maandag 31 mei 2010

Ik ben een slechte moeder...

Drie bewijzen. Van drie getuigen. Dus dan is het zo. Toch? 't Is een schande. Ik zou ontslagen moeten worden. Ontaard ben ik. Want:

A. De zoon.
Ik mag geen Wii, zelfs geen gewone Playstation 3, ik mag niet altijd computeren of televisie kijken omdat ze bang is voor vierkante ogen, terwijl dat helemaal niet kan, ik moet wel elke dag fruit eten, maar ik mag geen fruitella's eten tot ik erbij neerval, ik mag niet zelf mijn bedtijd bepalen, maar moet wel heel zelfstandig mijn huiswerk doen.

B. De buitenstaander.
Ze zegt soms erg vreemde dingen tegen de Polletjes. Zoals: 'Ik vermoord je.' En daarbij lacht ze dan. Soms is ze net zo'n grote puber als Parapol, dan weer een Saai Verstandig Volwassen Mens. De Polletjes zien er soms vaak heel raar uit en zij laat dat toe. Ze ligt of zit heel vaak te lezen, televisie te kijken, te haken of te niksen, doet amper wat in het huishouden. De Polletjes moeten elke dag afdrogen en andere huishoudelijke klusjes doen.

C. Ikzelf.
Ik heb geen gezag en ben niet consequent. Ik strijk veel te vaak met mijn hand over mijn hart. Vraag ik Kunstpol om een ei te halen bij de buuv, weigert hij gewoon. Beloof ik hem een snoepje als hij het doet en hij vliegt voor me. Of nee, hij vliegt voor dat snoepje.
De mensen dénken wel dat ik pedagogisch zo goed ben en zo'n lieve, geduldige, wijze, humorvolle moeder, maar ondertussen verleiden de Polletjes mij om hen te belonen met snoep en geld, bijvoorbeeld.

Schuld bewezen.

Vonnis: werkstraf. Werkstraf houdt in: verdachte zet zich gedurende de maand juni in De Polletjes op te voeden tot nette, eerzame, liefdevolle en vriendelijke burgers, zonder ze om te kopen met snoep of geld. Door het positieve gedrag te allen tijde te belonen, het negatieve gedrag zo mogelijk te negeren en reële eisen te stellen aan haar kinderen. Kortom: datgene te doen dat zij anderen altijd adviseert. Daarnaast zal de verdachte moeten aantonen, op 1 juli aanstaande, niet zo streng voor zichzelf te zijn geweest. En bovendien de Polletjes en zichzelf die liefde, zorg en aandacht te hebben gegeven die ze nodig hebben.

Eerste bewijs van goed gedrag: de Polletjes krijgen op maandag 31 mei, zonder dat ze daarvoor een tegenprestatie hoefden te leveren, het snoep dat voor hen gekocht is bij Oma's snoepwinkel in Veere.

zaterdag 29 mei 2010

Denken en voelen op Walcheren

Grote Pol en ik verblijven dit weekend in een B&B in Middelburg. Tenminste, daar slapen we, rusten we (... ik dus, hij niet) regelmatig weer even uit en bloggen we. Daarnet liepen we nog over het strand, door de duinen en door het bos bij Westhove, kort daarvoor aten we het lekkerste ijs ooit (zelfgemaakte, bij Bakkerij Vader in Oostkapelle), snuffelden we in een supergave brocanterie of hoe-noem-je-dat (Grote Pol: oude zooishop met meuk), vanmorgen slenterden we door het centrum van M'burg, gisteravond zaten we op de Markt een smeuiig kipsatétje te eten. Daar was iets te doen bij de Roosevelt Academy met heul veul dure Mercedessen en Heel Belangrijke Mannen Met Zwarte Pakken en Lichtgroene Stropdassen en véél politie enzo, erg interessant die dikdoenerij, maar vooralsnog een raadsel wat het allemaal te betekenen had.
Ik zie dit weekendjeweg als een goede (en leuke) oefening. Door de revalidatie bij Groot Klimmendaal leer ik mezelf nog beter kennen en ik heb geleerd dat ik wel heul veul altijd met m'n koppie bezig ben. Eerste reactie: denken. Tweede reactie: piekeren. Derde reactie: verbanden leggen. Vierde reactie: analyseren. Vijfde reactie: overwegen. Zesde reactie: doordenken. Of prakkiseren, mijmeren en overpeinzen. Dan een hele tijd niets. Of de herhaling van de eerste zes reacties en dan, als het niet anders meer kan: Zevende reactie: iets met voelen, ervaren, emoties misschien? Héél misschien???

Zeeland is nu net een perfecte provincie waarin ik kan leren mijn Gevoel te Voelen. Dus daarnet, toen het even heel hard woeiwaaide en gietregende heb ik heerlijk met mijn ogen dicht in m'n mond de druppels opgevangen, liet de wind door mijn weelderige krullenbos (lijkt nog steeds op Suzan Boyle, moet nodig geverfd trouwens) wapperen en omarmde in het voorbijgaan ook nog even een witgekaarsde, bloeiende kastanje. Inhaleerde de frisse, kruidige lucht op die dan meteen opstijgt uit de Zeeuwse kleibodem en snoof ook nog even diep aan het kilootje uien dat we bij zo'n onbemand spaarpotje kochten. Ik ben helemaal high...
Heerlijk toch. Dat gevoel van mij had ik (tijdelijk, voor het gemak, want de gevoelens overspoelden me met de toestanden van de SLE) weggestopt, maar ach, het blijkt toch nog heel dicht aan de oppervlakte te zitten. En voelen is eigenlijk gewoon heel LEKKER!!! Blijkt.
Het enige jammere is dat Grote Pol me voor gek verklaard. Maar dat doet ie wel vaker. Dat is nu juist een teken dat ie me leuk vindt. Dat VOEL ik....

donderdag 27 mei 2010

Over de streep

Gisteren heb ik met tranen in (en uit) mijn ogen gekeken naar het programma Over de streep.
Echt een aanrader. Een eventuele herhaaldatum is nog niet bekend, maar we hebben altijd nog uitzendinggemist...

Steengoed vond ik het. Maar ook (bijna) te intiem om uit te zenden. Wat ontzettend veel leed is er, ook al bij vijftienjarigen. Gebrokenheid, beschadiging, verdriet. Heftige dingen die ze al hebben meegemaakt. Parapol en Kunstpol hebben het goed, maar ook zij hebben af en toe te kampen met littekens van gebeurtenisjes en kleinigheidjes. Op school, onder vriendjes, maar ook door mij en Grote Pol. Volkomen ongewild, maar toch. We houden ontzettend veel van onze jongens, maar opvoeders maken fouten en zijn niet volmaakt. De ziekte waar ik aan lijd, heeft ook op ons gezin een nadelige invloed, maar ik denk ook dat het ons leven verrijkt, tegelijkertijd, hoe vreemd het ook klinkt. Vergeleken met het leed wat je dan in zo'n programma ziet, is het peanuts, gelukkig. De Polletjes zijn best gelukkig...

Ik miste nog wel een dimensie in het programma. Het ging aan het eind over de macht die wij als mensen hebben om de dingen te veranderen. Over vergeving werd niet gesproken, al werd er wel schuld bekend en werd een jongen ook zichtbaar vergeven door een aantal meisjes die hij gepest had. Als mensen kunnen we elkaar zeker vergeven, maar ons streven naar een betere wereld blijft bij streven. Het blijft bij proberen, streven, zoeken naar... Ons pogen, onze inzet, hoe groot ook, tot een volledig vergeven, tot een volmaakte omgang met elkaar, blijft feilbaar en onvolledig.

