dinsdag 29 juni 2010

Erge Vakantieverhalen - deel 3 Geschifte lift

Ach, we hadden het na deel 1 en 2 heel goed naar onze zin op de campieng totalement vide. Er gebeurde geen drol, maar wij hadden lol. En aten ezelkaas tot we durfden toe te geven dat het echt niet te eten was.
Een heerlijk fris, helder riviertje met vrolijk kwakende kikkers en dartele visjes bracht verkoeling. De dagelijkse wandeling naar de plaatselijke petieterige épicier, de boulangerie en de bushalte brachten afwisseling en lichaamsbeweging. Met de veuve viel niet te praten, want wij verstonden haar niet, zij verstond ons niet. Maar we lachten telkens vriendelijk naar elkaar.
Bijna nergens was een rijdende auto te bekennen, alleen af en toe een bus die zich niets aantrok van de dienstregeling die we ergens bij een bushalte zagen flodderen. Maar dat was niet erg. We hadden elkaar al, en de boulanger en de épicier.
Ook de caravane begon te wennen, de slacentrifuge werkte perfectement.
Na een aantal dagen druppelde er een nieuwe benzinevoorraad Frankrijk in en toen kwamen er natuurlijk ook meer toeristen op de campieng. Al gauw vonden we, inmiddels al zo gesteld op de campieng helemaal voor onszelf, het tijd worden om de medekampeerders (het waren er hooguit vijf) eens te ontvluchten (en ook met het idee dat we toch niet de hele vakantie zo passief konden blijven) en probeerden de bus naar een plaatsje in de buurt te doen stoppen. Maar er kwam geen bus, en toen nog steeds niet en daarna nog steeds niet. We bestudeerden het flodderpapiertje met daarop de bustijden nog eens gründlich en pünktlich en toen zagen we dat de dienstregeling niet gold voor die dag. Het was á la centre en aucun lieu en France, hein? Nous avons compris, dus. Finalement. De Pollen werden wakker.

En toen?
Toen kwam er toch een bus!
Een echte autobus!!!
Hoera!, riepen we, en we zongen en sprongen en dansten van plezier. Grote Pol gooide zijn visserspetje hoog in de lucht en ving het behendig weer op. Ik maakte een handstandje en deed de flicflac van pure vreugde.
We zwaaiden en joelden naar de buschauffeur. Onze reddende engel.

Maar de bus stopte niet.
En we weten nog steeds niet waarom niet.
Nous ne comprenons pas du tout.
We zaten in zak en as en huilden tranen met tuiten. Maar we keken elkaar weer eens diep in de ogen, kusten ons verdriet weg en we waren weer très, très heureuse.

Even later stopte er wel een Citroëntje. Met twee langharige Franzosische jongemannen. Die vroegen of we een lift wilden, exactement naar la ville waar we ook echt heen wilden. Dat wilden we best, maar liever niet met die mannen mee. Maar we zeiden schaapachtig toch Oui! en stapten met de moed der wanhoop in. Of met een groot geloofsvertrouwen. Een van de twee.
De jongemannen grijnsden eens naar elkaar en de bestuurder trapte 'm op zijn staart en het autootje spoot over de wegen. Van die driebaanswegen waarbij de middenstrook dan weer voor het heengaand verkeer is en dan weer voor het teruggaand verkeer. Maar die middenbaan was het hele stuk (veertig kilometer) van hem alleen, vond hij. Doodsangsten stonden we uit. We gierden door de vele haarspelderige bochten en de Fransozen voorin gierden van het lachen. Waarom ze lachten mag Joost weten. Om die domme Hollanders waarschijnlijk.
Onder het rijden door knoopten ze ook nog een gezellig praatje aan, waarbij de bestuurder het blijkbaar beleefd vond om ons aan te kijken, dus dat deed hij voortdurend, losjes het stuur en vooral het gaspedaal hant- en voet-erend.
Waar we vandaan kwamen. Olala, les Pays Bas. Amsterdam zeker? Non. O, maar in Amsterdam, daar kwamen we toch zeker tous les jours, want lekker veel hasjiesj daar, hein? Op elke straathoek toch? En ze gierden weer van het lachen.
Wij niet.
Wij probeerden de heen en weer rollende bierflesjes achterin te ontwijken met onze resp. bebirkenstockte en geëspadrillede voeten, knepen in onze handen, rolden met onze ogen en zonden de hele weg schiet- en smeekgebeden naar boven.

En of dat hielp, leest u de volgende keer. Ik ga intussen op zoek naar de foto's. Dat verluchtigt het geheel misschien een beetje.

maandag 28 juni 2010

Erge Vakantieverhalen - deel 2 Naar de caravane

We rolden dus de train van grote snelheid met grote snelheid uit. Dat was maar goed ook, want hij reed nu opeens wel met grote snelheid weg. (Lees als dit verhaal geen bel doet rinkelen eerst even deel 1, dat is veel leuker en dan snapt u er ook nog wat van.)

