zondag 28 juni 2009

Potje navelstaren

Soms heb ik van die navelstaarbuien. Daar is Boeddha echt niets bij. Maar ik word er strontchagrijnig van. 't Is echt niet goed voor mij.
Boeddha doet het niets.

Van de week vroeg een moeder van de school van Kunstpol me of ik soms ziek was. Ze zag mijn Prednisonkop en vroeg gelukkig vrijmoedig. Ik moet wel even slikken dan, maar zo'n reactie is stukken beter dan de meewarige blikken van klasgenootjes van Kunstpol.
Toen op mijn school de diverse Birkies, die een aantal van mijn collega's en ik graag dragen, werden vergeleken, vielen de smallere bandjes van mijn modelletje op. Ja, zei ik, die smalle bandjes passen beter bij mijn frêle voetjes. Haha. Not. Mijn voeten zijn dik en opgezet, mijn enkels ook en mijn vingers lijken net bleke barbecueworstjes.
Door de medicijnen heb ik ook een heel droge mond, waardoor er binnen een paar weken al twee stukjes tand zijn afgebrokkeld. Nu heb ik dus eindelijk een spleetje tussen mijn voortanden. Dinsdag kan ik bij de tandarts terecht. Het hele weekend door peur ik met mijn tong in het ontstane gat.
Telkens als ik met mijn hand door mijn haar ga, vlechten de uitgevallen haren zich sierlijk om mijn vingers. Op mijn kussen ligt elke ochtend ook weer genoeg voor een kleine haartransplantatie. Grote Pol zou er een hele krullebol aan overhouden, als we de technische mogelijkheden hadden.
Door de droge ogen, ook door de medicijnen, in combinatie met mijn contactlenzen kan ik soms niet ver zien, soms niet goed dichtbij. Dan is óf tv kijken, óf een boek lezen heel erg lastig.

Soms zit ik nergens mee, andere dagen baal ik. Meestal relativeer ik alles met het grootste gemak, soms lukt het even helemaal niet.
Maar echt, alles is betrekkelijk. Ik ken mensen met veel meer verdriet, meer pijn, met veel grotere nood. Dat troost niet, maar het helpt wel om dingen in perspectief te zien. Die lichamelijke aftakeling zal ook wel weer eens stoppen en ik geloof in het krijgen van een nieuw hemels lichaam op de jongste dag. Met tenminste smalle enkeltjes en een scherpe kaaklijn. En zeker ook niet meer dat verdriet van die lieve mensen om ons heen.

zaterdag 27 juni 2009

Veertien - deel 6 - Even shoppen

Parapol en ik gingen vanmiddag nog even een verlaat vaderdagcadeautje kopen. Grote Pol wilde een geurtje. Eigenlijk wil hij dat omdat hij denkt dat ik dat wil. Zo gaat dat hier. Maar inderdaad, het werd tijd voor wat nieuws, na meer dan twintig jaar bijna uitsluitend Old Spice.
De lucht dreigde, buienrader dreigde ook, maar we waagden het erop. En we zijn niet van suiker. De bui barstte eerder en heviger los dan buienrader had beloofd en wij liepen precies onder die wolk. Zo rond een uur of vier lopen er als het hoost veel gillende pubermeisjes in ons dorp, die blijkbaar wel van suiker zijn. In plaats van dat Parapol dat eigenlijk wel interessant en leuk vindt, roept dat bij hem ergernis op. En een wel heel stoere houding. Een houding waarbij zoveel mogelijk druppels vangen het ultieme doel is.
Terwijl ik nog even wat uitverkoopjes scoorde ging Parapol flappen tappen. Maar toen wist hij niet meer in welke winkel ik was en liep dus wat rondjes door de stromende regen om mij te zoeken. Hij is snipperdesnipverkouden, dus hij rook mij ook niet. Terwijl dat best had gekund, omdat ik mezelf had volgespoten met welriekende mannengeuren. Parapol wilde niets opgespoten krijgen, want hij is veertien.
Toen hij me gevonden had, drijfnat was ie, liepen we nog even naar een andere drogist, want we roken in de eerste winkel door de vele foute luchten dé ultieme Grote Polgeur niet meer.
Bij die andere drogist werden we allersnoezigst en -aardigst en -tuttigst geholpen. Ook nog even advies gevraagd: wel of geen Clearasil voor Parapols onzuivere huid - niet doen dus, heeft geen enkele zin.
Maar de lieve winkelmevrouw, die ons voor veel te veel geld een heerlijke geur verkocht (deze vaderdag wordt gesponsord door Purperpolletje), had zo'n medelijden met Parapol, die drijfnat nog steeds een beminnelijke en nochtans gans geen puberale indruk maakte, dat ze hem een monstertje Tommy Hilfiger-cologne gaf. Parapol bleek echter toch een échte puber want in de wederom stromende regen banjerde hij door alle mogelijke plassen om dit monstertje z.s.m. in de dichtstbijzijnde afvalbak te deponeren. Dat plan mislukte doordat zijn alerte moeder op tijd ingreep.
Snel naar huis gefietst waar Parapol zich nog even drijfnatst liet spuiten door onder een zojuist ontstopt gat in de regenpijp te gaan staan.
Als je veertien bent, is dat natuurlijk heel leuk. En gek: ik kan het me voorstellen.
Ik ben namelijk ergens ook nog een heel erge, grote puber.