Voor een volmaakte wereld, voor volledig respect, voor ware liefde, voor echte Vrede in alle huizen en harten hebben we iemand anders nodig. Iemand die de weg van vergeving al voor ons ging...

dinsdag 25 mei 2010

Voebelen

Mijn ouders hebben nooit langer dan een minuut naar voetbal gekeken. Nooit. Tenminste, niet waar ik bij was. Voetbal is thuis ook nevernooitniet een gespreksonderwerp geweest.
Nooit.
Ooit, toen ik zeven of acht was, had ik een plakboek met voetballers van de eredivisie. Daar plakte ik in totaal zes plaatjes in, de plaatjes die je er gratis bij kreeg. De rest moest je kopen, maar ik kocht liever andere dingen bij de sigarenboer (snoep). Ik herinner me dat ik een voetballer van Willem II (kan dat? bestaat die club?) de knapste vond. Dus ik was voor Willem II. Maar dat was dan ook alles. Ook mijn broers moesten niets van voetbal hebben. Tenminste, ik heb het nooit gemerkt. En ik merk véél op...
Als ik mee mocht doen met voebelen op het poepveldje met de kinderen uit de buurt, gilde Arjan altijd snel: 'Lydia doet voor spek en bonen mee!' Ik vond het allang goed, want spek met bonen vond ik best lekker. Een soort eretitel was het. En als je voor spek en bonen speelde, telde skoru lekker tóch, behalve als ik dat tussen de verkeerde doelpalen (boom en jas) deed. Dan gilde Arjan: 'Da's nie eerluk, dat was eigudoel, maar ze deetochvoorspekenbonenmee, dusdateltnie.' Geen idéé had ik wat dat nou weer betekende, eigen doel. Klonk juist wel extra goed.

Maar goed. Mijn ouders zijn verhuisd en hun huidige buurtjes houden blijkbaar ook wel van voetbal. Tenminste, dat weet je nooit in deze tijd, want een groot deel van de natie doet maar alsof, of laat zich intimideren en meeslepen. Dan hebben ze zo'n kunstmatig wij-gevoel, ('Wij hebbu gewonnu,' zeggen ze dan, maar daar bedoelen ze elf zwetende mannen mee, ergens in Afrika) terwijl ze nog geen bal kunnen raken, niet weten wat buitenspel, een hattrick of een Branco-trap is. Net zoals ik, maar ik kom er gewoon eerlijk voor uit.

Die buren van mijn ouders hebben ook een goed ontwikkeld saamhorigheidsgevoel, zo saampjes in een nieuw appartementencomplex. Ze hebben vorige week alvast de hele galerij versierd met hard wapperende oranje vlaggetjes. Dus ook het gedeelte voor het huis van mijn ouders. Mijn ouders hebben ook een prima gemeenschapsgevoel, het zijn sociale mensen, maar niet als het om iets met voetbal gaat. Echt niet. Ze hopen zelfs dat het Nederlands elftal niet gaat skoru, of in eigudoel schiet, want dan kunnen ze eindelijk weer rustig slapen, zonder die herrie van die plastic flappen.

Ik hoop overigens van harte dat onze buren niet op hetzelfde idee komen als de buren van mijn ouders. Tenzij er in het Oranje-elftal een speler van Willem II meespeelt. Dan mag het wel.

maandag 24 mei 2010

Over huiswerk, kruistochten en een ijverige zoon

Soms is Kunstpol blij met z'n huiswerk. Soms, zeg ik. Soms.

Maar het ligt helemaal aan de opdracht. Iets met een vleugje geschiedenis en een beetje creativiteit doet het meestal wel goed bij hem. Héél goed.


De opdracht dit keer was iets met twee brieven, met Palestijnen en christenen en de kruistochten.


Hij hád zich er best gemakkelijk van af kunnen maken. 't Was maar een gewoon opdrachtje. Een tussendoortje.

Maar dat deed ie niet. Die geweldige zoon met dusluuksie van ons. Hij maakte er wat van.
En zie je die mond, die ogen? Wat verlegen, maar ook gepast trots?
Ja?
Mooi!
Dat zie ik ook.
Die blik, precies die uitdrukking op z'n gezicht, die zie ik graag!
Héél graag.

zondag 23 mei 2010

Goed gescoord

Parapol gingen nog een rondje fietsen. Kilometertje of twaalf. In de avondschemering zie je heel wat dieren bij ons in de buurt. We hebben goed gescoord:
  • hond: check
  • poes: check
  • zwaluwen: check
  • vleermuizen: check
  • specht: check
  • kikker: check
  • kikkervisjes: checkcheckcheckcheck
  • hert: check
  • vosje: check
  • vis: check
  • mug: checkcheckcheckcheck (als je niet beweegt word je opgegeten door die beesten waar je bij staat)
  • wilde zwijnen: CHECK! Negen stuks! Op 25 meter afstand, met een hek ertussen. Twee grote, twee middelmatige en vijf kleintjes, waaronder twee wittige. Check dus!
Wat bezorgt het spotten van deze leuke beesten me een geluksgevoel! Nu nog alle rupsen en vliegjes en andere kriebelbeestjes kwijt zien te raken die zich helemaal onder mijn shirt hebben gewurmd...

Pinksteren 2010

Soms is het zo klaar als een klontje.
Besef je iets niet alleen met je hoofd, maar opeens, of misschien langzamerhand, ook met je hart.
Of andersom: af en toe bereikt een nieuw of beter inzicht eerder je hart dan je hoofd eraan wil.

Maar daarna moet het nog naar je handen. Je moet met dat inzicht ook kunnen gaan handelen.
En daar gaat het om bij revalideren. Maar ook bij leven in het algemeen.
Iets weten, of kennen, is nog weer heel wat anders dan iets in je hart sluiten.
Iets in je hart sluiten is weer anders dan er daarna ook mee kunnen omgaan.

Overal zitten luikjes, sluipweggetjes, vluchtwegen en blokkades. Zonder dat je het wist, maak je er gebruik van. Of misbruik. Zodat wat in je hoofd zit toch niet je handen bereikt. Of wat in je hart leeft, niet je hoofd of je handen bereikt.

't Is allemaal wat cryptisch, ik weet het. Maar tegelijkertijd is het ook zo eenvoudig. Als je dingen maar los durft te laten, of je durft over te geven. Niet heel hard werken, maar juist ontvangen.
En dat heeft weer alles met Pinksteren te maken. Want uit mijzelf lukt het me niet. In elk geval niet goed genoeg. Daar heb ik Iemand bij nodig. Iemand die in mijn hart leeft, die mijn gedachten kan leiden en mijn handen en voeten het juiste kan laten doen. En daar word ik niet armer van, of minder mezelf, of een slaaf, een marionet of een vreemde clown. Daar word ik mezelf van. En dat is goed.