We waren er.
Bijna.
Ergens in la centre en aucun lieu de France. En iedereen sprak Frans. Lachte Frans. Oogde Frans. Rook Frans. Behalve wij. Wij waren echte, unieke, blozende Hollanders en rekenden dus op een gelikte busdienst naar het petit villagetje. En een goed leesbare dienstregeling natuurlijk ergens op een bordje bij het busstation. Maar nee. Dit was Frankrijk, weliswaar in de jaren negentig, qua wereldtijd gezien dan, maar qua ontwikkeling nog niet daar aangeland. Nog lang niet.
Er was wel een dienstregeling, hoor. Ik overdrijf. Alleen was die niet leesbaar en hing die niet erg zichtbaar op een kilometer afstand van de bushalte. (Ik overdrijf weer enigszins, maar dat begreep u al.) Op het vodje papier stond bijna niets, behalve dan een heleboel uitzonderingen op de normale dienstregeling. Die uitzonderingen begrepen we best, daar moesten we ernstig rekening mee houden, beseften we. De bus zou over een uur of wat vertrekken. Hopelijk. Mogelijk. Eventuellement.
We zochten eerst maar eens een toilet op. Zo'n Frans toilet. Maar dat ging best en het luchtte lekker op.
Zeulden met onze zware tassen over de markt. Kochten een Frans visserspetje voor Grote Pol dat nog lang meeging en twee kalende hoofden jarenlang beschermde tegen verbranding.
Snoven de Franse geuren op, zigzagden tussen de boules van het jeu, aten een baquette, dronken een boel eau uit een bouteille en ook nog een vin blanc en een coca, ontspanden van de reis en geraakten zowaar in vakantiestemming.
En stapten in de bus die inderdaad op tijd klaarstond, wegreed en een dikke dertig kilometer later aankwam (onthoud die afstand, dat zal later nog van pas komen, in deel 4). En we stapten ook nog op tijd uit. Echt, geen vuiltje dans le ciel.
Toen moesten we nog even naar de campieng lopen. Dat was rechtdoor, maar we gingen á gauche. Pourquoi? Nou ja. We dachten dat dat goed was. We hadden de Franse slag al te pakken.
Maar het was niet goed. Wel kwamen we bij de épicier dans le petit village erachter hoe we wel hadden moeten lopen. Maar toen we daar toch waren, deden we meteen nog maar wat boodschapjes. Dat kon er best wel bij, we waren nog jong en sterk. En we wisten niet hoe warm en ver het nog was. Voor de koelvitrine met heerlijke fromagetjes stonden we te lekkerbekken. Eindelijk échte Franse kaas, da's nog eens wat anders dan Rambol en La vache qui rit. We kozen likkebaardend voor een kaas die niet al te duur was en er Typisch en Authentiek Frans uitzag. Geen idee hadden we op dat moment wat ook alweer de vertaling van âne is. Ezels die we waren.
Toen liepen we vrolijk en vol goede moed in een ruk door naar de campieng. Die dus in de brandende zon en via Typische en Authentiek Franse weggetjes vol kuilen en hobbels best vermoeiend te bereiken was. We strompelden en struikelden zo'n beetje een halve marathon en toen waren we er!
De campieng was stil en verlaten, op de beheerster na. Dat kwam natuurlijk door de vrachtwagenchauffeurstaking - niemand kon de campieng dans la centre en aucun lieu de France bereiken zonder benzine. Tenzij ze net zo slim waren als wij en met de trein en bus zouden komen. Maar niemand was zo slim. Ach, we blijven er bescheiden onder.
De beheerster was een Typische en Authentieke Veuve, kwiek, gezellig, erg Frans en ongeveer 1 meter 45 lang en ze ratelde er vrolijk op los. Niet dat wij er iets van konden verstaan, maar de taal van d'amour verstonden we wel. Vol compassie met onze stromen zweet wees ze ons vol trots de meest afgetrapte caravane van het terrain. De enige luxe die deze bouwval bezat was een perfecte slacentrifuge, bleek later.
Vermoeid zegen we neer op de krakkemikkige tuinstoeltjes en snoven de huisstofmijtwolk op die uit het deurtje van de snikhete cabine kwam.
Maar toen keken we nog eens naar de heuvels rondom ons, de rotsen en het kleine riviertje vol visjes, de bloemen des velds en de strakblauwe Franse ciel en in elkaars ogen en waren intens heureuse.

De vakantie kon beginnen! Dachten we.

Wordt vervolgd, natuurlijk.

zondag 27 juni 2010

Erge Vakantieverhalen - deel 1 De heenreis

Toen Grote Pol en ik nog jonggehuwden waren, en daarbij ook nog romantisch en avontuurlijk ingesteld, gingen we op vakantie naar een petit village dans la centre en aucun lieu in Frankrijk. Met de trein.
Dat kwam goed uit, want er heerste al een tijdje een vrachtwagenchauffeurstaking in Frankrijk en in de hele douce republique was daardoor geen druppel benzine meer te krijgen.
We knepen in onze handjes en dachten naïevement daar mooi geen last van te hebben. Want we hadden kaartjes voor de nachttrein naar Paris en daarna ook nog kaartjes voor de train met grote snelheid naar een petite ville tout près het petit villagetje met daarbij nog touter près de campieng van onze rêves. Met op het grote terrain een volledig ingerichte caravane seulement pour nous.
Met onze kaartjes in onze knuistjes duwden we onszelf dus welgemoed en bepakt en bezakt de nachttrein in. Maar we waren niet de enigen. Wij hadden kaartjes, maar dat kon niet gezegd worden van iedereen in die trein. Toch reisde/blowde/dronk/snoof iedereen gezellig mee - het waren voornamelijk van die jaren negentighippies, met dreadlocks en ongewassen oksels en heel veel gitaren, radio's, artistiekerige clochardneigingen en vale plunjebalen.
Onze plaatsjes reservés waren reeds bezet door een stel van dit allooi.
Na heel wat gedoe, gepraat, gemopper, assertief gedrag onzerzijds, gedrogeerd gedrag hunnerzijds en vooral gewapper met onze tickets veroverden we onze plekjes.
Het gangpad was overbevolkt, de bagagerekken puilden uit, onze rugzakken stonden tussen en op onze benen, waar eigenlijk al geen ruimte voor was, maar de trein vertrok. Richting Brussel, dus we zaten nog goed ook. Het had in de consternatie ook zomaar Rotterdam kunnen zijn.
Tussen Roosendaal en Parijs zijn vele stations en andere plaatsen dans la centre en aucun lieu waar de machinist het nachtelijk uitzicht en een praatje met de locale perronopzichter of de koeien in de wei erg de moeite waard scheen te vinden. We stopten die nacht dus zo'n 1478 keer. Op stationnetjes waarvan het voortbestaan alleen maar scheen af te hangen van de hobby van onze machinist. Jahaa, we troffen het wel. Gelukkig hoefden we niet naar de wc, want dat wat gans onmogelijk geweest met al dat volk in het gangpad. Dat er wel gebruik gemaakt werd van het toilet was overigens goed te ruiken.
Geen oog dicht verder in Parijs aangekomen moesten van het Gare du Nord naar een ander Gare. Met de metro. Ook al zoiets. Ik heb verdrongen hoe klungelig we dat voor elkaar kregen, maar het lukte blijkbaar, want ik herinner me wel dat we opgelucht in de train met grote snelheid stapten. En dat we daarin reden met tegenvallende snelheid, ik had een soort achtbaan verwacht en streepjes landschap in plaats van goed telbare vaches qui rits in het weiland. Er was gelukkig wel plaats, een bereikbaar en schoon toilet en er was ook nog lekkere café au lait en thé in de restauratiewagon te verkrijgen.
En toen we in de petite ville waren aangekomen rolden we nog net op tijd de train uit, voor die met nu opeens wel grote snelheid verder reed.

We waren trots op onszelf en dachten nu het ergste wel gehad te hebben.
Maar nee, dat was maar schijn, het bleek niet zo te zijn.

Wordt vervolgd.

vrijdag 25 juni 2010

In de Libelle staat soms pure horror, dat u het even weet

Wilde ik net een trots blogje schrijven over een zeker persoon hier in huis, issie vandaag zo poepchagrijnig dat ik bijna geen zin meer in had. Maar het gaat alweer beter, want daarnet kreeg ie tussen neus en lippen door zomaar even een nieuwe fiets. En daar kikkert zijn humeur blijkbaar zienderogen van op. Overigens: als ik er eerder een boterham in had gestopt, of een bakkie chips, was het vanzelf nog sneller goed gekomen.