vrijdag 26 juni 2009

Peter de Vries aan de telefoon

Een paar maanden geleden belde hij voor het eerst. Maarten de Vries. Van d'een of d'andere verzekeringsmaatschappij. Dat soort telefoontjes handelen we in Huize Pollenstein altijd snel en accuraat af. Maar Maarten wist me langer aan de lijn te houden. Want toen ik zei dat ik geen belangstelling had en hij mijn telefoon misbruikte, zei hij dat ik wél moest luisteren. Ik zei dat ik dat lekker toch niet deed en drukte hem weg. Het deed wat met mijn toch al veel te hoge bloeddruk, ik was zelfs boos op hem.
Twee minuten later belde hij weer. Grote Pol nam dit keer op en Maarten deed zijn verhaal weer. Overigens bij vlagen onverstaanbaar, wat ook heel irritant is. Grote Pol riep regelmatig: 'Hallo, hallo, ik hoor niets!' en met die woorden hing hij uiteindelijk ook op.
Maar Maarten belde meteen weer. Grote Pol was Kunstpol aan het voorlezen en Maarten kon zodoende lekker meegenieten, tot hijzelf dit keer ophing. Diezelfde middag belde hij nog een keer of acht, maar we drukten hem elke keer weg en legden ten einde raad (beetje laat, hadden we eerder aan moeten denken, maar zo heel slim zijn we hier niet) de telefoon van de haak . (Hoe zeg je dat overigens bij die nieuwerwetse beldingen?)
Een paar dagen later belde Remco de Vries. Haha, geintje, nee, hij was absoluut niet dezelfde verzekeringsagent als een paar dagen geleden. Maar stiekem toch wel. Er ging bij ons nog geen lichtje branden. Hij wilde me een ziekteverzekering aansmeren, want De Overheid had gezien dat we die hard nodig hadden. Ik vroeg hem ons telefoonnummer uit zijn bestand te halen. Maar dat kon natuurlijk niet. Ons telefoonnummer kwam op zijn scherm en hij móest ons wel bellen. Ik zei dat ie dan een briefje moest maken, dat op zijn scherm moest plakken, waarop ons telefoonnummer stond en 'deze mensen nooit meer bellen'. Ja, dat kon wel. Maar haha, zei hij lachend, dat deed ie niet, want ja, dat deed ie gewoon niet.
Twee uur later belde hij weer. Peter de Vries heette hij inmiddels. Ik vroeg of hij het leuk vond om ons lastig te vallen. Herinnerde hem aan de allereerste sessie. Praatte op hem in. En ik had nog niets door. Hij wilde telkens zijn verhaal doen en wilde even kunnen uitpraten. Ik zei dat ik hem niet wilde horen en hem dus niet wilde laten uitpraten en dat ik er ziek van werd. 'Maar mevrouw, ik wil u juist béter maken.' Ik kookte van woede inmiddels en zei dat ie niet wist wat ie zei. Hij raakte overigens hiermee toch een zeer gevoelige snaar.
Hierna maar eens met die verzekeringsmaatschappij gebeld die ons met klem vertelde helemaal niet aan telefonische verkoop te doen.
Aha, een telefonische stalker dus.
Een heel zielig, ziek ventje.