Vorig jaar schreef ik met Pinksteren dit berichtje. Die duif hangt weer voor ons raam. En dat is goed. Want het hoeft niet groots en vreselijk krachtig, met veel vuur en wind en drukte en toestanden, maar het mag klein.
Het voelt soms alsof er een klein, sneeuwwit duifje op mijn schouder zit. En dat is goed.

zaterdag 22 mei 2010

Schele hoofdpijn en wat geblabla

Gisteravond kwam ie opzetten. 't Ging gepaard met lichtflitsen en interne donderslagen. Met steken en bonken, met een prutoog en een verstopt rechterneusorgaan. De schele hoofdpijn. Holladiejee.
Ik eet het maximum toegestane aantal paracetamollen,
drink me een waterdelirium,
zet bril op,
ruk bril weer af,
doe dutjes,
droom vervolgens de raarste dingen (ik legde in één zo'n koortsachtige droom uit aan een ruitgerokt meisje dat voor het geld wel draagmoeder wil zijn hoe een zwangerschapstest werkt),
draai m'n nek in alle denkbare richtingen,
leg m'n koele hand op m'n voorhoofd,
leg een hete doek op m'n slaap,
ontspan en span mijn schouders, m'n nek, m'n kaakspieren en wat er nog meer aan betrokken spierbundels zit
en voer nog veel meer creatieve en gangbare acties uit,
maar niets helpt.

Laatst las ik dat een heet voetenbad kan helpen. Dat heb ik nog niet geprobeerd.

Gelukkig is hoofdpijn een incidentele kwaal van me geworden. Vroeger had ik het chronisch, nu heb ik iets anders dat chronisch is. Ik weet niet wat ik liever heb. Of liever: ik weet bést wat ik liever heb, maar dat kan ik me nu, met die schele, felle pijn, even niet voorstellen.

Maar wat ik hier eigenlijk mee zeggen wil? We eten vandaag geen barmhartige taart, noch patat, maar soep. Grote Pol is namelijk ook al niet in topconditie.
Soep met stokbrood. Soep én stokbrood uit een zák. Gemakkelijker kunnen we het niet maken.
Kunstpol houdt niet van soep. Dus geen foto. Helaas. Want Kunstpol is geweldig. Maar dat wist u al. Er moet alleen wel een goede aanleiding zijn om hem zomaar hier op het wereldwijde web te slingeren. Vind ik. En hij ook. Want meneer wordt kritisch.

Ik ga even een afwasteiltje vullen. Met heet water. Holladiejee!

vrijdag 21 mei 2010

(Barm)Hartige taart

Kunstpol heeft de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan nog steeds niet helemaal begrepen. Een paar jaar geleden had hij het over de egel van die man en dat de gewonde daar wel op mocht zitten, vandaag vroeg hij met een duidelijke ondertoon van angstig voorgevoel in zijn stem of we morgen toch alsjeblieft geen barmhartige taart gaan eten.
Hij bracht me op een idee. Ik denk dat we dat nu net morgen wél gaan eten. Barmhartige taart met Chinese kool is namelijk vreselijk lekker. Dat zou best op op de kaart van een goede herberg kunnen staan, zoals die op de weg van de barmhartige Samaritaan.
Of zullen we Kunstpol genadig zijn en gewoon patat bakken?
Wat patat betreft gloort er overigens hoop in de ogen van Kunstpol. Er schijnt namelijk hier in de straat een cafetaria te komen. Beter kan het toch niet voor een PiP (Polletje in Puberleeftijd)? Het idee alleen al is genoeg voor hem. Da's nóg beter dan een ouwe herberg, waar je maar moet afwachten of ze nog wat fatsoenlijks serveren.

Recept voor Chinese kooltaart met banaan enzo op z'n hatseflats? Voor vier personen (minstens). Daar gaat ie:
Deeg. Ik maak deeg van 150 gr. bloem, 100 gr. tarwemeel, snufje zout, 120 gr. margarine in stukjes erdoor snijden, tot erwtjesgrootte. Dan 1 ei en 4 flinke eetlepels heel koud water erdoor kneden. Als het te droog is iets meer water erbij. Ik doe dit alles in mijn ouwe trouwe keukenmachine, die op zichzelf ook nog ooit een berichtje hier op het web waard is. Halfuur in de koelkast, verpakt in plastic, laten rusten.
Ondertussen vulling maken:
Grote ui en rode paprika snipperen en fruiten in olijfolie, met flink wat (scherp) paprikapoeder. Een of twee bananen in stukjes erbij doen. 1/2 Chinese kool in dunne reepjes snijden en erbij laten smoren, met een lekkere scheut ketjap. Op het laatste moment taugé, sambal, peper en zout erbij en twee eieren. Zorg dat het geheel niet te nat is. Ik doe dan, heel stiekem, wat allesbinder erbij. Uit zo'n pakje van Honig of zo.
Dit is de vegetarische variant, maar het kan ook met wat kipfilet of gehakt. In de kipvariant kan dan ook nog een schep pindakaas erbij, of niet. Wat je wilt.
Deeg in een springvorm, vulling erop en evt. restje deeg eroverheen leggen.
35 minuten op 200 graden in de oven.

Als we het morgen inderdaad eten, zal ik foto's maken en plaatsen. Maar niet van het hoofd van Kunstpol. Dat zal ik doen als we morgen patat eten, want dan straalt hij. En dat hoofd is dan zeer de moeite waard.

donderdag 20 mei 2010

Hitlers ogen

Even een flard van een vrij 'normaal' tafelgesprek hier in Huize Pollenstein.

Kunstpol: Wist je dat Hitler medicijnen voor zijn ogen had?
Purperpol: Wat had ie dan?
Grote Pol: Last van kortzichtigheid.
Parapol: Hij zag niet eens dat Eva Braun een Jodin was.


Wikipedia citaat:



Tijdens het proces van Adolf Eichmann in Israël ontdekte men dat Eichmann ook een onderzoek had gedaan naar een eventuele Joodse afstamming van Eva Braun. Het schokkende voor Eichmann was dat zij volgens de nazirassenwetten voor 1/32e deel Joods was. Dit werd zo geheim gehouden dat zelfs Hitler niet van het bestaan van deze informatie afwist.

Bloed en tranen

Vanmorgen kwam ik weer eens met bijna drie liter zorgvuldig opgespaarde urine in het ziekenhuis aan (dorstig dagje gisteren) (Wilt u weten hoe ik dat verzamel? Lees dan nog eens dit hilarische berichtje van een jaar en wat geleden). Dat vocht zou ik ze weer eens lekker laten analyseren en ook mochten ze weer vijf buizen vol kostbaar bloed gaan aftappen om daar van alles mee te doen.
Maar er stond een meterslange rij voor de balie van het laboratorium, tot ver in de hal van het ziekenhuis. Heel het in- en uitvoegend verkeer van Vleugel A moest omlopen of -rollen vanwege deze lange file vol welwillende bloedaderen, nuchtere magen en urineblazen. Zoveel mensen die hun bloed wilden laten aftappen, dat snap je toch niet. En dat met dat mooie weer.
Wat dan ook nog het stomme is: die rij wás dus heel lang, maar dat overkomt mij nu altijd: ik bleef lange tijd de laatste in de rij. Echt waar. Sta je daar met je zware bokaal vol pies. Zonder iets om tegenaan te hangen. Ja, mensen, ik sta daar ook niet voor mijn zweetvoeten te wachten, ik heb Een Nare Ziekte en ik heb dus behoefte aan een steunpilaar. Kan dat niet geregeld worden?
Ik had dus net zo goed een half uur later van huis kunnen weggaan. Minimaal.
Toen ik eindelijk aan de beurt was, kwam pas het volgende patiëntje aan. Een huilend meisje van een jaar of zeven. Met een heel passieve moeder. Het meidje werd niet getroost, noch gerustgesteld, noch bestraffend toegesproken. Ze jankte steeds hysterischer om zo min of meer bewust bij zichzelf een paniekaanval te forceren.
Toen greep de verpleegkundige achter de balie deskundig in. Ze sprak enkele goede woorden op de juiste toon, gaf het kind een boekje mee naar de wachtruimte en vertelde de wanhopige moeder wat ze moest doen. Namelijk samen het boekje lezen.
Nou, en dat werkte, mensen. Het leek wel een wonder! Met foto's en tekstjes werd de gang van zaken van het bloedprikken stap voor stap inzichtelijk gemaakt en het meisje werd acuut compleet rustig. En dat wekte de vertedering van de bloedpriksters op. Plus van mij vertedering voor het meisje en bewondering voor dat boekje. Hoe belangrijk kan goede en eerlijke informatie zijn!

