maandag 28 juni 2010

Erge Vakantieverhalen - deel 2 Naar de caravane

We rolden dus de train van grote snelheid met grote snelheid uit. Dat was maar goed ook, want hij reed nu opeens wel met grote snelheid weg. (Lees als dit verhaal geen bel doet rinkelen eerst even deel 1, dat is veel leuker en dan snapt u er ook nog wat van.)

We waren er.
Bijna.
Ergens in la centre en aucun lieu de France. En iedereen sprak Frans. Lachte Frans. Oogde Frans. Rook Frans. Behalve wij. Wij waren echte, unieke, blozende Hollanders en rekenden dus op een gelikte busdienst naar het petit villagetje. En een goed leesbare dienstregeling natuurlijk ergens op een bordje bij het busstation. Maar nee. Dit was Frankrijk, weliswaar in de jaren negentig, qua wereldtijd gezien dan, maar qua ontwikkeling nog niet daar aangeland. Nog lang niet.
Er was wel een dienstregeling, hoor. Ik overdrijf. Alleen was die niet leesbaar en hing die niet erg zichtbaar op een kilometer afstand van de bushalte. (Ik overdrijf weer enigszins, maar dat begreep u al.) Op het vodje papier stond bijna niets, behalve dan een heleboel uitzonderingen op de normale dienstregeling. Die uitzonderingen begrepen we best, daar moesten we ernstig rekening mee houden, beseften we. De bus zou over een uur of wat vertrekken. Hopelijk. Mogelijk. Eventuellement.
We zochten eerst maar eens een toilet op. Zo'n Frans toilet. Maar dat ging best en het luchtte lekker op.
Zeulden met onze zware tassen over de markt. Kochten een Frans visserspetje voor Grote Pol dat nog lang meeging en twee kalende hoofden jarenlang beschermde tegen verbranding.
Snoven de Franse geuren op, zigzagden tussen de boules van het jeu, aten een baquette, dronken een boel eau uit een bouteille en ook nog een vin blanc en een coca, ontspanden van de reis en geraakten zowaar in vakantiestemming.
En stapten in de bus die inderdaad op tijd klaarstond, wegreed en een dikke dertig kilometer later aankwam (onthoud die afstand, dat zal later nog van pas komen, in deel 4). En we stapten ook nog op tijd uit. Echt, geen vuiltje dans le ciel.
Toen moesten we nog even naar de campieng lopen. Dat was rechtdoor, maar we gingen á gauche. Pourquoi? Nou ja. We dachten dat dat goed was. We hadden de Franse slag al te pakken.
Maar het was niet goed. Wel kwamen we bij de épicier dans le petit village erachter hoe we wel hadden moeten lopen. Maar toen we daar toch waren, deden we meteen nog maar wat boodschapjes. Dat kon er best wel bij, we waren nog jong en sterk. En we wisten niet hoe warm en ver het nog was. Voor de koelvitrine met heerlijke fromagetjes stonden we te lekkerbekken. Eindelijk échte Franse kaas, da's nog eens wat anders dan Rambol en La vache qui rit. We kozen likkebaardend voor een kaas die niet al te duur was en er Typisch en Authentiek Frans uitzag. Geen idee hadden we op dat moment wat ook alweer de vertaling van âne is. Ezels die we waren.
Toen liepen we vrolijk en vol goede moed in een ruk door naar de campieng. Die dus in de brandende zon en via Typische en Authentiek Franse weggetjes vol kuilen en hobbels best vermoeiend te bereiken was. We strompelden en struikelden zo'n beetje een halve marathon en toen waren we er!
De campieng was stil en verlaten, op de beheerster na. Dat kwam natuurlijk door de vrachtwagenchauffeurstaking - niemand kon de campieng dans la centre en aucun lieu de France bereiken zonder benzine. Tenzij ze net zo slim waren als wij en met de trein en bus zouden komen. Maar niemand was zo slim. Ach, we blijven er bescheiden onder.
De beheerster was een Typische en Authentieke Veuve, kwiek, gezellig, erg Frans en ongeveer 1 meter 45 lang en ze ratelde er vrolijk op los. Niet dat wij er iets van konden verstaan, maar de taal van d'amour verstonden we wel. Vol compassie met onze stromen zweet wees ze ons vol trots de meest afgetrapte caravane van het terrain. De enige luxe die deze bouwval bezat was een perfecte slacentrifuge, bleek later.
Vermoeid zegen we neer op de krakkemikkige tuinstoeltjes en snoven de huisstofmijtwolk op die uit het deurtje van de snikhete cabine kwam.
Maar toen keken we nog eens naar de heuvels rondom ons, de rotsen en het kleine riviertje vol visjes, de bloemen des velds en de strakblauwe Franse ciel en in elkaars ogen en waren intens heureuse.

De vakantie kon beginnen! Dachten we.

Wordt vervolgd, natuurlijk.

5 opmerkingen:

Toaske zei

Wat een heerlijk sfeerverslag. Goh, een werkende slacentrifuge. Zo ver ben ik nog steeds niet. ;-)

zonzoekster zei

Wat schrijf jij heerlijk beschrijvend. Ik geniet van je verhaal.

Judith zei

heerlijk zo'n vervolg.. ben al helemaal benieuwd hoe het verder gaat

Mira zei

Meer, meer!

Jacqueline zei

Ik blijf peinzen over die zin over het Franse visserspetje voor Grote Pol dat jarenlang TWEE kalende hoofden beschermde. Heb ik iets gemist? Ik weet niet beter dan dat Grote Pol maar één kalend hoofd heeft.