Remco, Maarten, Peter, Jan, Pieter, Gerard, Jeroen de Vries belde nog vele malen. Gelukkig nam Grote Pol nu toevallig al zijn telefoontjes op. Maar ook hij werd er keer op keer boos van. De Vries is een heel zielig ventje dat goed is in bloed onder nagels vandaan halen. Zelfs bij Grote Pol, die écht héél geduldig is. De Vries noemt Grote Pol inmiddels ook bij zijn voornaam. Hij doet of hij een goede bekende is.
Inmiddels ook maar eens de politie gebeld, die ons doorverwees naar KPN. KPN kan niet veel doen, alleen een waarschuwing sturen als hij binnen drie weken drie keer heeft gebeld. Dat heeft Jan inmiddels gedaan. Waarvan een keer om 23.00 uur 's avonds ('Ja, we moeten overwerken) en een keer om 3.47 uur 's nachts.
De ene keer gaat Grote Pol een gesprek aan, de andere keer niet en laten we de hoorn van de haak. 's Nachts de stekker eruit en mobiel aan. Ook heeft Grote Pol Pieter een keer gezegd: 'Da's goed, doe mij maar 1 verzekering!' en een paar weken later ons bankrekeningnummer aan Jasper gegeven voor een machtiging voor een uitermate handige scheepsbrandverzekering: 000000000. Maar daar trapte Jasper niet in.
Vandaag belde Klaas weer, als vertegenwoordiger van TV-Oké en in een gesprekje dat Grote Pol, tegen beter weten in aanging, want De Vries kickt gewoon alleen al op aandacht, gaf hij toe gewoon dolgraag vrienden te worden met Grote Pol.
Maar dat wil Grote Pol niet. Verrassend, niet?

Inmiddels hebben we ons nummerweergave aangeschaft en weten we waarvandaan Klaas vandaag belde. En Google en Hyves zijn dan heel handig. Grote Pol is bezig onze stalker te ontmaskeren. We weten al van alles over hem. Hij heet Douwe, denken we. Douwe terugstalken doen we nog maar even niet. We zullen eens nadenken over een mooi product dat we hem kunnen gaan verkopen, een telefonische cursus Hoe Maak Ik Wel Vrienden? bijvoorbeeld. Compleet met handboek en gratis pennenset.

dinsdag 23 juni 2009

31 zwetende prépubers en één juf

Hèhè, poehpoeh, nounou. Zware dagen gehad op school. 31 prepubers in een noodlokaal, zomerzon d'rop en d'rin, weinig frisse lucht, veel gezweet, een vol programma en druk prépubergedrag.

Maar... ze hebben prachtige schilderijen gemaakt. Ik plaats binnenkort wat foto's, maar op school was het usb-kabeltje weer eens zoek. Zal wel onderin een wasmand liggen.
En ze hebben hun taaltoets prima gemaakt, werkwoordspelling ging ook best oké en ze smulden van mijn bijbelverhaal. Ik vertelde over Daniël en zijn drie vrienden aan het Babylonische hof. Dat ze niet mee wilden eten van het voedsel wat koning Nebukadnezar hen aanbood, nog lekkerder en beter van kwaliteit dan de producten van het AH-Excellentmerk. Daar moesten de prépubers wel even om lachen. Zo'n grapje tussendoor, dat kan ik dan weer niet laten.

Aansluitend vanavond nog een musicalavond meegemaakt en nu dan eindelijk stilte om me heen. En toen viel mijn oog op (figuurlijk dan, zó erg is het nu ook weer niet met me) de scheurkalender van Parapol. En ik ging even twijfelen aan mijn beroepskeuze. Garfield heeft zijn zaakjes schijnbaar toch wat beter voor mekaar.

Ik ben alleen te moe om het blaadje goed op de foto te krijgen. Jon zegt: 'Ik wou dat ik zo'n baantje had.' Waarop Garfield denkt: 'Sorry, geen vacatures.'
Maar als ik erover nadenk, weet ik meteen dat ik niet anders wil dan wat ik nu doe. Maar die prépubers zouden wel een beetje minder mogen zweten en prépuberen.

En nu ga ik gedurende zo'n acht uur proberen te doen wat Garfield hier boven mijn cursor doet.

zondag 21 juni 2009

Misselijkmakende contactadvertentie

Hierom (klik erop, dan kun je 'm beter lezen) moet ik gewoon bijna janken.

Ben ík nou gek?

Grote Pol zag deze advertentie toevallig in de krant staan (en ik geloof dat ja, want hij is de liefste, trouwste, meest toegewijde en eerlijkste man op aarde,). Ik was blij dat ik een jurk aanheb, want als ik een broek aangehad had, was die afgezakt. Toen ik het even liet bezinken, werd ik gewoon kwaad! En daarna verdrietig en kotsmisselijk.

Ik kan er niet bij.