En nu wil ik ook zo'n boekje. Hoe kan ik rustig en ontspannen in de Ziektewet verkeren? Sterker nog: hoe kan ik rustig en ontspannen met deze ziekte omgaan? Wat gaat er allemaal nog gebeuren? Zit ik al in de wachtkamer, of sta ik nog maar in de rij? Hoe strak gaat de band knellen? Wat doet het meest pijn en wanneer? Hoe lang gaat het duren? Komt er ook een hele slimme dokter die naar mijn bloed kijkt en daaraan kan zien hoe het werkelijk met me gaat? En heeft ie er dan ook een goed pilletje voor? Welke pleister krijg ik op mijn wonde? En krijg ik ook een plaatje als alles weer voorbij is?

dinsdag 18 mei 2010

Poep- en piesgrappen


De overvloed aan vrije tijd, doordat ik nu volledig in de ziektewet zit, probeer ik 'nuttig' in te zetten. Zo heb ik dus leren haken, lees ik minstens drie boeken per week, fiets ik m'n rondjes, kook ik soepjes en werk ik heel hard aan revalidatie bij revalidatie-instituut Groot Klimmendaal.
Knippen en plakken deed ik ook heel wat uurtjes en ik heb zo gezorgd voor wat toiletvermaak.
Poep- en piesgrappen zijn overigens in Huize Pollenstein altijd verboden geweest en vieze woorden moesten de Polletjes maar tien keer hardop op de wc zeggen, waarna de lol er snel af was. Die fase hebben ze eigenlijk overgeslagen. Mmm. Ik maak me opeens zorgen; zou dat zich nog gaan wreken in de puberteit?
Maar acht plakvellen vol grappige, maar toch min of meer ernstig mislukte krantenkoppen en berichtjes en wat talige cartoons bij elkaar kunnen ons wel bekoren. Alles afkomstig uit het maandblad 'Onze Taal'.
Netjes gelamineerd, voor de frisse frissigheid, gaatjes erin, spijkertjes in de muur en vervelen op het toilet is er niet meer bij! U bent van harte uitgenodigd om bij ons een plasje te doen en mag gerust nog wat langer verpozen op het toilet!

maandag 17 mei 2010

Nieuw, maar nu vernieuwd

Hier stond net nog een ander berichtje. Het heette Nieuw. Maar nu is Nieuw Oud. Want Nieuw is verwijderd. Dat was maar beter zo.
Het ging over iets nieuws, dat zeker wel, het was ook geen Oud Nieuws. Maar niet elk nieuwtje moet je delen. Met Jan en alleman, bedoel ik. Kom nou, ik ben die bepaalde krant niet.
Ik kreeg al snel spijt van Nieuw. En twijfels. Een brrrr-gevoel.
Dus dan zit het niet goed. Hop, wég ermee.
Als er wel nieuw nieuws is, wat op het wereldwijde web geslingerd kan worden, zal ik het zeker doen.

Maar.
O ja. Ik heb meteen wel wat nieuws te melden. We kochten namelijk een kastje. Een oud, best lelijk kastje. Maar wel precies passend ergens in dit ieniemieniehuis. Want ik heb een eigen ieniemienieplekje hier in huis gecreëerd, en wat daar nog ontbrak, was zo'n kastje.
Natuurlijk wilde ik eerst meteen wel naar Ikea vliegen om daar van alles te kopen en te kijken, behalve dan uiteindelijk dat kastje. Maar ik was slim. En ook nog verstandig. Ik keek namelijk eerst op Marktplaats. Acht straten verderop stond een kastje te koop dat precies paste. Kijk, dat scheelt. Benzine, tijd, energie en klauwen met geld. En die Gravad Lachs of hoeheettut hoefde ik toch niet zó nodig.

Maar.
Nu wil ik tóch alsnog nog naar Ikea, want voor ín en bij en achter en op het kastje kan ik allerlei spulletjes en stofjes en dingetjes gebruiken. Die ik dan in eerste instantie graag bij Ikea koop. Tot ik bedenk dat ik ook eens naar de Hema kan, of Blokker, of o ja, we hebben ook een Kwantum hier.
En daar verkopen ze ook spulletjes, stofjes en dingetjes.

Ik heb Ikea helemaal niet nodig, blijkt.
Wat een gek mechanisme is dat toch, dat ik meteen aan Ikea denk als ik spulletjes en dingetjes wil. Zoals het ook gek is dat ik meteen aan de supermarkt denk als ik melk en appels wil en niet aan een koe of een boom. Ik wil wedden dat er meer gekke mensen zijn, die zo denken. Ben ik gelukkig weer niet de enige gek hier op aarde.

Als ik tevreden ben over de inrichting van mijn ieniemienie eigen plekje, maak ik foto's. En die slinger ik dan op dit wereldwijde web. En dan laat ik het daar ook nog geruime tijd staan ook, ook. Zodat Jan en alleman zich kunnen verwonderen over mijn klein geluk.
Beloofd.

zondag 16 mei 2010

Rode Rododendron

Toen Parapol nog een klein Parapolletje was, kon je 'm van alles leren zeggen. Praten vond hij leuk, hij kon het goed en het liefst leerde hij nieuwe woorden. Nog steeds, trouwens. Alleen niet als ze Frans zijn. En als ze ook nog overhoord gaan worden bij een of andere repetitie of andere vreemde bedenksels van MiddelbareSchoolGekken.

Maar goed. Vroeger was álle Parapollentaal nog leuk. En als Parapol zelf woorden ging verzinnen of verbasteren werd het allemaal nog leuker, want hij zag van alles: wwwwrrrrráchtwagens, snluffies (smarties), lolens (molens), poekebakken (vuilnisbakken),  vliegtuigen met aanhangers (reclamevliegtuigjes), ballonnennen en giraffenen. En ik verbeterde hem lekker niet.

Maar ik ben een echte juf. Dus leerde ik hem óók dingen correct uit te spreken. Bovendien moest ie een grote woordenschat hebben. Dus leerde ik 'm, amper twee jaar oud, forsythia zeggen. En rode rododendron. Zat ie in het voorzitje op de fiets, priemde met z'n vingertje naar elke rodondendron en gilde overenthousiast als die ook nog rood was met een overslaand peuterstemmetje: 'Kijk, een rrrróóóde rrrródóndéndrrrrón!'

De rododendrons staan weer in bloei. Elke keer als ik langs een rode fiets, wil ik ernaar wijzen met mijn vinger en van pure vreugde schreeuw ik dan bijna: 'Kijk, een rrrróde rrródóndéndrrrrón.'

Dat is puur genieten, mensen, puur genieten.

zaterdag 15 mei 2010

De Pollen gaan een dagje uit

Vandaag waren Grote Pol en ik uit. Gezellig samen naar een dag van 'mijn' patiëntenvereniging, de NVLE. SLE, de ziekte die ik heb, valt daar ook onder. Gelukkig was het heel dichtbij, in de Reehorst in Ede. Anders waren we waarschijnlijk ook niet gegaan. Erg vermoeiend zo'n dag, zeker voor deze doelgroep. Maar ja, je moet toch wat als vereniging. Verbazingwekkend dat er dan zelfs mensen uit Zeeuws-Vlaanderen komen.