Gisteren bladerde ik een Libelle door met daarin een artikel over pubers. Mét een testje, mjammie, dus probeerde ik erachter te komen met welk type puber ik nou eigenlijk te maken heb. Dat wist ik natuurlijk allang, want deze puber is de voorbeeldigste puber van de hele wereld. Ik stel mezelf soms zelfs deze vraag: heb ik hier te maken met een buitenaards wezen dat ik toevallig op d'een of d'andere wonderlijke wijze gebaard heb, of met een gewoon mensch? Maar dit terzijde. En het is natuurlijk overdreven. Dat is die dichterlijke vrijheid weer waarvan ik op dit wereldwijde web zo profiteer.

Je kon bij die test steeds kiezen tussen twee vreselijke types horrorpubers en dan lezen hoe normaal het was dat een puber zus of zo denkt of doet. Maar deze persoon hier in huis, allang in de pubergerechtigde leeftijd, doet dus bijna nooit zus of zo. Behalve dan vandaag, toen hij wat mokkig en mopperig was. Maar eigenlijk ook niet meer dan dat.
Zo kon je kiezen voor pubertypes die (uit mijn hoofd, want het artikel heb ik zo snel mogelijk verdrongen en pas later bedacht ik dat ik het onderwerp wel blogwaardig vond):
a. stiekem drinken, roken, blowen, stelen, experimenteren met drugs en seks.
b. altijd te laat thuiskomen en veel te veel geld uitgeven.
c. met te veel of te weinig vrienden.
d. zich extreem slordig of anderszins extravagant kleden.
e. altijd ruzie maken met iedereen of zich extreem terugtrekken en suïcidaal zijn.

Al deze dingen doet deze zekere persoon hier in huis écht niet. En als hij het niet doet, dan zou hij het volgens Libelle tóch doen. Stiekem. Achter onze rug om, of zo. Maar nee, Libelle, ECHT NIET!!!

Wat deze zekere persoon wel doet?
Deze persoon gaat regelmatig vrijwillig met zijn ouwe, zieke moeder een flink eind fietsen.
Of hij helpt in 'zijn' museum, voor €2,50 per dag, waarvoor hij per dag zo'n veertig kilometer moet fietsen.
Hij maakt zijn huiswerk uit zichzelf en goed genoeg voor minimaal een zesje.
Bezorgt honderden folders per week op tijd en spaart het geld dat hij ermee verdient netjes op. En af en toe trakteert hij zichzelf op wat contanten om er leuke dingen mee te kunnen betalen, zoals een parachutesprong, een oude, verroeste helm (een bodemvondst), een kepi uit de oorlog (die hij heel creatief motvrij verpakt heeft in een doos, achter doorschijnend plastic- vandaar de geweldige fotokwaliteit), of Italiaanse ijsjes voor het hele gezin.
Doet huishoudelijke taken zonder morren.
Eet normaal.
Drinkt niet, rookt niet, gebruikt niet. Ook geen cola.  
Kleedt zich normaal.
Speelt leuk buiten en vermaakt de buurtkinderen met stoere spelletjes.
Is vaak gezellig aanwezig.
Heeft een goed gevoel voor humor.
Plaagt zijn broertje soms, maar stopt als het daar tijd voor is, of als we er wat van zeggen.
Gaat zelfstandig en uit vrije wil even bij zijn oma in het ziekenhuis op bezoek.
Haalt bijna de bruine band bij judo en dat met zulke onsportieve ouders.

Het enige is dat hij het liefst slaapt met het raam dicht. Maar ja. Dat is heel gewoon voor een buitenaards wezen. Laten ze daarover bij de Libelle maar eens een artikeltje schrijven. Ik wil ze best helpen.

Of zou dit kind gewoon een fantastisch en uniek schepseltje zijn? Mja. Maar dat is natuurlijk te saai voor in de Libelle.

Wanneer ik maar beter even niet zou moeten bloggen

- Als ik uitgeput, afgemat en moe ben;
- Als ik stinkende hoofdpijn heb;
- Als Grote Pol zegt: 'Wacht nog maar even met bloggen, want je bent nog lang niet grappig genoeg vandaag.';
- Als een Polletje de hele dag zit te zuurpruimen, te bullebakken en te berenbijten;
- Als de volgende dag het andere Polletje de hele dag zit te chagrijnen, te simmen en te pruttelen;
- Als ik de humor van de dagelijkse dingen even niet zie;
- Als de cijfertjes op mijn weegschaal iets minder gunstigs aangeven dan ik dacht dat ze zouden gaan aangeven;
- Als ik belangrijker zaken te doen heb. Zoals de knoflookresten van mijn tong afschrapen, de aangekoekte korsten uit de gootsteen wegbikken, de kaartjes schrijven die ik al een maand geleden wilde schrijven, een appeltje schillen, de peren bakken en de bananen uit mijn oren halen, of eindelijk eens een goed en stichtelijk boek lezen.

Of gewoon, als Wimbledon op televisie is.

woensdag 23 juni 2010

Tekening

Meisjes tekenen vaak en graag poppetjes, prinsesjes, paarden, dolfijnen, bloemetjes, regenbogen en zielige zeehondjes.
De Polletjes tekenden vaak en graag treinen, soldaten, roofvogels, tijgers, tanks, Airborneparachutes, vliegtuigen, F16's en bombardementen.
Terwijl we ze zo vredelievend opvoedden. Met kijken naar de konijntjes en de lammetjes. En de mooie bloemetjes en genieten van de mooie zonsondergang. En zo af en toe naar een museum of het theater voor echte Kunst.
Omdat wij juist van hun tekenonderwerpen zo helemaal NIET houden. Behalve van treinen. En roofvogels.

Gelukkig krijgen de Polletjes het vak tekenen op school. Met verplichte opdrachten. Meestal kunnen zelfs zij niet er zo'n draai aan maken dat er uiteindelijk toch iets militairs op papier komt.
Maar dan maakt Kunstpol zoiets. Bijvoorbeeld.

Best mooi, dat wel.
Ergens.

Zo ontzettend mooi teergroen en tegelijk zo heerlijk veelbelovend GOUDGEEL!!! en KNALROOD!!!!

dinsdag 22 juni 2010

Zeldzame achternaam 3 - ontknoping








Complimenten voor Karien, Caro, M., Lydia (madiekennikp'soonlukdusdateltnie), Baasbraal en nog wat anonieme anderen, want ik zag bij de real-time view dat mensen al googelend mijn achternaam vonden en zo rechtstreeks naar een ander berichtje op mijn blog gingen.

maandag 21 juni 2010

Zeldzame achternaam 2

(Als u het berichtje onder dit berichtje nog niet hebt gelezen - om welke reden dan ook, ik kan me er heus wel wat bij voorstellen, daar niet van, maar let de volgende keer a.u.b. beter op - , doe dat dan nu eerst even en scroll daarna weer gezellig terug naar hier).