Laat mij dan alsjeblieft maar heel naïef en wereldvreemd blijven, want bij de mensen die zoiets leuk vinden, wil ik niet horen.

En als je dit las en je voelt hetzelfde als ik? Sorry dat ik dit plaatste, misschien verwijder ik het wel weer. En vergeet het maar snel...

'Ik wil leven door uw Geest en in waarheid, o Heer...'

vrijdag 19 juni 2009

Wie heeft de regie?

Kunstpol is op school druk met de eindmusical. Maar Kunstpol heeft natuurlijk een énorme voorsprong op de rest van de klas, het gepeupel, want hij heeft er twee jaar theaterwerkplaats op zitten. Hij kan bogen op ruime ervaring, veel talent en kennis van het musicalgenre. Daarom was het ook maar verstandig dat de juf en meester hem een hoofdrol toebedeelden. Dat was hem wel toevertrouwd, namelijk. Vond ie vooral zelf.
Nu de repetities steeds serieuzer worden, stijgt de spanning en neemt Kunstpol het liefst zo af en toe de regie in handen. En toen hij dat gisteren echt even deed, zei de meester dat dat onacceptabel was.

'Ach, gewoon een machtsspelletje', zei Kunstpol daarover aan tafel.

Tsja? Cha? Sjah? Tja? Ah! Tzatziki!

Het had niet veel gescheeld, of dit berichtje was twaalf uur geleden al gepubliceerd. Meestal rol ik 's avonds in halfcomateuze toestand m'n bed in, maar gisteren dus niet. Ik kon de slaap niet vatten.
Middenin vannacht, zo wakker als ons buurhondje met ADHD, had ik opeens zo'n verschrikkelijke, bijna onbedwingbare, zin in tja, hoe heet dat spul ook alweer? Iets fris, met komkommer, yoghurt en veel knoflook. Tja. Tsja. Chachacha. Ik had er nog nooit eerder zin in gehad, dus ik wist niet wat me overkwam.
De naam wilde me maar niet te binnen schieten en ik wilde dus maar even gaan googlen en meteen een lollig blogje schrijven. Middenin vannacht zag ik de tekst al helemaal voor me en het leek me toch funny! Wat zeg ik? grappig, nee: hi-la-risch. Ik bleef toch maar even liggen, want zo erg wakker als het buurhondje met ADHD was ik eigenlijk ook niet meer en opeens, in een vlaag van bewustzijnsverruiming, wist ik het: tzatziki. En toen viel ik eindelijk in slaap.
Maar vannacht had ik dus zin in tzatziki. Dat u het even weet. Hilarisch hè?
Nou.
En of.

Tjonge.

woensdag 17 juni 2009

We verhuizen naar een Bounty-eiland

Een van De Polletjes is een onverbeterlijke rommelkont en heel erg van de Franse slag. Die ander is óók erg, maar minder en anders. Die let er tenminste op
dat hij netjes gekleed is,
dat zijn haar goed zit,
dat het tafelkleed op tijd in de was gaat (bij het kleinste vlekje propt hij het gewoon helemaal onderin de wasmand, zodat Grote Pol er met zijn lieve bijziende ogen straal overheen kijkt... raadsel opgelost, dus),
dat hij niet van een bord eet waarop toevallig al wat kruimeltjes lagen
en dat hij niet uit een flesje drinkt dat te dicht bij de groentevoorraad wordt bewaard (=GFT-afval in zijn ogen).
Ranzig vindt ie het allemaal.


Maar die andere Pol hoort éigenlijk thuis op een Bounty-eiland. In zo'n hutje op het strand. Niks geen kamer met spullen die je dan telkens moet opruimen. Niks geen gesjor aan de riem in je broek, omdat die anders afzakt, jezelf élke dag wassen? niet nodig: een frisse duik in de frisse en sprankelende, altijd diepblauwe oceaan is voldoende. Scheelt ook weer denken aan schoon ondergoed enzo. Geen gedoe met schoenen - lekker blote voeten, of slippers - zodat je niet hoeft op te letten dat je voet in de schoen komt en niet op de hiel, zodat de achterkant van je dure schoen binnen een maand een grote gelijkenis vertoont met de accordeon van je moeder. En dat je dan rondloopt met te korte (8/9) broeken met gaten, daar zit dan helemaal niemand mee. Zelfs je moeder niet.
Gewoon het paradijs op aarde. Voor dat ene Polletje dan, hè. Ik gun het hem.
Hij moet asap gewoon verhuizen naar een of ander Bounty-eiland, daar hoort ie thuis. En ik ga met hem mee, want ik kan hem niet missen. Met een flinke voorraad sunblocks. En natuurlijk Grote Pol. En dat andere Polletje.