Interessant was het zeker wel. Professoren en artsen die duidelijke taal spreken en nog eens inzichtelijk maken hoe de ziekte in het algemeen werkt en hoe jij daarbinnen ook weer uniek bent als patiënt. Patiënten met hun ervaringsverhalen en tips. Een kort praatje van iemand die een goed boek heeft geschreven (Ziekelijk gelukkig - geweldige titel) en dat verkoopt bij een standje van een uitgever die nog meer aankoopwaardige boeken verkoopt.
Ik stuitte op een lijstje stressverhogende karaktereigenschappen en ik scoorde zo'n beetje 100%. Slik. Er valt nog wat af te leren en wat sleutelwerk aan mijn ziel te verrichten...

We gingen na de lekkere lunch, die ik dit jaar overigens al drie keer heb genoten bij het een of ander Reehorstcongres, naar een workshop die gegeven werd door keuringsartsen van het UWV. Van geldzaken heb ik helemaal geen kaas gegeten, er gaan dan automatisch luikjes bij mij dicht. Blinde vlek.  En dat met mijn intelligentie, haha. Maar Grote Pol is een financieel wonder, maar niet heus, dus dat komt vast goed. Als de politiek tenminste stopt met rare bezuinigingsmaatregelen enzo.

Maar toen.
Toen zaten we weer in de grote zaal en werden we door een grappig improvisatieduo geïnterviewd. Enigszins overvallen door de vragen gaven Grote Pol en ik wat verwarde en komische antwoorden, u kent ons inmiddels misschien wel. En nu denkt de hele patiëntenvereniging dat ik een intieme relatie heb met de bedrijfsarts. En dat Grote Pol daarom maar heeft besloten voortaan mee te gaan naar de afspraken met die goede man. Om eens een oogje in het zeil te houden. Ja, wat ben ik een slechte, overspelige vrouw, haha.
Nou ja.

Ondertussen hadden de Polletjes een superdag. In en rond het museum waar Parapol vrijwilligt was een militariabeurs en Kunstpol ging deze keer de hele dag mee met Parapol. Parapol heeft flink rondgeleid, verdiende bij één groepje Zwitserachtigen zelfs achttien euro aan fooiengeld. Gulle mensen, die Zwitsers....
Maar op die militariabeurs hebben ze hun slag geslagen. Ze hebben hun fietsen volgeladen met schatten, raceten die zeventien kilometer naar huis en kwamen overenthousiast en de koning te rijk terug. Wij maar denken dat die fietstocht voor Kunstpol wat veel zou zijn. Niet dus.
Welke schatten ze dan bemachtigden? Ja, ik weet het, u zit op het puntje van de stoel om dit te weten te komen, dus daar gaat ie:
  1. een Nederlandse helm van voor '40, zonder plaatje
  2. een zakmesje (nog onbekend uit welke periode)
  3. luchtbeschermingsdienstarmschildje van de blokploeg. Nederlands, voor '40
  4. MG42 (= machinegeweer) schakelband (22 kogels, binnen 1 seconde)
  5. Keesings historisch archief (heul interessant....)
  6. munitiekistje van een MAG
  7. tijdschrift Signaal (van de Duitse propagandagedoe)
  8. een Sovjettechnischedienstspeldje
  9. een twee inch mortiergranaat (onschadelijk)
  10. een staart van een Duitse 81 mm-granaat (vermoedelijk)
Dat u het even weet.
-

vrijdag 14 mei 2010

Eeuwige puber

Parapol: Ik kan echt niet meer tegen die stomme grapjes van papa.
Ik: Dat hoort erbij.
Parapol: Waarbij?
Ik: Bij de puberteit.
Parapol: Zit papa in de puberteit dan?

donderdag 13 mei 2010

Surrealistisch ontspannen

Heerlijk eindje gefietst vanmiddag. Een aantal bijzonderheden:
- Het leek wel of ik zowel op de heen- als de terugweg wind mee had. Dat heb je toch anders nooit?
- Alle mannelijke Pollen gingen ook mee. En dat wil wat zeggen, want de Polletjes fietsen en wandelen niet meer zo graag samen met papa en mama...
- Parapol meldde geen enkele keer dat hij een dood dier zag. Parapol heeft oog voor dode dieren. Hij spot ze altijd en overal. Trouwens, hij spot gelukkig ook vaak levende dieren. Bunzingen, marters, hazen, herten, zwijnen, diverse vogels en knaagdieren en laatst ook weer een aantal kornijnen. Konijnen bestaan namelijk niet in zijn überpuberale brein, hij noemt ze steevast kornijnen en vindt dat telkens weer een leuk grapje.
- Ons huis is een prachtige uitvalsbasis. Binnen een luttel aantal kilometers fietsen we óf midden op de uitgestrekte hei, in een donker bos, op een landgoedje bij een heus kasteeltje, in een gevarieerd boerenlandschap, langs een rivier, een grafheuvel, of een eindeloze zandvlakte.
Naar die zandvlakte fietsten we vandaag. Surrealistisch landschap eigenlijk, vooral op een zinderende zomerdag en dan een stukje verder dan we vandaag waren.
Geef me een goed boek, een kleedje en een dekentje en een kussentje, een stoeltje en een lunchpakketje en een luxe toiletje met een deur die op slot kan en ik breng er geheel vrijwillig een dag door. Geheid dat ik dan echt compleet ontspannen terugkeer naar de bewoonde wereld. Maar dan ben ik zelf ook wel een beetje surrealistisch geworden, waarschijnlijk.

woensdag 12 mei 2010

Stemverbod of niet

Ik twijfel en wik. Zwalk heen en weer tussen twee uitersten:

het ene moment snák ik naar een algeheel stemverbod hier in Huize Pollenstein, het andere moment kan er wat mij betreft niet genoeg gepraat, gegeind, gezongen, gelachen en/of anderszins met een stem geluid gemaakt worden.

Het ene moment word ik gék van al het gezwets, gebazel, geneurie en onnodig geklets, het andere moment lach ik me een kriek om de grappen van Parapol. Of ben ik vertederd door de moeizaam of juist trefzeker uitgesproken diepe gedachten van Kunstpol. Of luister ik graag naar Grote Pols wijsheden. Maar ook heel vaak verlang ik naar stilte. Rust. Gewoon NIETS aan mijn hoofd.

Dat komt door een overdosis aan praatgrage Pollen hier in huis, maar ook aan mijn conditie. Van luisteren word ik ook al moe en ik wás al zo moe. Ik lijk wel een heel oud mens. Kan geen twee gesprekken in één ruimte meer verdragen, kan me niet meer afsluiten voor bepaalde geluiden (álles hoor en zie ik, tenzij het me lukt - heel incidenteel - om me helemaal af te sluiten, maar dan ben ik ook compleet van de wereld).

Maar sommige dingen wil ik, ondanks het verlangen naar stilte, dus echt niet missen. De humor van Parapol, daar kan ik echt zoooooo hard om lachen, dat doet een mens als ik echt goed:

De telefoon gaat. Parapol neemt op.
- Nee, mijn vader is er niet.
- Ja, isss goed.
- Ja, dag!
Parapol legt de telefoon weer neer en zegt: 'Dat was Harry. Hij belt later terug.'
Vijf minuten later gaat de telefoon weer. Parapol loopt er quasi mopperend heen en zegt met clowneske stem, vóór hij opneemt: 'Zeg, Harry, heb je last van je kortetermijngeheugen?'