Ja, u denkt nu dus dat ik een heel rare meisjesachternaam heb. Van den Billetjes. Of: Uyt 't Appelenboomgaard.  Of: In der Rottentot. En dat is niet zo. Al komt de laatste suggestie een beetje in de buurt.
En u denkt dat ik van pizza houd en al mijn neven, nichten, tantes, broers en vader ook. En dat is ook al niet zo. Mijn vader houdt er in elk geval niet van. Van de rest weet ik het niet zo goed. Zo close zijn we niet.
Verder hebben we over het algemeen heel normale neuzen en sleutelbeenderen. Mijn oorlel zit vast aan mijn hals, maar hoe het bij mijn familieleden zit, zou ik echt niet weten.
Dat was dus allemaal dichterlijke vrijheid die ik genoot bij het schrijven van dat berichtje gisteren. Ik had me er een lol in. Ik verkneukelde helemaal, hier in mijn eentje achter de laptop. U had het moeten zien.

Laat ik er eens een raadseltje van maken. U bent vast dol op woordspelletjes, anders las u dit hele blog niet. Dat hangt namelijk aan elkaar van spelen met woorden.

Enkele tips en trucs:
1. De voorvoegsels (twee) zijn een anagram van de naam zelf, maar u moet zelf bij de voorvoegsels één nieuwe letter toevoegen.
2. Mijn neefje heeft een prachtige naam, de naam van een roofvogel. Vijf letters. En zijn voornaam is dus een anagram van de achternaam zelf en dus ook bijna van de tussenvoegsels.
3. Onze naam verliest heel wat sjeu als u geen rollende 'r' gebruikt.
4. Twee klinkers, drie medeklinkers. En in de voorvoegsels dus vier medeklinkers.

Meer aanwijzingen volgen als u er met z'n allen echt niet uit komt.

En alle familieleden, vrienden en bekenden die dit blog ook lezen en het naadje van de sluier weten, wordt ten strengste verboden ook maar een glimp van de kous op te tillen bij de reacties. Jullie kunnen beter je hielen poetsen en de plaat lichten.

zondag 20 juni 2010

Zeldzame achternaam

Ik heb een vrij zeldzame achternaam. Ik bedoel dan mijn meisjesnaam. Grote Pol heeft nu niet bepaald een spannende achternaam, maar volgzaam als ik was, nam ik bij ons trouwen voetstoots, zonder aarzelen, zijn naam aan. Dat vond ik romantisch en ik vond dat het zo hoorde. Maar romantiek en een goed huwelijk hebben niets met d'een of d'andere achternaam te maken. Blijkt.
Volgens het Meertensinstituut leefden er in 2007 29 mensen met mijn meisjesachternaam in Nederland. Daar ken ik er 15 van. Mijn schoonzussen en moeder tellen niet mee, maar mijn tantes van vaderskant weer wel.
Vrijdag zat ik in de trein, op weg naar het ziekenhuis waar mijn moeder ligt. De hele coupé zat vol met mensen die mobiel belden en gebeld werden. Ik kon het niet laten mee te luisteren. Of beter nog, ik kon het niet helpen dat ik meeluisterde, want dat is gans onmogelijk voor iemand als ik. Of ik moet een bouwkoptelefoon opzetten. Of vuvuzelaoorbeschermers inproppen. En een blinddoek voor. Ik moet namelijk alles horen en zien.
Eén van de passagiers nam op met dezelfde zeldzame achternaam als ik heb. Dat is raar, hoor, als je die naam nooit hoort! Het leverde bij mij gewoon een schrikreactie op. Het was maar goed dat ik die ochtend mijn bloeddrukverlagers keurig had geslikt, anders lag ik nu naast mijn moeder.
De hele reis heb ik zitten twijfelen of ik haar zou aanspreken. Maar ik ben een echte bange schijterd (ballegeitje, zei Parapol vroeger altijd) en durfde uiteindelijk echt niet. Stel dat je opgegeten wordt. Of uitgelachen. En dat je dan door de grond zakt, zo bovenop de rails. Dat is ook weer zo naar.
Stel dat ik het wel had gedurfd. Wat zeg je dan?

'Hálloooo. Mag ik even storen?
Uh.... Even een vraagje... Een beetje een vreemde vraag...
Mijn naam is Purperpol, maar eigenlijk heet ik van achteren net als u.
En ik hoorde dat u zo heet, want ik heb uw telefoongesprek over de moeilijkheden op uw werk en die rotvergadering afgeluisterd. Wat een toestanden, zeg, met die leidinggevende van u en dat hoge verzuimpercentage op de afdeling.
Wat leuk dat u vanavond pizza met die collega gaat eten. Vindt u dat ook zo lekker? Nou, dat zit dan vast in de famillie.
Moet u de tussenvoegsels ook altijd zo o-ver-dui-de-lijk uitspreken? Of moet u álles spellen?
En heeft u ook moeite met het rrrrrollend uitspreken van die duidelijke /r/ die bij onze gezamenlijke achternaam zo mooi kan klinken? Ja, ik hoorde al dat u er ook moeite mee hebt... Logopedie?
Wat vindt u eigenlijk van de voornaam van een van mijn neefjes - ja, het is een anagram van de achternaam, grappig hè?
Maarre, mag ik vragen naar de herkomst van uw voorvaderen?
O, wilt u uw shirtje een beetje opzij duwen, dan kan ik meteen even kijken naar de vorm van uw sleutelbeen? Ja, want bij onze tak in de familie heeft iedereen dus een gek bochtje daar. Precies, daar onder mijn vinger. Kijk maar bij mij.
En uw oorlel, zit die vast aan uw hals of hangt ie los?
Ach, uw achternaam verklaart De Neus meteen, zit er maar niet mee, er lopen in Nederland nog 28 van die neuzen rond. 
En hoe vindt u het nu om zo te heten? Levert toch geen trauma op? In mijn tak van de familie niet, hoor. Nee, iedereen is over het algemeen psychisch kerngezond, behalve ik, maar dat had u al begrepen.
Nou, tot ziens, dan maar. De groeten aan uw chef en nog veel plezier met uw naam gewenst....'

Zoiets?

zaterdag 19 juni 2010

Opdracht

Ondanks mijn vele toespelingen, aankondigingen, motiverende opmerkingen en waarschuwingen deze week stelden de Polletjes het nadenken over en het kopen van een cadeautje voor vaderdag zorgvuldig uit tot vandaag. Maar Parapol werkt vandaag weer in 'zijn' museum en liet vanmorgenvroeg voor Kunstpol dit briefje achter:
Vooral om de laatste zin moest ik hartelijk lachen....