Maar daar is geen wasmachine. En dropjes? Friet? En frikandellen dan?

dinsdag 16 juni 2009

Diagnose: koudwatervrees

Ken je dat? Je hebt een mooi boek in huis en je hoopt toch zó dat het écht héélhéél mooi is, dat je het bijna niet durft te gaan lezen?
Of je hebt een nieuw kledingstuk en je durft het bijna niet te gaan dragen, voor het geval het tegenvalt? Of dat je er te weinig complimentjes over zult krijgen?

Volgens mij wordt dat bedoeld met koudwatervrees:

koud´ wa - ter - vreesde -woord

figuurlijk vrees om zich aan koud water te branden; ongegronde vrees, zie bij water

En ik heb dat met mijn aanstaande pillendoos. (Klik hier voor wat voorafging.)
Vrijdag al kocht ik dan toch maar veertien wat te grote glazen potjes (ik kan nu dus gemakkelijk, qua pillendoos, nog een flink stuk zieker worden, da's het voordeel) en een leuk houten bakje. En daar wil ik zó graag écht iets héélhéél moois van maken, met glasverf en oliepastel en acrylverf en lak en misschien ook nog een leuk collagetechniekje, dat ik gewoon niet durf te beginnen.

Het jeukt wel, het lokt, het verleidt, het roept: Purperpolletje! verf mij! wees creatief met mij! maak mij héélhéél mooi!

Maar ik durref bijna niet! want het moet écht...
Morgen begin ik gewoon. Xenos is dichtbij, ik kan zo weer nieuwe potjes en bakjes kopen...
Wordt vervolgd.

zondag 14 juni 2009

Lief tafelkleed,

Het grapje heeft nu lang genoeg geduurd. Hou er nu maar eens mee op. Al meer dan een week ben je al weg en waar we ook zoeken, je laat je niet vinden. Tussen de schone (en de vuile) kleren van De Pollen lig je niet, niet bij de keukenhanddoeken, de washandjes en het beddengoed. Ook tussen het verstelgoed en bij de nieuwe lappen ben je niet te vinden. En op al die andere plekjes, waar we dan maar uit pure wanhoop, tegen beter weten in, ook keken, ben je ook al niet.
Het is toch onbegrijpelijk dat een tafelkleed van jouw kaliber, jouw felle tint en jouw enorme staat van dienst zo'n flauw geintje met ons uithaalt? Dat had ik nou nooit achter je gezocht!

Trouwens, je mist heel wat aan tafel. De laatste week hebben we wat afgelachen en gesproken. De Polletjes hebben voor hun doen redelijk gegeten. Hun bordjes waren niet heel vol, maar - op de zuurkool na - werd alles behoorlijk vlot weggegeten. Enne, de andijviestamppot was anders dan anders, maar goed te doen. Geknoeid werd er bijna niet.

Maar goed, jij was er niet bij...
En je bent zo verschrikkelijk nodig. Jaha, dat weet jij nog niet, maar Purperpolletje is snipperdesnipverkouden en een gewone zakdoek is lang niet voldoende. Het snot stroomt tappelings uit dan weer het linker-, dan weer het rechterneusgat. Jij bent echt de oplossing! Zo'n dankbare taak laat je toch niet aan je neus voorbijgaan? Daarna, dat beloof ik je hierbij plechtig, word je lekker heet gewassen met een heerlijk wasmiddeltje.
Tot die tijd behelp ik me met het bloemetjesgordijn. Maar ja. Je begrijpt wel...

Kom alsjeblieft snel weer te voorschijn, we houden van je, lieve groetjes,

Purperpolletje

zaterdag 13 juni 2009

De haan is dood, de haan is dood

Vandaag heb ik geboerengolft (denk aan 't kofschip) met de personeelsvereniging. Een hele belevenis, vermoeiend ook. Ik had namelijk wel dertien handicaps.



1-10. Sowieso hole 1 tot en met 10, want ik kon er geen klap van.

11. Daarbij mijn snipverkoudheid. Ik heb me toch een zwoele stem door de keelpijn, echt supergeschikt voor een 06-lijn, en een hoorbare hijgende ademhaling van inspanning en benauwdheid. Doet het vast ook leuk bij zo'n baantje, overigens.