Ja, als je het hier zo leest, is het vast niet leuk. Maar ik vind het dus wel leuk. Zo leuk dat ik degene (niet Harry) die dus voor mij belde amper te woord kon staan: typisch geval van slappe lach.

En Kunstpol dan. Ik zeg tegen depuberale Parapol dat hij Kunstpol niet zo moet tergen, zegt Kunstpol later: 'Hij zit me weer te tergeren.'
Ik vind het prachtig.

En wat is er mooier dan een Grote Pol, die zegt: 'Ik hou van jou'? Al zie ik dat ook best in zijn ogen, zo af en toe mag hij dat best zeggen van mij.

Als hij ook zo af en toe maar gewoon zijn mond houdt. Dan hou ik nóg net iets meer van hem!
Hoogstwaarschijnlijk. Want ik hou al zo vreselijk veel van hem, namelijk.

Nóg een cadeautje van Jet!


maandag 10 mei 2010

10 mei- een beetje vreemde dag

4.32 uur - er wordt bij ons aangebeld, ik weet het zeker, maar ik heb niemand horen weglopen. Verder heeft niemand hier iets gehoord. Maar ik heb zéker een uur klaarwakker liggen luisteren naar de stilte.

5.56 uur - ik schrik weer wakker. Ik droomde dat ik borsthaar had. Keurige plukjes, verdeeld over de hoekpunten van een symmetrisch ruitpatroon.

8.09 uur - er wordt een riant bod gedaan op het eerste artikel dat ik in een advertentie die ik eigenhandig op Marktplaats heb gezet te koop heb gezet. Had ik nooit verwacht. Trouwens, er wordt vanuit Huize Pollenstein heel wat ver- en gekocht op Marktplaats, maar tot nu toe alleen maar door de mannelijke Pollen. Maar ik heb de smaak nu te pakken. Mannelijke Pollen - let op uw eigendommen!


12.45 uur - ik gooi een halve beker kokendhete thee over mijn hand en pols, in een wachtkamer in het ziekenhuis. Eerstegraads brandwond met een behoorlijk oppervlak, halve dag gekoeld, de brand is er eindelijk uit. Geen blaren gelukkig.


15.45 uur - ik knip 'ruggespraakjes' uit, van de achterpagina van Onze Taal, om er een poster voor op de wc van te maken. Deze wil ik u niet onthouden:

Wilt u overigens wel even reageren als u een Pol in de lucht ziet? Bel me dan s.v.p. even, dan kom ik meteen in actie.


19.22 uur - Parapol meldt tussen even tussen neus en lippen dat hij een boekenbon heeft gewonnen met een gedichtenwedstrijd op school. Hij moest verplicht meedoen, dus hij kon er ook niets aan doen. En dat gedicht mag ik niet lezen, laat dat duidelijk zijn. Het gaat over de oorlog, dat is alles wat hij erover kwijt wil.

zondag 9 mei 2010

9 mei - een bijzonder heerlijke dag

Deze moederdag was weer interessant en mooi.
Het was de dag waarop ik van de Polletjes - zeer verrassend - niets van mijn zorgvuldig opgestelde moederdagverlanglijstje met 'gemakkelijk haalbare cadeaus' kreeg, maar wel zeven stukken chocola. Voor elke dag een andere smaak. Ze zijn overigens allemaal nog onaangebroken.


Het was de dag waarop de Polletjes kookten, afdroogden, sinaasappeltjes persten en een crackertje met kaas voor hun moedertje smeerden.


Het was de dag waarop Kunstpol een nieuw woord leerde door het maken van deze brownies (slechte foto, ik weet het, maar u weet het ook: ik kan geen foto's van dichtbij maken en toch probeer ik het telkens weer).

Welk woord? Homogene. En hij leerde ook dat homogene niets te maken heeft met gêne van homo's.


Het was de dag waarop de rupsjes spontaan uit je haar vallen, nadat je een beetje buiten hebt rondgescharreld in de weer met een oude veilingkrat en een sinaasappelkistje uit 1978, waarin een krant uit 1978 zat.


Het was de dag waarop Parapol bij zijn moeder liefkozend de diagnose 'dyslectisch' stelt, omdat ze een gebaksbordje een schoteltje noemt.

Het was de dag waarop we ook nog even gezellig naar mijn ouders gingen en ik mijn vader leerde hoe hij nóg beter met zijn dvd-recorder kan omgaan (waarom moet dat allemaal toch zo ingewikkeld zijn, tegenwoordig?).

Het was de dag waarop ik dit schilderijtje van mijn moeder kreeg. Het is gemaakt door mijn oma en hij krijgt een mooi plaatsje in onze bloemengang.


Het was de dag waarin uiteindelijk het zonnetje stiekem lekker toch nog tussen de wolken door ging schijnen.

Het was een heerlijke dag!

zaterdag 8 mei 2010

Wéer zo'n hatseflatsrecept, maar lékker, lékker!!! Salade met rucola, peer en pecannoten

Geïnspireerd door een recept uit Allerhande, maar Purperpolletje zou Purperpolletje niet zijn als ze er een eigen draai aan geeft. Ondanks een bepaalde perfectionistische levenshouding is ze niet te beroerd af te wijken van recepten, werkomschrijvingen (heel handig als je iets ingewikkelds naait of breit of haakt of van Ikea in elkaar wil zetten). Sterker nog: afwijken vindt ze eigenlijk een noodzaak.
Maar goed. U wilt dat recept nu wel eens zien. Daar komt ie. Zonder foto's, want dat is dus niet mijn sterkste kant en de salade was al op voor ik er erg in had. Maar trouwens, hij kan ook best een dag in de koelkast bewaard worden, wordt ie vast nog lekkerder van. Als u zich kunt beheersen.

Wat rucola in een grote husselslabak, een ons of zo. De lekkerste rucola komt natuurlijk van de zorgboerderij hier een paar kilometer verderop. Maar u woont niet allemaal hier met onze zorgboerderij op fietsafstand. Gelukkig heeft u dan óf een moestuin, óf een gezellig groenteboertje, óf een supermarkt op loopafstand. Dat kan ook best.
Een peer. Die snij je in van die mooie lange achtsten, of zestienden. Maar gewoon stukjes kan ook. Beter zelfs, want gemakkelijker (hatseflatser).
Wat pecannoten, gezouten. Je neemt een handje, knijpt er eens in en strooit dat over de rucola en peer. Daarna kun je dat nog eens doen, want pecannoten zijn lekker en gezond. Maar ook dat hoeft niet, mag wel.
Stukjes komkommer erbij.
Dan een dressing in een pannetje maken. Flinke scheut olijfolie, scheutje witte wijnazijn, wat zout en peper en een lepel honing, zachtjes opwarmen. Salade husselen en sausje als het wat afgekoeld is eroverheen gieten.

Lekker. Lékker!!!

En het leuke is: u mag ook met dit recept creatief omgaan. Feta erbij, lijkt me ook lekker, bijvoorbeeld, maar de mannelijke Pollen vinden dat maar niks. Tomaat erbij, ik vind het prima. Of knapperige stukjes sperzieboon, u doet maar.
Eet u heel smakelijk. Doe ik het ook.

En om het toch nog gezellig af te sluiten met een plaatje: wij hier in Huize Pollenstein hebben geen messen in de keuken, want wij hebben een handige harp:

vrijdag 7 mei 2010

Uit? Goed voor u!

