.

We liepen dus naar de doorgaande weg en staken onze pouces omhoog. Binnen een minuut stopte een Citroënnetje. Daarin zaten inderdaad niet die geschifte Fransozen. Wat dacht u dan?
Neehee, het waren twee keurige Françaises die de verkeerde kant op zouden gaan. We hadden hoop gekregen door deze snelle stopsters en liftten vrolijk verder. Maar geen enkele auto stopte meer. We liepen dus maar eens een eindje in de richting van de campieng, in de hoop dat het daar beter liften zou zijn. Maar nee. Geen auto. Ne pas des voitures.
Pas du tout.

We liepen dus nog maar een eind verder en nog een eind en opeens sjokten we over een verlaten spoor. Nou ja, opeens, dat klinkt een beetje magisch. We zochten gewoon de kortste route en dachten, kom, laten we eens over een verlaten spoorbaan gaan lopen. Dat is leuk voor later, als Lydia over al deze ellende gezellige en lollige blogjes gaat schrijven. Dan zien haar lezertjes dat zo mooi voor zich: twee domme, bange, verliefde Hollanders die 's avonds bij zonsondergang in de binnenlanden van het bevallige en van hete warmte zinderende Frankrijk over de eindeloze lignes de chemin de fer sjokken. Ja, we deden het er gewoon om...
Het ging schemeren, het werd donkerder en het toen was het pikdonker en de rails hielden maar niet op. Maar, dachten we slim, rails leidden altijd naar een stationnetje en bij een stationnetje hoort vast ook een villagetje of een ville. Dus liepen we verder over de vermolmde bielzen, dwars door verlaten stationnetjes waar allang geen dorp meer bij hoorde, al repeterend wat we zouden gaan zeggen tegen een eventuele plotseling opduikende spoorpolitieman, opstandige boer, boos blaffende en/of bijtende hond of veldwachter.

Uiteindelijk, na zo'n tien kilometer gelopen te hebben, kwamen we inderdaad bij een stationnetje mét een klein dorpje. Een stationsgebouw, twee huizen, een eglise, een charcuterie én een enorm dorpscafé.
Met veel Fransozen, die veel dronken, veel darten en biljarten, veel lachten en généralement gewoon heel veel herrie maakten. De cafébaas begreep ons probleem dat we schreeuwend in de onderweg ingestudeerde zinnetjes uitlegden, ah, je comprends, je comprends, en belde een taxi voor ons. Het was inmiddels tien uur en we waren moe en een beetje bang en wilden alleen maar veilig op de campieng zijn...  We zijn ook zulke globetrotters, avonturiers in hart en nieren, Grote Pol en ik...
De taxi kwam na twintig minuten zachtjes voorrijden en opgelucht stapten we in. We lieten ons zakken in de comfortabele, zachte kussens van de Mercedes. De chauffeuse reed niet hard, nee, ze reed eigenlijk uitgesproken langzaam, dit in schrille tegenstelling tot alle passerende Fransozen.
De meter tikte lekker door. Angstvallig hielden we bij hoe duur het al was, zonder te weten hoe we de vrolijk rebbelende chauffeur konden beïnvloeden tot een wat vlottere, Fransere rijstijl.
Veertig minuten / twintig kilometer later / tweehonderd franc lichter kwamen we ein-de-lijk, fi-na-le-ment op de campieng aan.

En toen was ons vakantiebudget bijna op. Hoe zouden we overleven in het zachte Frankrijk met zo weinig geld? Werd het tijd om ons aan te melden om druiven te gaan plukken? Kreeg ik een baan als au pair in Paris? Leefde Grote Pol geruime tijd als clochard onder de bruggen van de Seine?

Wordt vervolgd.

donderdag 1 juli 2010

Erge vakantieverhalen - deel 4 Een dagje uit

(Als je deel 1, 2 en 3 nog niet hebt gelezen, dat kan toch zomaar gebeuren, blijkbaar, raad ik je aan dat eerst te doen. Om een beetje in de juiste vakantiestemming te komen. Ahum.)

Het ontwijken van alle rollende bierflesjes, bierblikjes en andere zooi over de bodem van de Citroën had zin, want onze enkels waren op een enkele blauwe plek na ongeschonden, en ook alle schietgebedjes hadden zin, want we kwamen behouden aan in het Franse stadje. We bonjourden de geschifte Fransozen gedag en veel merci ook nog, maar we dachten: 'God had mercy unto us....' Nog nooit waren we zo opgelucht een auto uit te kunnen stappen en weer vaste grond onder onze voeten te voelen.