12. Een van de ziektesymptomen van SLE is zonneallergie, ik moet echt uit de zon blijven, want a. het kan een opvlamming van de ziekte veroorzaken, b. ik heb door de medicijnen een verhoogd risico op huidkanker en c. op de uitslag die het heerlijke zonnetje van vandaag kan veroorzaken zit ik niet te wachten.
De hele tijd heb ik me dus ook bezorgd gemaakt over de gevolgen van deze uitspatting.
Wel keurig een charmant hoedje opgezet, maar of dat voldoende was???

13. En van de laatste handicap had iedereen last. De externe attributie, daar heb je 'm weer. Dat waren de slootjes, het hoge gras, het schrikdraad, de prachtige paarden, veulentjes en koeien waartussen wij los mochten rondbanjeren (en die ook regelmatig geraakt werden, vanwege handicap 1 tot 10, waar dus meer mensen last van hadden) en de haan die compleet van de leg was. Maar dat was hij toch zijn hele leven al. Hij bleef ons maar toekraaien toen wij zaten te lunchen in zijn nabijzijn. Waarschijnlijk territoriumdrift. De hele tijd wilde ik het schone lied: 'Le coq est mort' inzetten, maar handicap 11 hield me tegen.

Thuisgekomen rolde ik voor een flinke middagdut mijn bedje in. Daar deed ik een onrustig hazenslaapje (trouwens: verder geen haas gezien, vandaag) en droomde dat ik met mijn golfklomp een joekel van een dooie haan wegsloeg. Hij fladderde metersver door de lucht. Hole in one. Zo'n slag had ik met de boerengolfbal vandaag nog niet gemaakt.

vrijdag 12 juni 2009

En dan nu: Provinciaals nieuws. Deel 2: De Lokale Omroep....

...zendt per week zo’n 648 keer hetzelfde domme programma uit. ‘Zeg het maar’ heet het en volgens mij gebruiken meer lokale omroepen dit vreselijke concept. Elke zaterdag op de markt staat een man met camera met hoog ‘man-bijt-hond’-maar-anders-quasi-lollig-‘t-is-niet-te-omschrijven-gehalte (er zijn gewoon geen woorden voor, ontdek ik nu) passanten te belagen. Hij dwingt ze mee te doen met zijn programma, het is gewoon terreur.
En dat levert keer op keer gesprekjes op met een verbluffend -wat zeg ik? verplétterend -niveau. Je wordt er gewoon stil van.

Transcript:
Enge Cameraman (EC): Goeiemorgen, meneer.
Slachtoffer (S): Goeiemorgen.
EC: Zegt u het maar!
S: Wah moe'k zegguh dan?
EC: Nou, u mag namelijk alles zeggen wat u wilt. Da’s het leuke van dit programma. Heeft u iets leuks te melden, of iets te klagen, het mag allemaal bij het programma Zeg het maar. Dus ga uw gang.
S: Nou, 'k heb niks te zegguh.
EC: Helemaal niets? Da’s raar. Dit is helemaal uw momentje, hoor.
S.: …(neemt hapje van visje)
EC: Lekker is dat, hè, heerlijke vis op de markt. Ooooh.
S: … Jaoh...
EC: Gaat u nog leuke dingen doen dit weekend?
S: … Jaoh...
EC: Wat gaat u doen, dan?
S: Nou, bietje relaxuh en bietje lekkeh op de marrekt, visje etuh, boodschapje doen.
EC: Lekker genieten, lekker relaxed. U ziet wel wat er gebeurt.
S: ... Jaoh …Nou.... Vakaansieplannen makuh.
EC: Nou vertel es?
S: ... Jaoh.... Wee’k noh nie psies.
EC: Aaaaah! Misschien een klein ideetje, om de kijker nog een beetje idee te geven wat u gaat doen?
S: ... Jaoh, wee’k nie psies...
EC: O, da’s nou jammer.
S: ... Jaoh…
EC: Nou.
S: ... Jaoh…
EC: Nou, dan laten we het hierbij. Zegt u wel spontaan: 'Volgende!'
S: ... Uhhh...
EC: Gewoon zeggen: 'Volgende,' daar is toch niets moeilijks aan?
S: O, uhh. Voggende.
EC: Da was niet spontaan genoeg. Doet u het nog eens een keer? Iets spontaner?
S: Vóggende!
EC: Dank u wel meneer. Prettig weekend, meneer!