Genietidee 5: huur of koop een huis met dunne vloeren en plafonds

Onze vloeren zijn van hout. Onze plafonds van gips. En daartussen zit lucht. En verder niks. Muizenkeutels misschien. Of dode vliegen. En vast heel veel spinnen.
In elk geval is dit zaakje niet bijzonder goed in het isoleren van geluid. Het creëert een verdieping in ons huis. Dat wel. Verder is deze constructie eigenlijk nergens goed voor.
We kunnen woordelijk verstaan wat de Polletjes boven allemaal bespreken, behalve als Parapol met zijn steeds zwaarder wordende stem héél onduidelijk mompelt.
Maar overduidelijk is dat ze momenteel lol hebben samen. Ze zitten genoeglijk samen te kletsen en grappen te maken.
Echt tof, in de oorspronkelijke zin van het woord, zoals zij het nu even samen hebben. Daar kan ik echt van genieten.

En ja. Het heeft ook een keerzijde. Weet ik. Maar dáár hebben we het nu niet over!

vrijdag 18 juni 2010

Toetsweek


Het gewone leven gaat ook door. Parapol zit middenin een toetsweek en DUS knutselde hij een hangmat van een vorig jaar gejut stuk vissersnet, twee oude plankjes en wat touwen. Hij heeft er heerlijk in liggen leren. Ik hoop dat zo'n hangmat een positief resultaat heeft op je leervermogen, want het was scheikunde en Parapol kan heel goed analyseren wat er allemaal voor 'viezigheid' in het avondeten zit, maar is nog niet zo bedreven in het goochelen met allerlei chemische verbindingen, formules en scheikundige processen uit een boekje.

woensdag 16 juni 2010

Even niet

Ik ben er even niet. Mijn moeder is gisteravond opgenomen in het ziekenhuis.

maandag 14 juni 2010

Op een ouwe fiets...

En toen had ik vandaag opeens een nieuwe (tweedehands) fiets! Eigenlijk wilde ik dat helemaal niet, want ik heb met fietsen wat een ander met spijkerbroeken heeft.
Wegdoen van fietsen (en oude horloges en flutboeken en aftandse harpen en kaarten en uitgelubberde schoenen en verkleurde jassen met kapotte ritsen) kost me veel moeite. Zoveel moeite dat ik er hier ook al eerder over schreef, ergens in de begindagen van dit blog.
Jammergenoeg deed het fietsenmannetje van vanmorgen aan inruil. Ook best handig, hoor, dat wel. Is wel goed tegen de overbefietsing in onze berging (zeven fietsen op vier personen). Maar goed, nu wordt mijn oude fiets opgekocht door weer een ander fietsenmannetje die er nog maar €25,- voor geeft.
Ik en mijn oude fietsie hebben veel meegemaakt. Hoor. Echt wel. Dat weet dat opkopertje niet, maar ik wel, en mijn fietsie ook.

Ik heb geen rijbewijs, maar, verkondig ik altijd trots: 'ik kan heel goed fietsen.' En ik heb een behoorlijke afstand afgelegd op dat ding. Even een snelle rekensom levert al gauw 44.460 kilometertjes op. Dat is ruim een rondje om de aarde!
Maar mijn oude fietsie kreeg gebreken.
De achterrem kreeg steeds meer inspraak op het rijproces en bepaalde bazig het tempo: ze remde me vaak spontaan, op de meest ongelegen momenten, af.
De buitenbanden kleurden langzaam oranje: het binnenste van de buitenband was bereikt. Staat best leuk, hoor, oranje banden, daar niet van. Maar het maakte me wat angstig in the middle of nowhere, waar ik tegenwoordig vaak doorheen fiets in het kader van conditie opbouwen en ontspannen. Zonder plakspullen, overigens. En dat mobieltje dat we heus wel hebben en waar ik heel handig hulptroepen mee zou kunnen inschakelen, ligt ook meestal thuis op het nachtkastje te verstoffen. Ik heb de twijfelachtige eer thuis de handigste fietsenmaakster te zijn en ik kán banden verwisselen, maar daar had ik nu de laatste tijd helemaal geen zin in. Wegbrengen naar de fietsenmaker is mijn eer te na. Ook dat nog. Ja, ik maak het mezelf graag moeilijk, I know.
Als ik een beetje hard de bult afsjeesde, was ik altijd bang dat het achterwiel eraf zou vliegen, want ook dat achterwiel leidde steeds meer haar eigen leven. Zo berekende ik menigmaal angstvallig knijpend in de remmen hoe ik in de berm zou belandden, of op het harde asfalt. En vroeg me zwetend af of ik een beetje netjes in het ziekenhuis zou arriveren, m.a.w. of mijn verwassen ondergoed er wel mee door kon en een beetje leuk bij elkaar kleurde.

Het werd echt tijd voor een betrouwbaarder vervangster.
Dus keek ik vanmorgen nog eens goed naar dat onbetwijfeld veel mooiere oude fietsie, in het frisse zilver met blauw, koppelde de kilometerteller af en haalde het rood-witgestippelde zadeldekje van dat heerlijke zadel af. Ik fluisterde zacht gedag en sprong op mijn nieuwe, veel saaiere want Zeer Gangbare Gazelle en sjeesde ongeremd de bult af. Met mijn grauwe blauwe stippeltjesbh en mijn onbijpassende rafelige zwart-grijze onderbroekje.

En thuis gekomen drapeerde ik het rood-witgestippelde zadeldekje om het zadel en flanste een originele Purperpollensleutelhanger van heimweestofjes in elkaar. En nu is mijn nieuwe fiets gelukkig helemaal van mij! En gaan we samen bouwen aan een net zo goede relatie als ik had met dat oude fietsie. Snok.

zondag 13 juni 2010

Vingerwijzing?

De Polletjes zijn gek op programma's op Discovery. Ik niet. En Grote Pol ook niet. Maar we gunnen ze heel soms heus wel wat. Helaas, vinden zij, hebben we 'maar' één televisie, dus blijft het bij heel soms. Ik schreef er al eerder blogjes over. Hier en hier.
Toen we gisteren een stukje Bruce Almighty bekeken, een film waarin een 'gewone' jongen een tijdje zelf God mag zijn, wat hilarische toestanden oplevert waar vooral Kunstpol verschrikkelijk van kan genieten, kregen De Polletjes uit onverwachte hoek wel heel bijzondere steun voor het kijken naar Discovery.
Bruce heeft een soort tussenevaluatie met de echte God en God zegt dan dit:

zaterdag 12 juni 2010

Antwoord: These boots are absolutely made for me. Toch. Dus.

Vannacht heb ik er nog even wakker van gelegen, vanmorgen nog wat nagehikt en de schoenen nog eens goed gepast, maar dan met sokken aan. Dat hielp. Want.
Ik heb een kloek besluit genomen. De knoop doorgehakt.
Ik hou ze.
Lekker toch.