Ga je gezellig met het héle gezin naar een familiefilm, blijkt in de pauze dat de helft van je gelukkige gezinnetje zich te groot voelt voor de film. Maar goed, ze zitten gewillig de film uit, met weliswaar lange gezichten waar, ook als het écht leuk is, geen glimp van een glimlach op te zien valt. En het snoep was ook al op.
Zit er naast die chagrijnige helft van je gezin een man die zich wél kostelijk vermaakt. En dat hoor jij dan als moeder dubbelhard, want je oren, ogen en voelsprieten zijn gespitst. Niet alleen op de film, maar op allerlei andere signalen, vanwege die chagrijnigiteit, en je wilt toch dat iedereen het leuk heeft, als moeder.
De eerste helft zat hij hoorbaar voor mij, drie stoelen verder, te smakken op zijn nootjes uit een knisperend plastic boterhamzakje.
In de pauze dronk hij ongetwijfeld een of meer heul lekkere biertjes, want hij kwam lichtelijk aangeschoten terug.
Na de pauze werd het tenenkrommend erg, want diezelfde man, naast diezelfde balende helft van ons gezinnetje, gierde regelmatig met lange uithalen van het lachen om weliswaar grappige grapjes, maar ook weer niet zó leuk, en riep dingen de zaal in als:
'Meesterlijk!!!!'
'Oooo, ge-wél-dig!'
 'Fán-tás-tísch!!!'

Dan vind je zelf de film ook niet meer zo leuk.
Hmpf.

Voor de nieuwsgierige lezertjes: we gingen naar Fantastic Mr. Fox. Met de stem van George Clooney, alleen daar al om vond ik het toch nog wel de zéér de moeite waard. Zwijmel, zwijmel...

donderdag 6 mei 2010

Kinderdag of toch stiekem Moederdag?

Vandaag vieren we de Polletjes Kinderdag. Een zelfbedachte instelling omdat ze vader- en moederdag van die oneerlijke commerciële bedenksels vonden. Grote Pol en ik gingen akkoord met één kinderdag per jaar, want ach, we zijn de beroerdsten niet en we houden van onze Polletjes.
De Polletjes mogen op die dag bepalen wat we eten, krijgen een klein cadeautje, eventueel als het zo uitkomt ontbijt op bed en hoeven niet te helpen met de afwas. En dat laatste, daar gaat het hen eigenlijk om.

Dit jaar, en trouwens vorig jaar ook ter gelegenheid van Kinderdag, is Grote Pol met ze naar het Liberty Park in Overloon gegaan. Een gigantisch museum over de oorlog en het verzet, wat wil een Polletje nog meer? Ontbijt op bed kregen ze niet, want ze moesten op tijd weg.
De Polletjes hebben trouwens deze hele week een fantastische week. Dodenherdenking, waarbij Kunstpol als scout een taak had, Bevrijdingsdag in Wageningen met duizenden échte Canadezen en ook nog wapens om vast te mogen houden, diverse WOII-films op tv (Valkyrie, Schindler's List, Der Untergang), alles staat hier deze week in het teken van de Tweede Wereldoorlog. En nu dus ook nog een hele dag met Grote Pol naar Overloon. Morgen misschien met opa naar het Airbornemuseum in Oosterbeek en overmorgen mag Parapol weer naar 'zijn' museum om te vrijwilligen. Het kan niet op.

Waar ze zin in hebben. Snap jij het? Snap ik het.

Maar ondertussen is het stiekem vandaag hier al moederdag. Want ik ben heerlijk de Hele Dag alleen thuis. Ik rommel wat aan, rust lekker uit, lees eens wat, haak eens wat, poets hier en daar eens iets waar ik zin in heb en geniet met volle teugen van de stilte. Straks kook ik een eenvoudig, maar heerlijk Italiaans maaltje voor Grote Pol en mij en we sturen de Polletjes met wat contanten naar Friet van Piet om daar te bestellen wat ze maar willen.

En zondag? Dan is het gewoon wéér moederdag. Niet vertellen dat ik het vandaag stiekem al gevierd heb, hoor! Ssssst...

woensdag 5 mei 2010

Genietideetjes

Een tijdje geleden vroeg ik jullie om genietideetjes. Gemakkelijk uitvoerbare, weinig energie kostende en ontspannende dingetjes om te doen. En ik kreeg heel veel suggesties van jullie, meer dan genoeg! Ik wil die ideeën graag met jullie delen. Vandaag heb ik een begin gemaakt met het maken van een lijst met met al die ideeën. Met handige, leuke, gekke, mooie of verrassende links eraan gekoppeld. Je kunt de lijst ergens links van dit berichtje vinden.
Deze lijst wordt nog langer, maar voor nu heb ik er even genoeg van. Morgen ga ik verder. Aanvullingen van jullie zijn natuurlijk ook altijd nog welkom.

Spelregels zijn er ook (nog steeds):
1. Ik moet het leuk vinden. Dus geen kappersbezoek en niet naar de Efteling.
2. Ik moet er niet te moe van worden. Dus niet een fikse, gezonde wandeling over een stukje Pieterpad of naar De Efteling.
3. Het moet niet schreeuwend duur zijn. Dus geen 10-daagse hotelvakantie naar de Bahama's of naar De Efteling.

O ja, wie kan mij uitleggen hoe je in Blogger een drie-kolomsblog maakt? Of kan dat helegaar niet?

Een heel gewoon (?) poëziealbumversje

maandag 3 mei 2010

De Kogelbak

De vakanties zijn er natuurlijk voor om lekker uit te rusten, te lummelen en te niksen.
Maar er moet ook gewerkt worden. De Polletjes moeten hun kamers weer eens écht opgeruimen en deze vakantie moet ook de inhoud van De Kogelbak geïnventariseerd, verdeeld, verkocht of weggegooid worden.
Wat is nu De Kogelbak?
De kogelbak, minstens zestig kilo zwaar, is de bak waarin telkens de buit van diverse kogelzoeksessies op de hei hier vlakbij, waar de militairen nog regelmatig oefenen, is gestort. Er zitten dus kogels in. In verschillende soorten en maten. En schakels om die kogels weer aan elkaar te maken. Maar ook stukken afval, dat eerst Zeer Kostbaar was in de ogen van de Polletjes. Een stuk Militaire Zaklamp bijvoorbeeld, een ander stuk Militaire Buis, reepjes Militair Plastic, stukjes Verpakking van Belangrijk Militair Materiaal, Militaire Kurken en Militaire Dopjes, reepjes Militaire Stof, stronken Militaire Hei en kilo's Militair Zand.