Ik ben bang voor EC. Volgens mij treedt spontaan hersenverweking op als je hem alleen al ziet. Mij zie je niet meer op de zaterdagmarkt…

donderdag 11 juni 2009

Is dat wel normaal?

Is het wel normaal dat puberzonen liever geld voor een cadeautje voor hun moeder uitgeven, dan dat ze voor haar een klusje doen of haar een kusje geven?

Ik krijg overigens nog genoeg kusjes van ze. Is dat eigenlijk ook wel normaal?

Parapol noemde mij gisteren zijn moeder zaliger. En bedankt.
Ik heb maar even uitgelegd wat deze - in zijn ogen - prehistorische uitdrukking eigenlijk betekent. Nu noemt hij mij zijn moeder half zaliger. En bedankt. Is dat wel normaal?

Kunstpol zeurde al jaren om een mobieltje. Moet ie een verlanglijstje maken voor zijn aanstaande verjaardag, weet ie dus helemaal niet meer dat ie op zijn twaalfde zo'n ding mag. Dit welvaartskind is zijn innigste wens gewoon vergeten en denkt alleen nog maar aan zakgeldverhoging, Nintendo's en het recht om eindelijk allerlei 12+films te mogen zien. Is dat wel normaal?

Ja, dat is blijkbaar normaal. Want je moet jezelf nooit vergelijken met anderen. En bovendien geldt hier de les van mijn lief moedertje- nog lang niet zaliger-: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!

En ik hou zo van die gewone gekte van mijn Polletjes.

woensdag 10 juni 2009

Schuldig

Als Parapol een onvoldoende haalt, ligt het
a. aan de leraar
b. aan de toets
c. aan het boek
d. aan a, b en c.

Als Kunstpol moeite heeft met zijn tekst voor de musical, ligt het
a. aan zijn dyslexie
b. aan de tekst
c. aan de stuntelende medeacteurs
d. aan a, b én c.

Als de andijviestamppot van Grote Pol een keer geen haute cuisine was, ligt het
a. aan tijdgebrek
b. aan de aardappels die niet gaar wilden worden
c. aan de onhandig grote stronk andijvie
d. aan a, b én c.

Als Purperpolletje (denkt dat ze) iets niet goed doet, ligt het
a. aan haarzelf
b. aan haarzelf
c. aan haarzelf
d. aan a, b én c.

En dat is nou het verschil tussen interne en externe attributie. Of is dát het verschil tussen mannen en vrouwen?

zaterdag 6 juni 2009

Please send chocolate!

Al een tijdje geleden kreeg ik van Zuster M. een envelop met inhoud. Chocolaatjes! En deze kaart:
De envelop heb ik bij mijn pillenvoorraad gelegd en van de chocolaatjes kon ik afblijven, wat op zich een groot wonder is. Zuster M. drukte me op het hart deze chocolaatjes als noodvoorziening te zien.
Vanmorgen heb ik er één genomen, want mensen, things áre getting worse. Ik ben opeens zomaar verkouden. Hoest en proest. Zucht en steun. Ik hijg als een oud paard als ik even de trap op moet. Het snot zit achter mijn ogen, kriebelt in mijn keel en heeft alle andere beschikbare holtes en gaten in mijn hoofd tot de nok toe gevuld. En het zit daar maar. Op zich is dat wel rustig, maar lopend snot geeft je in elk geval het idee dat er beweging in zit.
Vanmiddag kruip ik weer lekker in mijn bed en laat de damesfinale maar zonder mij voorbij gaan. Nou, dan gaan de things at Purperpol's really really worse, kan ik je zeggen!
Nog vijf chocolaatjes op voorraad.