Grote Pol vindt ze lelijk.
Kunstpol dus ook.
De reageerders op het vorige blogje adviseerden allemaal: terugbrengen.

Maar ik. Jahaaa, IK!
Ik ben eigenwijs. Ik heb ze gisteren heel bewust gekozen. Ik heb goed vergeleken en nam deze beslissing best weloverwogen.
Dus. Dat u het even weet.

En dit zijn ze nou. Want u wilt natuurlijk allemaal weten wat ik nu toch voor vreselijks heb gekocht. Anders ligt u deze nacht maar wakker te woelen en te zuchten. En uzelf af te vragen.


En? Valt dat mee of tegen?

En dit is Nancy. En dat liedje zit al 28 uur in mijn hoofd en het wil er niet uit. Dus luister er maar niet naar. Of wel. Want het is best een heel gaaf liedje... Er zijn veel ergere liedjes om 28 uur lang in je hoofd te hebben.

vrijdag 11 juni 2010

Vraagje: Are these boots wel made for walking?

Ik had schoenen nodig. Goede, stevige wandelschoenen. Helaas. Want ik ben niet zo'n schoenerig typje. Zodra de maand maart aanbreekt, de krokusjes bloeien, het zonnetje een beetje kracht krijgt en het buiten naar lente ruikt, gaan die warme, grote, stijve laarzen kriebelen en wil ik sandaaltjes aan. En met ongeveer 12-rondje in de lucht-C gebeurt dat ook. Ongeacht of het eigenlijk toch te koud is, of te nat, of te winderig. Sandaaltjes of birkies, ook goed. En daar loop ik dan op tot halverwege oktober, of langer. Maar dan, ja dán, als het koud (onder de 10-rondje in de lucht-C}, en nat en guur en herfstig en winderig wordt, wil ik ook wel weer even tijdelijk m'n laarzen aan.

Maar een beetje steun en een goed voetbed is wel errug handig voor een vermoeid persoontje als ik. Ook in de zomer. Dus ik treinde naar Mijn schoenenwinkel. Waar ik bijna altijd mijn schoenen koop. En daar paste ik heel wat modelletjes. Van die Verstandige schoenen. Met een Anatomisch Voetbed. En een Hielstabilisator. En een Ergonomische hak. En een Bewust profiel.

Ik kocht een paar Verstandige schoenen. Duur ook. Uiteindelijk. Nadat de verkoopster voor de tigste keer heen en weer naar het bewaarzoldertje was gerend en in ademnood dreigde te geraken. Ze was ook niet meer van mijn leeftijd, dan krijg je dat. Kuch.
Het duurde even, want Grote Pol was er niet bij en dan ben ik DUS besluiteloos. Niet dat ik me wat aantrek van zijn commentaar, dat nu ook weer niet. Maar Grote Pol noopt mij nu eenmaal tot het nemen van beslissingen, tot slagvaardigheid en daadkracht. Heel handig, zo'n man achter je.

Kom ik thuis. Laat ik de schoenen aan Grote Pol zien. Zegt ie dat ie ze niet mooi vindt. En dat Mooi wél samen kan gaan met Verstandig. Als hij dat in de winkel had gezegd, had ik me er niets van aangetrokken, maar nu hij het thuis zei, dus wel. Twijfel. Grote Twijfel...
Ik trek die schoenen nog eens aan en ja, hoor. Ze zitten thuis lang niet zo lekker als in de winkel. En mooi zijn ze inderdaad niet erg. Maar ook niet heel erg niet. Eigenlijk gewoon, normaal. Zoals Verstandige schoenen horen te zijn.
Dus ik ga maar eens naar de site van dit Verstandige Schoenenbedrijf. En daar zie ik Onthutsende Dingen. Want schoenen die ik in de winkel echtecht te duur vond om te passen, waren daar afgeprijsd. Tot net zo duur als de mijne. Gratis thuisbezorgd. En als ik die tijdens een WK-wedstrijd met Nederland koop (en de tijden stonden er gelukkig bij, anders zou ik ze echt niet geweten hebben) krijg je ook nog 's 20% korting. En dat tikt aan bij Heel Verstandige schoenen. Met een anatomisch voetbed enzo.

Wat nu, mensen? Wat nu?
Lak hebben aan de mening van Grote Pol? Die schoenen nog eens passen, maar dan gewoon met sokken aan? Terugtreinen? Ruilen? Heel lief en zielig geld terug vragen?
Pfff, man, van die dingen, ja, van die dingen.

donderdag 10 juni 2010

Vooraankondiging

'Jij denkt dat ik al over het hoogtepunt van het puberen heen ben, hè? Nou, daar ben ik nog niet. Het wordt echt nog veul erger.'
Ik kijk Parapol over de rand van mijn boek vragend aan.
'Ja, echt hoor. Ik ben nog niks vergeleken met wat het nog wordt.'
Ik kijk Parapol nog eens onderzoekend aan en doe mijn vinger tussen de bladzijden.
'Ik ga ook nog schoppen en slaan. Ik ga nog veel bozer worden dan ik nu af en toe ben. Gisteren heb ik bijna tegen je kastje met bloempotten geschopt omdat ik boos was. Nou, als ik echtecht ga puberen, ga ik dat écht wel echt doen.'
Ik trek een wenkbrauw op.
'O ja, en ik ga ook nog boeren laten. En scheten.'
Dan wordt het me te gortig en ik zeg: 'Echt niet, dat ga jij echt niet doen. Dat past helemaal niet bij je.'
'O, maar dan ken je me helemaal niet goed. Ik ga dat echt wel doen, allemaal. Zo ben ik echt wel.'
Ik trek mijn andere wenkbrauw maar eens op en lees verder in mijn boek.

Een kwartiertje later schenkt hij me gezellig nog een kopje thee in en vraagt of hij een bananenschuimpje mag.

Boeren laten. En scheten.
Mijn Parapol?
Die gaat dat echtecht niet doen.
Kom nou.

dinsdag 8 juni 2010

Creatief koken met bananenschuimpjes



Experiment geslaagd. De Polletjes smulden van deze pannenkoek Chemicalie.
Dat konden Grote Pol en ik ons niet voorstellen.
Wij aten liever een pannenkoek met een prutje met spinazie en champignons.
Dat konden de Polletjes zich weer niet voorstellen.