Langzaam stopten handen met trillen, stopten onze knieën met knikken, daalden onze bloeddrukken weer tot aanvaardbare waarden en konden we weer adem halen met een normale frequentie.
Het stadje was belle, we winkelden wat, we dronken wat, we slenterden dat het een lieve lust had en werden weer très heureuse.

Nadat we ons verzekerd hadden van de bustijden en -plaatsen voor de reis terug, check, check, double check, gingen we in een leuk eettentje wat eten. Logisch ook, dat je in een eettentje wat gaat eten. Je kunt er moeilijk gaan bowlen. De ober vroeg ons iets in rap Frans en we schudden op goed geluk maar non en knikten ook af en toe wat oui. Dat deden we blijkbaar op de verkeerde momenten, want alle andere klanten liepen af en aan naar de bar met heerlijke salades, maar wij mochten dat niet.
We bestelden wat, aten wat, dronken wat, betaalden wat en gingen naar de bus die zowaar gewoon klaarstond en ons terugbracht naar de campieng. Zoals het hoort.

Het lijkt bijna saai. Maar meer kan ik er niet van maken. Er ging dus ook iets goed in deze vakantie! Maar om hier nu mee af te sluiten, da's ook niet wat, dus gauw verder met het volgende uitje dat wel dramatisch afliep:

Een paar dagen later begon het toch weer te kriebelen. De campieng raakte steeds meer bevolkt omdat de staking was opgeheven en er weer volop benzine te verkrijgen was, het riviertje en het uitzicht was niet meer voor ons alleen en we wilden toch nog best een poging wagen nog iets meer van de omgeving te zien.
We besloten naar het stadje te gaan van het treinstation (deel 1).
De heenreis verliep prima. De bus stopte zo'n beetje op tijd bij de halte, nam ons mee, zette ons af bij het reeds bekende busstation. Meteen bestudeerden we de tijden voor de terugreis. Dat deden we grondig. Maar niet grondig genoeg, want in Frankrijk is grondig niet genoeg. Daar moet het gründlich én pünktlich én van check, check, double check. Misschien waren we overmoedig geworden door de voorspoedige heenreis en de terugreis die hier vlak boven is beschreven. We dachten het système wel te doorgronden. Maar niets was dus minder waar.

Het stadje was superbe. We genoten. Aan het eind van de middag liepen we met enigszins vermoeide voeten een kerk in waar een prachtig nieuw muziekstuk, een moderne mis, werd uitgevoerd. Allebei vonden we het zulke gave, hemelse muziek, en dat wil wat zeggen, want de muzieksmaak van Grote Pol komt amper overeen met mijn muzieksmaak. Nog steeds kunnen we terugverlangen naar die muziek. Naar die kerk, naar dat enorme geluksgevoel en de intense geloofsbeleving die ons toen overstroomden.

We aten weer wat in een restaurantje, snoepten nu wel van de saladebar en huppelden rond half acht vrolijk naar de bus.
Maar de bus was er niet.
En de bus kwam ook niet.
En nog steeds niet. Ook niet na nog een tijdje wachten. En na nóg een tijdje wachten.
Hij ging niet. Ja, het duurde even voor we zover waren dat deze realité tot ons doordrong. Het zal de vin rouge zijn geweest....
We bekeken de dienstregeling nu wel gründlich en pünktlich en ja, hoor, het bleek te kloppen dat de bus niet ging. Uitzonderingsgevalletje. Beschreven in de wel heel kleine, verbleekte lettertjes ergens onderaan op het flodderpapier (zie deel 2). En als u een goed geheugen hebt, weet u ook dat de campieng zo'n dertig kilometer ver was.
Wat te doen?

We besloten te gaan lopen naar de doorgaande weg die naar het petit villagetje leidde bij de campieng en zo proberen een lift te krijgen. Het was nog vroeg in de avond en een taxi vonden we te duur. We hoopten natuurlijk op een vlotte lift van behoorlijke, degelijke Fransen.. Niet op een herhaling van een paar dagen geleden. We verwachtten ook geen moment dat we dezelfde Fransozen zouden treffen (zie deel 3). Natuurlijk niet. Dat was impossible. En ondenkbaar.
Dus.

Wordt vervolgd!