vrijdag 5 juni 2009

Blond haar en blauwe ogen

Machtig interessant vinden de kinderen uit mijn klas het: de aandacht die we besteden aan de Tweede Wereldoorlog. Ze komen zelfs eerder de klas in om te zien welke plaatjes van de oorlog ik op het digibord heb gezet. Ze smullen van de spotprenten over Hitler, van de oude persoonsbewijzen, het oorlogszakboekje van mijn opa met het gelukkig onafgebroken loden plaatje, voedselbonnen en een authentieke koperen granaathuls met originele snippers papier, misschien wel van een Engelse krant (geleend van Parapol).
Vandaag las ik een briefkaart voor die in januari 1944 vanuit een werkkamp naar mijn schoonvader werd verstuurd. Vooral de postzegel van Hitler-himself en de spreuk die erop stond (Der Führer kennt nur Kampf, Arbeit und Sorge. Wir wollen ihm den Teil abnehmen, Den wir ihm abnehmen können.') werden uitgebreid bekeken en zelfs, na schooltijd, gefotografeerd met hun mobieltjes...
Toen kregen we het over het Arische ras. Ik noemde het blonde haar, de blauwe ogen, de lichaamsbouw, de sterke spieren en de intelligentie van Hitlers lievelingen. Meteen werd de hele klas -lekker polariserend- ingedeeld in Ariërs en Joden. Trots waren de Ariërs en uitdagend de Joden. Een heerlijk, maar best spannend kinderspel. Ze voelden wel aan dat er op z'n minst een luchtje aan zat.
En daar kun je dan weer mooi op inspelen. Want wat gebeurt er op zo'n moment in het klein, wat toen in het groot gebeurde?
Ik googlede net even op 'het Arische ras', maar dat was een slecht idee. Van sommige sites wil je van het bestaan niet weten. Maar waar ik ook achter kwam is dat met Ariërs oorspronkelijk de bevolking van het huidige Iran en omstreken werd bedoeld. Indo-Germanen kwamen uit het oosten en vestigden zich duizenden jaren geleden in Europa. Ariër betekent edel of spiritueel.
Weer wat geleerd! Kan ik ze maandag weer het een en ander vertellen en wie weet zo nog wat meer nuancering aanbrengen in hun denken.
Ik zal ze ook maar eens vertellen dat ik vroeger wel werd aangezien voor een Turkse! Ben benieuwd welke discussie of welk spel er dan ontstaat.

woensdag 3 juni 2009

En dan nu: Provinciaals nieuws. Deel 1: De Plaatselijke Kringloopwinkel

De plaatselijke kringloopwinkel.
Altijd leuk en verrassend. En prijzig, helaas.
Ik ga er regelmatig heen voor de boeken. Die afdeling is laatst opnieuw ingericht. De boeken zijn afgestoft, netjes in stellingkasten gezet en opnieuw gerubriceerd door een waarschijnlijk vooral enthousiaste, maar minder kundige vrijwilliger. Dat leverde een leuke, verrassende en bij vlagen zelfs hilarische indeling op:

* Publieke werken - Thomas Rosenboom - stond bij Bouwkunst en architectuur.
* Twee vrouwen -Harry Mulisch - en Blauwe maandagen - Arnon Grunberg - stonden gebroederlijk bij Kinderboeken (Lijsters, dus!).
* De kat die de hoofdrol speelde - detectiveroman van Lilian Jackson Braun - bij Dierverzorging.
* Het zit op de bank en het zapt -Yvonne Kroonenberg - bij Hobby en vrije tijd.
* Zadelpijn en ander damesleed - Liza van Sambeek - bij Medisch.

Dit betekent wel dat ik in het vervolg álle rubrieken door ga spitten. Publieke werken heb ik overigens voor twee euro op de kop getikt!

maandag 1 juni 2009

Veertien - deel 5

Veertien is ie en hij houdt van uitdagingen. Gisteren wilde hij wel van het balkon afspringen. Ik heb geleerd dat mannen ook wild en ongetemd moeten kunnen zijn, het zijn geen watjes, dus het mocht. Voor een keertje. Het gaat ook maar om één verdieping. Goed te doen. Het mooie was dat hij toch even niet durfde (korte broek - blote knieën, goed excuus). Kunstpol deed het kunstje een keer voor en Parapol, ínmiddels met lange broek, deed het zo na.
Toen hadden ze de smaak te pakken en wilden ze nog tig keer. Maar dat mocht dan weer niet.
Dus gingen ze maar buiten spelen. Buurtkleuter was er en Parapol kan daar goed mee. Hij leert hem van alles. Bomen klimmen, slingeren aan touwen, hutten bouwen en héél diepe valkuilen graven, van die echte mannendingen. Je kent het wel. Buurtkleuter is voor geen kleintje vervaard en doet alles wat zijn grote held doet na. Maar het werd tijd voor een nieuw mannending.
Mmm.
Ah. Parapol had al een idee! Een demonstratie balkonspingen. Lekker stoer en goed voor zijn eigen ego. Gelukkig vroeg hij het nog even en hé, wat verrassend: het mocht niet. Dat was nou jammer en Parapol spoedde zich naar het balkon om van daaruit de reeds in toeschouwersstand gesettelde Buurtkleuter toe te schreeuwen: 'Het mag niet, want mijn moeder is bang dat jij het gaat nadoen!'
Parapol is nog niet héél erg pedagoochem...