Best uit de test

Ben dol op testjes. Stemwijzers zijn aardig, maar bevestigden alleen wat ik al dacht, computerspelletjes waarbij je 50 staten van Amerika correct moet aanklikken vind ik een uitdaging en lichtelijk ernstig verslavend en de twee zwangerschapstesten waren een feestje.
Ook leuk vind ik de psychologische testjes waarop ik word gewezen via de mailtjes van Psychologie Magazine. Ooit een proefabonnementje op dat blad gehad en dan blijf je nog héél lang uitgenodigd worden jezelf nog beter te leren kennen.
Gisteren toevallig een voor mij heel toepasselijke test gemaakt: welk gevoelstype bent u?
http://www.psychologiemagazine.nl/web/Tests/Tests-Persoonlijkheid/Test-Emotietypes.htm
Kwam dat even goed uit, ben net bezig mijn gevoel te herontdekken na het wat weggestopt te hebben. En ja, de prangende vraag daarbij is natuurlijk: wat ben ik nu eigenlijk voor type?
Fluks 24 vragen beantwoord en jawel hoor, daar kwam precies Purperpolletje uit zoals ik haar toch ook al kende. Een vrijwel onmogelijke combinatie van tegenstrijdige eigenschappen. Van de vier gevoelstypen scoorde ik op twee even hoog. Emotietype Intellectueel en het Empatisch gevoelstype. Ook een behoorlijk aantal punten scoorde ik op emotietype Rots.
Dat is dus iemand die 's nachts wakker ligt van a. het alsmaar blijven denken en b. het voelen en willen begrijpen van de emoties van anderen en het daarop aansluiten en c. tegelijk moe is van het verbergen van eigen emoties.
En dan? Wat moet je met zo'n uitslag?
Ach. Niet zo veel. Ik las bij Sas een overpeinzing. Over deze tekst na te denken, je te laten vullen door en over te geven aan de Schepper die je allang door en door kent, is natuurlijk veel meer waard dan de uitslag van zo'n testje. Dan kom je namelijk nog eens het Best uit de Test.
Al blijft het leuk om zo'n vragenlijstje in te vullen.
Ik zag overigens nog een andere test. Waar gaat het heen met uw leven? Zal ik het doen?
Neuh, laat toch maar zitten.

maandag 7 juni 2010

Grote vriend

De bel gaat. Kunstpol doet open. Buurtkleuter van vijf staat voor de deur, met een schoolvriendje.
'Komt Parapol spelen?' (Parapol is de held van de buurtkindertjes, hij doet stoere dingen, heeft stoere spullen en kan heel goed met jonge kinderen omgaan.)
'Nee, hij is huiswerk aan het maken.'
'O. Kan je vragen of Parapol even komt?'
'Nee, hij wil niet gestoord worden.'
'O. .... Kan je even laten zien hoe groot Parapol is?'
Kunstpol geeft met zijn hand de lengte van Parapol aan.
'Zie je, Schoolvriendje? Zo groot is Mijn Vriend. Groot hè?'

zondag 6 juni 2010

IM Apie Oe

Kijk, daar ligt ie. In de container, tussen het vuilnis. Gedumpt. Afgedankt.
Apie Oe.
Ooit gekocht op een rommelmarkt. Voor tien cent of zo. Met een batterijtje in z'n buik kon ie ook nog geluid maken. Kreeg je d'r gratis bij. Jarenlang was het zijn allerbeste lievelingsknuffel. Functioneerde ook nog vele jaren als voetenwarmer ergens onder zijn dekbed, lekker zacht.
Parapol was dol op Apie Oe. Liefde op het eerste, tweede en derde gezicht. Ik vond het maar een vies ding. Gelukkig mocht ie af en toe fris gewassen worden. Bij hoge uitzondering kreeg Parapol van ons een afgedankt bijna leeg batterijtje voor in die buik, maar dan maakte dat beest op de meest onhandige momenten zo'n hoog en vreemd gillend geluid, waardoor ik nog meer hekel aan dat beest kreeg:
Ik ga slapen, ik ben mooeeeoooeooeoooeeooeooeee!
Sluit mijn beide oogjes toeoeoooeoeoeooeoeooeoee!
Maar toen Parapol er vanmorgen mee naar beneden kwam en aankondigde Apie Oe weg te willen gooien, probeerde ik zijn jarenlange relatie met Apie Oe nog wat nieuw leven in te blazen. Te redden wat er te redden valt. Hij ligt toch niet in de weg, daar aan het voeteneind? Hij was toch altijd zo lief en zo warm en zo lekker harig en zo leuk en zo zacht voor je? Je hebt toch allerlei spannende avonturen met Apie Oe beleefd? Je hebt toch hele verhalen over hem geschreven en prachtige tekeningen voor hem gemaakt?
Het leek wel op een zware sessie huwelijkscounseling.
Maar Parapols besluit stond vast. Manmoedig verklaarde hij dat hij de leeftijd voor het hebben van Apies Oe en aanverwanten ontgroeid is.
Hij heeft nu een scheerapparaat (gelukkig niet bij zijn voeteneind).
Maar ík ben dus nog lang niet toe aan dat scheerapparaat. Toe, geef mij nog éven dat kind met een Apie Oeoeoeoeoeooeoeoe!

zaterdag 5 juni 2010

Give away, of, in het Nederlands: weggevertje - Spiegel

Grote Broer had in zijn studententijd deze spiegel op zijn kamer hangen. Ik vond en vind hem mooi en kreeg 'm van hem. Maar:
a. hij is zo groot,
b. ons huis is zo klein,
c. De Polletjes vinden 'm 3 x niks (ze drinken het liefst water en zeker geen cola),
d. Grote Pol vindt het ook al niet wat....
..DUS moet ie weg.
Blijkbaar.
Want mij staat ie in onze berging echt niet in de weg. En ik hoop nog steeds een geschikt plekje te vinden. Ergens in ons huis. Op het toilet. Of achter het behang. Of in de dode hoek. Nog voordat iemand op Marktplaats een aannemelijk bod doet, graag. Of u moet hem willen hebben. Dan geef ik 'm geheel gratis en voor niets belangeloos weg, als u hem bij ons thuis ophaalt. Stof ik 'm voor u komt nog even af. We wonen ergens in Gelderland, maar dat had de vaste lezerskring allang geraden. Weet je wat, dit is gewoon stiekem een hele echte heuse give-away. Een weggevertje, dus...
Maar zul je net zien dat ik werkelijk de enige ben, thuis en hier op dit wereldwijde blogsfeer, die wel wat ziet in die spiegel. Nou. Dan hou ik 'm lekker toch zelf. Want een bod van €5,-, dat is toch veuls te weinig voor zo'n geweldig ding?

vrijdag 4 juni 2010

Bank

Toaske postte gisteren al over voornamen, ik doe dat over achternamen. Het Meertensinstituut, bij mij vooral bekend van de boeken van Voskuil ( Het bureau - als je even doorbijt, raak je helemaal verslingerd aan die boeken, eigenlijk wil ik ze weer eens herlezen, maar er gebeurt dus geen bal in die boeken), bracht al wat eerder de verspreiding van achternamen binnen Nederland in kaart. Als je doorklikt (via externe links) kun je via Centraal Bureau voor Genealogie bij foto's van o.a. familieadvertenties, bidprentjes en het Algemeen politieblad. Zo kwam ik erachter dat een ver familielid op 11 april 1911 is gescheiden van zijn vrouw. En dat een familielid in 1886 en in 1888 een boete heeft moeten betalen of zelfs gevangenisstraf heeft gehad. Jawel, misschien heb ik dus wel ergens toch crimineel bloed.
Als je geld betaalt aan dat genealogiegedoe, kun je vast nog meer te weten komen. Maar ik ben daar te zuinig voor. Zie je nou wel, ik heb een zuinige inslag, geen boevige inslag. Criminelen zijn toch nooit zuinig?