Het goede nieuws is dat dat afval nu weggegooid mag worden. Dat mocht vorig jaar nog niet, Want Het Was Militair. Het slechte nieuws is ook dat de Polletjes steeds specialistischer en snobistischer verzamelen en waarderen.
Zo dachten we in de zomervakantie de Polletjes te plezieren door ook gezellig een dagje naar Ieper te gaan, in België, maar dat werd door de heren meteen snuivend afgewezen, want Ieper is van de Eerste Wereldoorlog en die is Niet Interessant. En het Airbornemuseum in Oosterbeek is van Inferieure Kwaliteit, want dat hele modernerige museum is gebaseerd op emotie en beleving en geschiedkundig schijnt er van alles niet te kloppen, volgens Prof. Dr. Parapol. Neem dan het Arnhems Oorlogsmuseum, waar Parapol vrijwilligt, dat is pas een écht museum waar tenminste álles nog bewaard en tentoongesteld wordt. (Maar ondertussen wil hij deze vakantie ook nog best een keer naar dat Airbornemuseum om te spioneren, met zijn opa op sleeptouw...)
Maar goed. De zooi uit de kogelbak wordt momenteel geïnventariseerd, het een en ander wordt dus ook weggegooid, de Polletjes kneuzen hun handen blauw (maar vooral zwart) aan de meterslange kogelkettingen die ze uur naar uur aan elkaar schakelen en dromen van hoge verkoopcijfers als ze die kettingen per meter op Marktplaats te koop gaan aanbieden, zodat ze Authentieke Militaria uit de Tweede Wereldoorlog (dat was tenminste een echte oorlog) kunnen aanschaffen. En ze weten ook al precies wat ze dan van al dat geld gaan kopen. (...) Sterker nog, in gedachten hebben ze dat geld al drie keer uitgegeven!
Onder het schakelen door overhoort Parapol Kunstpol en test zo diens militaire kennis. Ik kan momenteel niet eens een vraag bedenken die zoal gesteld wordt, zo interessant vind ik het. Het gaat in elk geval over wapens, regimenten, missies en rangen.
Zucht.

Voor een móói Polletjesverhaal, verwijs ik u naar het blog van Grote Pol, die daar een grappig stukje heeft geplaatst over de tijd dat de Polletjes nog lief en onschuldig waren en nog niets van militaria wisten.
Ahum.

Mocht u overigens belangstelling hebben voor een stuk kogelketting, ik hoor het gráág!

zondag 2 mei 2010

Een niet bijzondere liefdesgeschiedenis

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat ik al heel vroeg wist dat Grote Pol de ware voor mij was. Hij kwam regelmatig bij ons thuis over de vloer. Kwam niet voor mij, hoor, maar voor mijn ouders, voor mijn oudere broer. En dat ik er ook was, dat was dan wel gezellig. Meer niet. Grote Pol was en is een echte grapjas, en ik hield wel van zijn grapjes!

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat ik toen ik een jaar of negen, tien was en hij nog een piepjong meestertje op een lagere school was, voor hem een sinterklaasgedichtje mocht overschrijven. Voor een kind uit zijn klas. En in ruil voor die dienst schreef Grote Pol in mijn poesie-album een schoolmeesterachtig gedichtje.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat ik meezong in het kinderkoortje dat hij leidde. En dat ik later, als groot kind, ook een keer mocht meespelen op mijn harp. Daar doe je harpmeisjes een groot plezier mee!

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat hij me wel eens een 'cadeautje' gaf. Een gekrompen SnoopyT-shirt dat ik graag droeg. Een ijsje nadat we een eindje in zijn nieuwe auto hadden gereden en een wandelingetje hadden gemaakt.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat ik in gezamenlijk bezochte christelijke vakantieweken hele dagen achter hem aanliep, ging zitten waar hij zat, ging luisteren naar waar naar hij naar luisterde, ging meepraten waar hij over meepraatte, ging lachen waar hij om lachte, ging luisteren naar wat hij zong en speelde, ging zingen wat hij zong, ging corveeën waar hij corveede, ging kijken naar waar hij naar keek. En ik was dertien, veertien, vijftien en het werd steeds erger. En hij was 27, 28, 29 en op zoek naar een levenspartner. Niet naar een meisje, naar een dwepend kind, een bakviskalfje met vlindertjes in haar buik. Het moest eens afgelopen zijn met die fixatie van mij. Dus dat werd mij even verteld. Maar Grote Pol was stiekem lekker tóch wel mijn toekomstige man. En hij vond me nog best wel een leuk kind, hoor.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan toen we samen met mijn ouders en oudste broer in de kerstvakantie een weekje naar Texel gingen. En ik kon ongestoord een week lang naar hem kijken, met en om hem lachen, samen wandelen, eten, praten, zitten, zingen en genieten van zijn aanwezigheid. Ik leerde een beetje gitaar spelen van hem. We sliepen zelfs in één (stapel)bed. Al heb ik hem die vakantie, zeer puberaal, wel 123.732 keer uitgemaakt voor 'ouwe zeur'.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat ik hem in een tussenuur met een schoolvriendinnetje een brief schreef en hij een brief terug schreef. En nog eens een grappig kaartje en nog eens en nog eens.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan toen ik zestien werd en hij nog veel meer, vaker en langer bij ons over de vloer kwam, ik groter werd. En wijzer. En leuker. En natuurlijk wat ervaringen met jongensvriendjes had gehad. En probleempjes. En ik deelde ze met hem. En we gingen wandelen. En praatten er wat over. En we lachten samen. We leerden elkaar echt kennen. Grote Pol werd verliefd op me. En hij vertelde me dat op een snikhete dag, op een strandje waar we lagen te zonnen na wat loom in het lauwe water gezwommen te hebben. We vertelden het mijn ouders en we noemden onze relatie uiteindelijk verkering.

Het was niets bijzonders.
Behalve dan dat mijn ouders geen bezwaar hadden. We deden het rustig aan. Schreven elkaar brieven en gekke kaartjes, belden (denk om de telefoonrekening!), maakten op de computer documenten voor elkaar die we nog niet konden versturen want internet was nog niet uitgevonden. We zagen elkaar eerst om het weekend, later ieder weekend en vaker. Maar na een tijdje trouwden we en ik was nog negentien en hij was 33.

En het was goed. En het is goed.

Niets bijzonders.
Toch?

zaterdag 1 mei 2010

Waardoor een mens zijn ziel weer onder zijn arm tergvindt

Terwijl u gisteren
over vrijmarkten sjokte,
of overtollige huisraad aan de straatstenen verkocht,
of op winderige terrasjes zat met warme chocolademelk en een oranje tompouce en verzuchtte dat het zo koud was,
of in optocht hoste door de straten, al of niet met versierde fietsen,
uw nek verrekte om een glimp van H.M. op te vangen,
of een gewone werkdag had omdat u helaas niet in het Koninkrijk der Nederlanden woont,
had ik een lamlendig dagje.
Ik sjokte van bank naar stoel, van stoel naar bed, van bed naar computer en weer terug.
Ik voelde maar steeds wat onder mijn arm. Wat was dat toch? Later bleek het mijn ziel te zijn.

Ik wilde ook best wel over zo'n vrijmarkt sjokken.
Op zoek
naar een plantenkasje voor in de vensterbank,
naar wat leuke oude trommeltjes voor leuke oude dingetjes,
naar haakboeken en misschien wel haakgaren,
naar de twee missende gouden boekjes van mijn toch bijna complete verzameling,
naar een kistje dat ik leuk zou kunnen opschilderen
en meer van dat soort materie die het leven zo leuk maken als je ze voor een habbekrats op zo'n vrijmarkt vindt.

Maar nee. Ik zat op de bank. Ik hing op de stoel. Ik keek televee maar zag geen enkele bekende, op de Koninklijke Familie na. Terwijl ik toch een boel bekenden ken, daar in Middelburg.

Maar toen. Toen bladerde ik lusteloos eens door wat zorgvuldig bewaarde oude hobbytijdschriften. En ik kwam deze Ariadne uit mei 1971 tegen. 39 jaar oud, net als ik. En ik fleurde best wel weer op, ik vond mijn ziel weer terug, hij zat nog onder mijn arm. Want o, wat een leuke ideeën stonden daar in.

U kunt mij dus over een tijdje in het wild tegenkomen in dit gewaad. Ik waarschuw maar vast.
Ik spring straks op mijn fietsje en koop fluks wat haakgaren en ga aan de slag. Ik bruis weer van de energie!