Voor achternamen: klik hier
Voor voornamen: klik hier

En voor andere banken kun je ook op de site van het Meertensinstituut terecht. Zo is er een liederenbank, een feestbank, een boedelbank en een bedevaartbank. Maar voor deze bank moet je weer ergens anders zijn....

donderdag 3 juni 2010

Iets bitters en iets zoets

Vandaag zit ik weer in een dipje. Het thuiszitten begint bijna te vervelen, maar aan weer gaan werken ben ik ook nog echt niet toe. Soms val ik mezelf zo tegen... Het liefst bereikte ik gisteren al mijn doelen, om vandaag weer een stel nieuwe te kunnen of mogen bedenken.
Al te lang probeerde ik gewoon door te leven, terwijl ik ergens best wist dat dat gewoon niet kan met zo'n rottige ziekte als SLE. Maar die kennis diep wegstoppen, dat kan ik dan wel weer heel goed. Bij het revalideren wordt dat allemaal weer lekker uit de beerput omhoog gevist. Plus nog een boel gevoelens, vastgeroeste denkpatronen, overtuigingen en gewoontes die ook maar beter even tegen het daglicht gehouden kunnen worden.
Nounou. Poepoeh. Tjongejonge. Het valt allemaal niet mee.
Vandaag dan.

Gisteren viel het gelukkig wel weer mee. Dus nu maar even het leuke er meteen achteraan. Al tijden had ik een lelijke multomap en een grote stapel losse kopietjes bladmuziek. Een en ander heb ik even gecombineerd: de muziek netjes in insteekhoesjes gedaan, achter de naaimachine een mooi hoesje voor die map in elkaar geflanst en Purperpolletje kan heerlijk harp spelen zonder rondfladderende papiertjes. Daar kan ik nu elke dag weer van genieten. Maar niet te lang, want van harp spelen word ik ook weer zoo moeoeoe....

dinsdag 1 juni 2010

Ken je die mop van .... (het vervolg)

Lees eerst hier nog even over wat vooraf ging.

Nou, ze gingen dan toch nog. School had nu wel bussen geregeld en gisteren reden die bussen vier volle klassen naar Den Haag. Waar de leergierige en enthousiaste scholieren een leuk en interessant programma aangeboden zouden krijgen, waarvoor ze natúúrlijk al-le-maal supergemotiveerd waren.

Jahaa! Een dagje met z'n allen naar Den Haag. Dat beloofde wat!!!
Maar.

Edoch.

Helaas.

a. De rondleiding door de Tweede Kamer ging niet door. Voor groepen moest namelijk vooraf gereserveerd worden en dat was niet gebeurd. Vergeten... Wel zag de joelende groep pubers ene zwak wuivende G.W., die ene, met dat blonde haar, bewaakt door een roedel apen (Parapols woorden), op het Binnenhof in zijn auto stappen. Dat was al wel interessant genoeg. Als daad van verzet heeft Parapol overigens demonstratief wéggekeken.
b. Van de in te vullen vragenlijst voor een andere opdracht waren niet voldoende kopieën gemaakt. Parapol stond niet vooraan in de rij (...) toen deze uitgedeeld werden, en oh, wat jammer nou toch, hij kreeg er geen. Ze waren op.
c. Het Haags Historisch Museum is op maandag gesloten. Stond trouwens heus ook wel op de website vermeld. Dus dat feest ging ook niet door. Alleen Parapol mocht wel even naar binnen om een V2-bom te zien en op de foto te zetten. Hij had aan de museummedewerkers duidelijk laten blijken dat hij geïnteresseerd was en kwam over als een vlotte, lieve, intelligente en serieuze jongen. Zo'n ideale scholier, die Parapol. (Trotse zucht...)

Twee programmaonderdelen konden wel doorgaan: de historische stadswandeling (audiotour) van een uur en de stadswandeling zonder audiotour (lees: shoppen, sjokken, hangen, wachten tot de bussen weer vertrokken en eten kopen).

We hebben het idee dat er nu twee volledige schooldagen verloren zijn gegaan door dit 'leerzame' uitstapje. Parapol vindt dat overigens helemaal niet erg. Zijn ouders wel.
Wij hebben bovendien het idee dat wij een dagtripje voor 4 personen beter voorbereiden dan de school een uitje voor 120 personen. Grote Pol heeft toch maar eens een mailtje gestuurd.... Misschien krijgen we nu wél wat te horen van de schoolleiding hierover?

Papa is een koekoek

Kunstpol zit lekker op de bank en ik zit gezellig naast hem lief voor hem te zijn. Heb hem net een appeltje, een sapje, een koekje en een zacht kusje op z'n haar gegeven. Kunstpol merkt mijn milde stemming op en ziet zijn kans schoon. Hij begint het volgende gesprek:
(Denk even vioolmuziek en ondere zoetsappige tonen bij de roze letters...)

- Maham?
- Jahaa?
- Zullen we vanavond van die lekkere menuutjes halen bij de nieuwe snackbar???
- Waarohom?
- Nou, we moeten toch ook een keertje daarnaartoehoe? Het is toch hartstikke fijn, zo'n frietzaak zo dichtbij?
- Mmm.
- Oh, en natuurlijk oohook omdat Parapol vandaag met school naar Den Haag moest en dat is heel zieielig en dan komt ie moe thuis en dan verwennen we hem een beetje.
- Ja ja, dat lijkt jou ook wel een fijn plan, hè?
- Nou, ja, ik vind dat natuurlijk ook wel lekker....., maar denk eens aan Parapol, die verdient dat gewoon heel erg. Ik dénk gewoon aan mijn lieve broehoer!
- Nou, ik denk toch niet dat we dat vandaag gaan doen. Vraag het maar aan papa, die kookt vandaag.
- Nou, dat vindt ie noooooit goed... (stilte) ... want papa is een koekoek.
- Een koekoek?
- Ja, een koekoek denkt ook alleen maar aan zichzelf, dat ie z'n eieren in een ander nest legt en papa denkt ook niet aan zijn zoontjes, maar alleen maar aan zichzelf.